Bert de Weerd helpt iedereen op weg
Hij maakt zo’n 60.000 kilometer per jaar in zijn auto, maar zit meestal zelf niet achter het stuur. Dan geeft hij alleen maar aanwijzingen. Bert de Weerd (40) is autorij-instructeur. Hij werkte zo’n vijf jaar voor rijschool De Weerd, die een oom van hem heeft opgericht en begon deze maand vijf jaar geleden voor zichzelf met Autorijschool Bert. Een gesprek over werken en gevaren op de weg, ergernissen in het verkeer, het verschil tussen mannen en vrouwen en lbo- en gymnasiumleerlingen achter het stuur en nog veel meer.
Aanvankelijk leek het er helemaal niet op dat hij zijn broodwinning op de weg zou zoeken. Hij volgde de landbouwschool en ging bij een varkensboer werken. ,,M’n vader handelde in varkens, het ging eigenlijk als vanzelfsprekend. In eerste instantie vond ik het prima, maar op een gegeven moment liep ik in de stal en miste ik het sociale stukje in m’n werk. Maar ja, wat dan? Ik wist het eigenlijk niet. Ik wist alleen dat ik iets met mensen wilde. Op een gegeven moment zag ik een advertentie in een krantje staan: ‘Rijinstructeurs gezocht’.’’
Het kwartje viel meteen. ,,Verdorie, dat ik daar niet eerder op ben gekomen. Idioot is dat. Ik ben naar mijn oom gegaan die een autorijschool had en die zei meteen: ‘O, da’s net wat voor jou’. Ik heb bij hem geïnformeerd en ben een keer meegegaan met een instructeur om af te tasten. En toen dacht ik: ‘Ik ga er maar voor, ik zie later wel of het wat is of niet’. Je kunt toch nooit alles van tevoren weten. Ik heb de opleiding gedaan en ben bij een rijschool in de regio begonnen. Na drie jaar ben ik naar De Weerd gegaan, eerst in Apeldoorn, daarna in Epe. Vijf jaar later ben ik voor mezelf begonnen. Het kwam regelmatig in me op om voor mezelf te beginnen. Ik had het gevoel dat wat ik voor mijn baas deed, ik ook voor mezelf kon doen.’’
.jpg)
Een extra motivatie om de stap naar kleine zelfstandige uiteindelijk te maken, was het verschil in salariëring van zijn vrouw en hij. Zij werkte 30 uur in de zorg en verdiende net zo veel als hij in 40 uur. ,,Nu kan ik het ook zo regelen dat als mijn vrouw werkt, ik thuis ben voor mijn dochter van 3. Het is vaak even puzzelen, maar het is hartstikke mooi dat dat zo kan, ik denk niet dat dat had gekund als ik in loondienst was gebleven. Er is wel een valkuil en dat is dat je het spulletje er omheen lastig kunt laten; de administratie, een beetje p.r., leerlingen bellen en dergelijke. Bovendien gaf ik les in loondienst, dus veel mensen kenden me al als rijinstructeur. Ik heb overigens bewust geen leerlingen meegenomen, heb niet aan ze zitten leuren. Ik heb gezegd dat ik er mee zou stoppen en ze een ander zouden krijgen. Leerlingen die mee wilden, heb ik gezegd het eerst maar eens aan te zien. Daar heb ik ook geen trammelant mee gehad.’’
Hij wierf zijn eerste klanten door te zorgen voor een site (met ook handige tips voor o.a. zuinig rijden) en vooral met hulp van anderen te flyeren. ,,Er is echt wel wat voor nodig. Er zijn er wel meer die geprobeerd hebben een rijschool te beginnen, maar die waren ook zo weer weg. Toen ik begon, had ik via een kennis al een aanmelding voor een proefles, een jongen uit Emst, maar nog geen auto. Natuurlijk heb ik geen ‘nee’ gezegd. Ik heb een lesauto geleend van een meedenkende collega-rijschoolhouder uit Apeldoorn en heb daarin mijn eerste les als kleine zelfstandige gegeven.
