De bezige bij van 't Haagje geeft er steeds weer een slinger aan

bijen (21) (Custom)Hij is de koning in zijn onmetelijke rijk. Zijn pakweg twee miljoen volgelingen werken van zonsopgang tot zonsondergang hard om het hem naar de zin te maken en ook zijn koninginnen in de watten te leggen. In de winter zijn de rollen omgedraaid en zorgt hij voor zijn harde werkers. Een kijkje nemen in zijn koninkrijk is niet zonder gevaar. Maar als je de aanwijzingen van koning Wilfred Muis goed opvolgt, kom je er ongeschonden uit.

Muis is al vijftig jaar imker. Zijn imkerij ’t Haagje is een begrip in Epe en ver daar buiten. Regelmatig komen mensen die meer dan een uur in de auto hebben gezeten een grote voorraad honing halen aan de Dijkhuizerweg. De Muizen verkopen de honing niet alleen aan huis, maar ook op markten en andere evenementen. Ook collega-imkers die een vaste klantenkring hebben maar door hun voorraad heen zijn, komen wel eens een paar kilogram bij hem halen. En verder is de honing van ’t Haagje terug te vinden in streekwinkels en restaurants. Zelf weet hij er als consument ook wel weg mee. ,,Een pot in de week gaat er zeker door. Op brood, in de thee, we gebruiken het voor van alles. Heide- of lindehoning vinden we het lekkerst.’’

Wilfred Muis heeft volop keus, want hij oogst en verkoopt meer dan tien soorten: fruit-,  koolzaad-, Veluwse linde-, voorjaars- en zomer-, acacia-, Veluwse heide-, zonnebloem-, guldenroede- en phaceliahoning. Uit Nederland, maar ook uit Hongarije, waar Wilfred en Gerda Muis een huis hebben en Wilfred bijna dertig bijenvolken heeft. Zo ongeveer eens per maand rijden ze er heen om de honing te oogsten. ,,Soms zijn we er maar vier dagen, ben ik vooral druk met honing slingeren. In een goed jaar halen de grootste volken in drie weken tijd wel 60 kilogram acaciahoning op.’’

In Epe heeft hij twee verrijdbare kasten. Eén staat momenteel in de Flevopolder, waar de klaver bloeit. Hij trekt vaker die kant op, want in het voorjaar zet hij een van zijn mobiele bijenkasten in een kersenboomgaard in Dronten. ,,Voor de bestuiving, de eigenaar van de boomgaard huurt me in en betaalt per kast. Hij oogst tien keer zo veel kersen mèt als zonder bijen.’’

De andere bijenwagen staat in het weiland bij zijn huis. Er staan 28 kasten in. De volken hebben allemaal hun eigen kast, er is in principe niet één bij die een andere kast in vliegt om zijn nectar af te leveren in het huis van een andere koningin. Ook niet als Wilfred Muis twee kasten van plaats zou ruilen. ,,Door de geur vinden ze hun eigen volk terug.’’ Wat dat betreft zijn bijen echte speurneuzen. ,,Als ik een kast op een nieuwe plek zet, gaan er een paar vliegen tot ze wat zien. Daarna vliegt de bij terug en geeft hij aan de anderen door in welke richting ze moeten en welke afstand ze moeten afleggen. Binnen tien minuten zie je dan honderden bijen op de plek die de verkenner heeft ontdekt.’’

Terwijl de werkbijen er op uit vliegen, is de koningin vooral bezig om voor nakomelingen te zorgen. ,,Een koningin legt wel duizend tot tweeduizend eitjes per dag. Koninginnen kunnen vier jaar worden, werkbijen maar zes weken.’’ De imker bepaalt zelf wie koningin wordt. In  het voorjaar zoekt hij er een uit waarvan hij de heft van de vleugels af knipt om te voorkomen dat ze er met haar volk vandoor gaat. De bij die voor een volk moet zorgen, krijgt een speciale behuizing en een stip op de rug. Na verloop van tijd krijgt ze een kast en als haar volk zo is uitgedijd dat er geen ruimte meer in de kast is en door overbevolking een aantal bijen er met een eigen ‘gekozen’ koningin vandoor gaat, wat Muis nog maar twee keer is overkomen, zet de imker een etage op de kast. Zo leven bijna al zijn volken in etagewoningen.

De grootste vijand van bijen en imkers is de beruchte varaomijt, die hele volken heeft uitgeroeid. Het is een parasiet die zich met bloed van honingbijen kan voortplanten. In Nederland zorgde dat voor een slachting; twintig tot dertig procent van de volken werd afgelopen jaren uitgeroeid door de varaomijt. Wilfred Muis praat opmerkelijk luchtig over het schadelijke beestje. ,,Imkers kunnen er zelf voor zorgen dat hun volken gezond blijven. Als bijen varaomijt hebben, zuigen ze zo veel energie uit bijen, dat die de winter niet overleven. Ze zuigen bloed, verwonden de bij, die daardoor ook een virusbesmetting kan krijgen. Ik behandel mijn volken met mierenzuur, een organisch zuur dat ik in de kassen verdamp. Dat doodt de mijt. Je moet die mijt nu bestrijden, dan kunnen de bijen de winter wel overleven.’’

