Columns van Anita van den Berg

Daar is ze weer! 408: Duits

Op de middelbare school was Duits in het tweede jaar verplicht. Ik vond het een drama. Want ik had toen nog een aversie tegen alles wat Duits was. En ik had een leraar die praatte met consumptie. En zoals hij Duits praatte, was het net of hij je continu liep uit te kafferen. Dat had ik bij de zachtaardige juf Frans helemaal niet. En ook niet bij de al zeer bejaarde leraar Engels.

Lees meer...

Daar is ze weer 407: Cabrio

Van de zomer zag ik ze weer veel rijden, leuke cabriootjes. Vroeger was het een stille droom van me, ik zag mezelf al relaxed over `s heeren wegen zoeven, met de wind door mijn haar. (Of nee, dat laatste eigenlijk niet, omdat ik weet dat dan mijn haar niet meer zit.)

Lees meer...

Daar is ze weer! 403: Foto

We waren nog van de generatie die een fototoestel meenam op vakantie. Maar aangezien de foto`s genomen met de smartphone een stuk beter zijn, laten we het toestel nu thuis. Echtgenoot heeft nog niet echt handigheid, de meeste foto`s die hij maakt zijn bewogen. Maar ik blijf aandringen dat hij af en toe een foto van me neemt, er zijn te veel fotoalbums waar ik zelf niet in voor kom.

Lees meer...

Daar is ze weer! 400 (!): Dementie

Ik heb het enorm naar mijn zin op mijn nieuwe werkplek. Geen dag is hetzelfde en mensen die denken dat je afstompt als je met mensen met dementie werkt, zouden eens een dag moeten meelopen. Ik heb in geen jaren zoveel plezier gehad in en tijdens mijn werk. Je moet het alleen wel kunnen en willen zien. Het zit in heel kleine dingen. Maar die maken het werk zó waardevol.

Zo is er een collega die er al een hele poos uit is in verband met een operatie. Ze kwam onverwachts langs en één van onze bewoners zei: ,,Hé, ben je er weer, wat heb ik jou lang niet gezien, hoe is het met je?”
Ik stond perplex. En zo sta ik vaak perplex. Want dementie is grillig, dat wist ik al, maar zó grillig…
Een meneer zegt al een tijd niets meer. Maar ik blijf vragen stellen en babbel er tijdens de verzorging vrolijk op los. En dan gebeurt het. Ik vertel over mijn hondje van vroeger. En hij vertelt vanuit het niets over zijn hondje van nu. Ik vraag hoe het beestje heet. ‘Dummie’, krijg ik als antwoord. Als zijn echtgenote komt vraag ik hoe het hondje heet. ‘Dummie’ , is haar antwoord.

Of de dame die altijd stil voor zich uit zit te kijken. Als ik haar benader glimlach ik altijd. Net zolang tot ze terug glimlacht als ze me ziet. En zo doe ik het ook met vragen, ik blijf ze stellen, met soms een (voor mij) onverwacht antwoord.
En hoe mooi is het als iemand verdrietig is en je diegene kunt troosten? Alleen door er te zijn, even een knuffel te geven of alleen een hand vast te houden.
Of soms door zomaar een liedje te gaan zingen en dat dan iemand meedoet.
Of in het voorbijgaan iemand een aai over de arm te geven en een glimlach te krijgen.
Officieel bied ik een veilige omgeving waar mensen zich prettig voelen, zich geborgen weten.
Officieus zorg ik voor ze, gewoon. Met heel kleine dingen. Omdat ze in mijn hart zitten.
En dement of niet, iedereen is een eigen persoonlijkheid en heeft zijn of haar eigen karakter.
En dementie.
Samen wonen ze in dit prachtige huis en deze prettige omgeving.
En samen maken we er wat van.
Elke dag opnieuw, met telkens weer nieuwe verrassingen.

 

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.