Zijn schoonzus Ina Gorselink werkt vanaf 2011, toen hij zijn werkgebied uitbreidde naar Heerde, ook onder zijn naam. ,,Ze heeft haar eigen klanten en rijdt in haar eigen auto, maar daar staat wel mijn naam op.’’
Bert heeft een zittend beroep, maar een relaxt baantje is het niet echt. ,,Je hebt geen werk met rennen en vliegen en telefoontje hier en telefoontje daar. Het is eigenlijk heel passief – je zit – maar je moet toch heel actief zijn, met kijken, nadenken, voor de leerlingen denken en kijken, in de eerste lessen veel uitleggen, alert zijn of de leerlingen adequaat reageren. Je bent eigenlijk constant bezig.’’
.jpg)
Gemiddeld hebben leerlingen zo’n veertig lessen nodig, met uitschieters naar beneden en boven. Treft hij ook wel eens mensen waarvan hij denkt: dat wordt nooit iets? ,,Soms zit het op het randje. Maar dan sta je er ook nog wel eens versteld van wat er nog uit komt. Dan krijg je ze toch nog zo ver dat je zegt: ga er maar voor. Met behulp van een automaat bijvoorbeeld, dat scheelt ook al. Een paar weken terug is een meisje geslaagd dat van een andere rijschool kwam en 60 lessen in een schakelauto had gehad. Ze is bij mij komen lessen in een automaatje en met doorzettingsvermogen is ze er toch nog gekomen. Respect hoor. Dan is het heel dankbaar werk. Dan zie je op Facebook dat ze een autootje heeft en rond rijdt, geweldig leuk. Toch is er wel een ondergrens. Niet iedereen kan autorijden. Maar daar zijn gespecialiseerde rijtesten bij het CBR voor om vast te stellen.’’
Natuurlijk voert hij wel eens discussies met mensen die vinden dat ze klaar zijn voor het examen, terwijl hij vindt dat ze nog wel wat lessen nodig hebben. ,,Maar over het algemeen valt het hier in de omgeving wel mee. De mensen zijn nog redelijk beïnvloedbaar. Je hoort het vooral van collega’s in het westen van het land wel. Ik zeg altijd dat je het rijbewijs niet kunt kopen, zoals sommigen menen. Je kunt wel rijlessen kopen. Eigenlijk is het een heel aparte vorm van onderwijs die ik geef. Op school wordt iedereen ingeschaald of hij naar mavo, havo, vwo of een andere opleiding zou moeten, ieder op zijn eigen niveau. Je kunt blijven zitten, moeilijke leerlingen doe je misschien naar een andere school. Bij ons is het gewoon één niveau waar je aan moet voldoen. Het niveau van de schoolopleiding zegt trouwens niks over de rijopleiding. Er zit in principe geen verschil in de auto tussen een mavo- en gymnasiumleerling. Sommige mensen met lbo ofmavo hebben iets meer moeite met de theorie, maar zijn zelfs iets handiger met het stuur in hun handen.’’
Hij geeft ook les aan mensen die autistisch zijn of ADHD hebben. ,,Als ze het van zichzelf weten en je er rekening mee houdt, maakt het niet eens zo heel veel uit. Misschien hebben ze heel iets meer lessen nodig, maar het zijn absoluut geen slechtere chauffeurs dan anderen. Die mensen hebben het voordeel dat wat er één keer in zit, er ook in blijft zitten. Ik kan van mezelf herinneren dat toen ik net mijn rijbewijs had, ik een keer niet in de dode hoek keek en dacht: verdorie, daar zat toch wat. Een bepaalde groep autisten, die bijvoorbeeld goed zijn in schaken, wiskunde en dergelijke, blijft gewoon goed in de spiegels en dode hoek kijken, terwijl heel veel mensen dat lang niet altijd doen.’’