De bijen bezorgen de Epenaren ook best veel werk, want de in raten verzamelde honing moet geoogst worden. De ‘koning’ moet de wassen deksels van de raten kammen, de honing eruit slingeren, het suikergehalte meten (er moet minimaal 80% suiker als ‘droge stof’ in zitten) en de honing in potjes van in principe 450 gram laten lopen. Onlangs nog was hij veertien dagen in de weer om van 36 volken zo’n 400 kilogram honing te oogsten. Het seizoen begint in maart/april als de krokussen en paardenbloemen bloeien en eindigt pakweg eind september. Daarna gaan de bijen in de winterstalling. Ze leven dan op suikerwater, waarvoor de imker van ’t Haagje een paar honderd kilogram per winter nodig heeft. Wilfred Muis zelf geeft ’s winters op uitnodiging lezingen voor allerlei verenigingen. Hij kan er hartstikke boeiend over vertellen, neemt ook het een en ander mee om te laten zien en verkoopt dan uiteraard ook wel potten honing.

Een tip van de imker tot besluit. Er zoemt nog wel eens een hinderlijke bij als je buiten zit te eten. ,,Als die bij je hoofd of arm zit, moet je hem niet  ‘wegvegen’,  want dan wordt hij boos en steekt hij. Meteen doodslaan. Gewoon: pats! Het gebeurt maar heel zelden dat je de angel dan in je hand of arm krijgt. Het is in ieder geval een stuk veiliger dan hem weg slaan of vegen.’’

En als je dan toch gestoken bent, veeg de angel er dan direct uit met een nagel, mesje of (bank)pasje o.i.d. Probeer hem in ieder geval niet met een pincet of tussen duim en wijsvinger eruit te trekken, want daardoor leeg je de gifblaas. Is de angel eruit, dan even het eventuele gif eruit zuigen en je hebt vrijwel nergens last van. Maar rustig blijven zitten en niets doen is ook goed, want een bij steekt maar zelden.

bijen (1)

bijen (2)

bijen (3)

bijen (4)

bijen (9)

Terwijl de bijen om ons heen zoemen, vertelt de imker allerlei wetenswaardigheden over zijn hobby.

bijen (10)

In het hol van de leeuw. Ik had even het idee dat ik mijn hoofd in een wespennest zou steken toen ik in ging op de uitnodiging om een kijkje te nemen in het hart van de mobiele bijenstal waar duizenden bijen af- en aanvliegen, maar gebruikmakend van de dekking van struiken en takken kwam en we er ongeschonden in en uit.

bijen (7)

Hier vormen nieuwe, vleugellam gemaakte koninginnen nieuwe volken.

bijen (11)

De eerste (mini-)behuizing van een nieuwe koningin.

bijen (23)

bijen (8)

bijen (5)

Wilfred Muis toont bezoekers van imkerij 't Haagje een plaat die onder de kasten zit waarin mierenzuur is verdampt.

bijen (6)

De bruine glanzende korreltjes zijn uit de kaast gevallen varaomijten. De meeste hebben het loodje gelegd, slechts enkele leven nog even.

bijen (12)

Tien soorten honing verkopen de Muizen in hun imkerijwinkeltje.

bijen (13)

Een lekkernij van honing in de vorm van een bij.

bijen (14)

Een kijkje in de 'werkplaats' en 'voorraadkamer' van 't Haagje. In de vaten zit was, waarvan de cellen van de raten zijn gemaakt en natuurlijk honing.

bijen (25)

bijen (24)

bijen (16)

Misschien wel het belangrijkste gereedschap van een imker: de slinger; een centrifuge waarin je raten kunt hangen. De honing wordt tegen de wand van de centifuge geslingerd en is via een kraantje af te tappen.

bijen (17)

Voordat een raat geslingerd kan worden, moet eerst het door de bijen aangebrachte dekseltje van de cellen gekamd worden.

bijen (18)

Een raat tjokvol honing. Vermoedelijk zo'n twee kilogram.

bijen (26)

Er kunnen twee raten per keer in de slinger.

bijen (19)

En weer een aantal potjes kan gevuld worden met 450 gram Eper honing.

bijen (20)

Voordat er een etiket op de pot gaat, wordt eerst de kwaliteit van de honing onderzocht.

bijen (21)

Met een refractometer meet de imker het percentage 'droge' stof in de honing. Dat moet minstens 80 zijn en was in dit geval 82. Bij een lager percentage kan honing gisten en ongeschikt voor consumptie (door mensen èn bijen) worden.

bijen (22)

De bijen gaan intussen onverdroten voort met hun arbeid.

 

* Meer bijzonderheden over de bloemetjes en bijtjes staan in een verhaal op deze site over een andere imker, dat hier staat.

 



Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Warm aanbevolen!

boek 1Nieuw boek van Bert op komst!
Epe op z'n mooist in beeld.

Klik hier voor informatie.boek 2

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.