Als rijinstructeur komt Bert heel wat mensen tegen die een gevaar op de weg zijn. ,,Ik denk wel eens: wie kan er nu nog van wie leren? Dan heb je een leerling naast je die het allemaal netjes wil doen en zie je mensen die een rijbewijs hebben gekke dingen doen. Ik heb wel eens een voorstel gedaan dat iedereen eens in de tien jaar een opfrislesje moet volgen. Een korte theoriecursus van noodzakelijke dingen en dingen die veranderd zijn en een drie kwartier rijden met een rijinstructeur die je nog iets kan bijschaven. Omdat er dingen in sluipen die gevaarlijk kunnen zijn. Het komt op een verjaardagsfeestje wel eens ter sprake en dan zegt iedereen: ‘Het zou inderdaad wel goed zijn, ik denk dat ik zou zakken’. Maar het gebeurt niet. Ik denk dat iedere rijinstructeur het met me eens is dat er geen aandacht is voor verkeersveiligheid. In die gemiddeld veertig lesuren wordt alles over kennis en het aanleren van vaardigheden gestopt, maar niet over verkeersveiligheid. Dat kan ook niet, want dat is een kwestie van mentaliteit. Als je daar iets in zou willen doen, moet je daar op school aandacht aan besteden.’’
Heel af en toe zit hij met samengeknepen billen naast een leerling. ,,Toen ik nog in loondienst werkte een keer op een zaterdagochtend. Met een beginnende leerling had ik er bewust voor gekozen om een rustige weg te nemen, in de omgeving van Gortel. De leerling was van Turkse komaf en sprak gebrekkig Nederlands. Om haar de tijd te geven, zei ik al ruim op tijd ‘aan het einde linksaf’, met de nadruk op ‘aan het einde’, omdat er nog een zandpaadje voor zat. Maar die leerling bedacht zich geen moment en stuurde met hoge snelheid naar links. Ik zat bovenop de rem, maar zag toch een paddenstoel van de ANWB steeds dichterbij komen. ‘Als dat maar goed gaat!’. Gelukkig stonden we enkele tientallen centimeters voor de paddenstoel stil.’’
.jpg)
Hoe zit het trouwens met het vooroordeel dat vrouwen over het algemeen slechtere chauffeurs zijn dan mannen? ,,Als je ze allemaal over één kam scheert, luisteren vrouwen over het algemeen beter. Als je een stereotiepe jongen hebt tijdens zijn eerste lessen, wil hij het allemaal zelf ontdekken. Hij luistert wel, maar het gaat allemaal langs hem heen. De auto moet eerst een paar keer afslaan of het moet niet lukken – nou overdrijf ik een beetje - dan luisteren ze pas en kun je ze een beetje kneden. Meisjes laten zich veel gemakkelijker helpen. Eigenlijk is dat veel handiger. Jongens zitten zichzelf soms gewoon in de weg. Je kunt het misschien wel vergelijken met een nieuw apparaat dat je gekocht hebt. M’n vrouw pakt eerst de handleiding, maar ik ga altijd meteen aan de slag en dan loop ik ermee vast en pak ik de handleiding. Zo is het met autorijden ook. Dan beginnen jongens er aan, een beetje prestatiegericht, zo van; ‘ik ben een man, moet toch kunnen’. Meisjes zijn daar veel ongecompliceerder in. Vrouwen rijden minder pittig door en blijven misschien iets langer staan, maar eigenlijk is dat wel beter, veiliger vooral.’’
Ikzelf erger me bont en blauw aan het toenemend aantal automobilisten dat geen richting aangeeft. Ruim 21% van de automobilisten ergert zich daar ook aan, het staat na bumperkleven, agressief rijden en rijden met alcohol/drugs op, met stip op 4 in de ergernissen top 10 van automobilisten. Hoe zit dat met Bert? ,,Als het goed is, doen mijn leerlingen als ze hun rijbewijs hebben dat wel. Maar dat heb ik natuurlijk niet in de hand. Eerlijk gezegd stoor ik me daar minder aan dan mijn leerlingen. Vooral als ze een rotonde naderen klagen ze nog wel eens dat iemand geen richting aan geeft. Maar op een gegeven moment leer je dat je naar de banden kunt kijken om te zien welke kant een auto op draait. Waar ik mij wel aan kan ergeren, is de mensen die het mistlicht aan doen terwijl er nergens mist is te bekennen. Het kan nog gevaarlijk zijn ook, vooral wanneer het schemert verblindt het nogal. Er zal maar net iemand fietsen zonder licht.’’
Op wegen aan Epe zit hij zich ook wel eens licht te ergeren. Bijvoorbeeld aan tegenstrijdigheden die lastig te begrijpen zijn voor automobilisten. ,,De gemeente wilde een 30-kilometerzone hebben op de ringweg. We hebben allemaal geleerd dat je op de ontsluitingswegen binnen de bebouwde kom 50 mag rijden en buiten de bebouwde kom 80. Als je daar vanuit gaat, ga je van een ringweg niet een 30-kilometerweg maken. Hetzelfde is het met De Meent, een gebiedsontsluitingsweg. Die hoort 80 te zijn, maar hebben ze hier 60 gemaakt. Volkomen onlogisch. De gemeente heeft een verkeersdeskundige. Dat is goed, prima, die theoretische kant, maar dat wil niet zeggen dat je niet hoeft te luisteren naar mensen die met de voeten in de klei staan. Die 30-zone op de Dellenweg is toch ook volkomen absurd? Net als de Hoge Weerd met vrij liggende fietspaden.’’
Trouwe volgers van Epernet kennen hem als een betrokken Epenaar die zijn mening niet onder stoelen of banken steekt. Ook in de rijschoolwereld staat hij als zodanig bekend. Hij maakte vijf jaar deel uit van de kadergroep voor rijinstructeurs van het CNV en is actief lid van de Vereniging Rijschool Belang . Hij trok aan de bel omdat het UWV structureel opleidingen betaalde om mensen om te scholen tot rijinstructeur, terwijl er voor die mensen nauwelijks of geen werk was, maar ook omdat rijinstructeurs zo ineens brodeloos gemaakt kunnen worden. ,,Eens in de vijf jaar moeten wij opnieuw examen doen.’’
Waarom? Een timmerman of ambtenaar hoeft toch ook niet om de vijf jaar examen te doen?
,,Juist! Dat is het onrecht waar ik me tegen verzet. Dan komt er iemand achterin zitten die kijkt of je nog wel volgens de structuur lesgeeft, zoals je dat ooit geleerd is tijdens de opleiding. Alsof dat de manier van lesgeven is. Je wordt eigenlijk teruggefloten naar het niveau waarop je het ooit geleerd hebt. Ik kan me voorstellen dat iemand die het nog moet leren, bepaalde structuren leert. Maar iemand die al járen het werk doet, ontwikkelt zich, heeft ervaring opgebouwd aan de hand waarvan hij lesgeeft. Als je te weinig punten hebt, mag je het nog één keer doen, maar als je dan weer zakt, kun je nagenoeg de hele opleiding van ongeveer een jaar opnieuw gaan doen en mag je geen les geven. We hebben er veel meer aan om bijvoorbeeld ervaringen met bijzondere leerlingen met elkaar uit te wisselen en daar met iemand over te praten. Daar kan ik me kwaad om en druk voor maken.’’
Bert viert het eerste lustrum van zijn autorijschool donderdagavond met een gratis workshop voor (oud-)leerlingen bij Auto Quik aan de Molenweg 20 in Heerde. Vanaf 19.00 uur leren belangstellenden daar een wiel, ruitenwisser en lamp verwisselen en andere kleine (onderhouds)klusjes die mensen in principe best zelf aan hun auto kunnen doen.
.jpg)
Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast