The making of ‘Goed goan’ (9): klapperende oren en knipperende ogen

The making of 9Onze laatste twee gesprekspartners voor ‘Goed goan’ zetten onze zintuigen flink aan het werk. We staan bij beiden regelmatig met onze oren te klapperen en ogen te knipperen. We wisten wel dat Dries Dekker veel eigendommen heeft en riant woont, maar zo veel panden en lappen grond als hij blijkt te bezitten, hadden we niet verwacht. En we slaan bijna stijl achterover als hij ons rondleidt door zijn mega-appartement. Dat laatste doen we ook tijdens een rondleiding in de Silogie/Malerij van Kees van Uden, wat ons betreft Epe’s mooist opgeknapte gebouw waar ruim tien jaar geleden nog sprake was van ernstig verval.

We zitten iets te drinken in het Veluws Eethuis van Bertus Stijf als Dries Dekker binnen wandelt. Hij is er ’s morgens regelmatig, mede omdat dit pand op de hoek Ericaweg/Molenweg in Wissel van hem is en hij Bertus, die járen bij restaurant Stern heeft gewerkt, al héél lang kent. Wij kennen Dries uit de tijd waarin hij portier was bij discotheek De Stunt aan de Hoofdstraat. We hebben hem al een tijd niet gezien. Hij heeft nog steeds het postuur van een uitsmijter, ziet er voor zijn leeftijd goed uit en heeft nog altijd ondeugende ogen, maar is een stuk magerder geworden, vooral in zijn gezicht. Hij heeft meer tijd dan hem lief is in het ziekenhuis doorgebracht en nog steeds wat fysieke klachten die hem ineens ouder zijn gaan voelen.

Maar qua karakter is hij niets veranderd. Hij is nog steeds die goedlachse belhamel van vroeger, die ruwe bolster blanke pit die soms op de dunne scheidslijn zit van wat normaal en uitzonderlijk is. We zeggen hem dat we hem een markante Epenaar vinden die in ons boek thuishoort en het typeert hem dat hij niet alleen ‘ja’ zegt op onze vraag of we hem daarvoor kunnen interviewen, maar ook een open boek is als het zo ver is. Want als Dries ‘A’ zegt, zegt Dries ook ‘B’. Hij geeft op elke vraag antwoord, aan censureren doet hij niet en we mogen alles zien en fotograferen. Hij heeft slechts twee verzoeken waarvan we zelf maar moeten beslissen of we er gehoor aan geven: of we niet alle bedragen die hij heeft genoemd in het boek willen zetten, want het zou lullig zijn voor de persoon in kwestie als iemand die hem iets voor een kwartje heeft verkocht, leest dat hij het korte tijd later voor een rijksdaalder heeft doorverkocht. En of we hem niet willen neerzetten als iemand die zich op de borst klopt voor wat hij allemaal heeft bereikt. Want dat doet hij niet, zo zit hij niet in elkaar. Hij is gewoon Dries, een man van eenvoudige komaf die geluk heeft gehad en afgedwongen. In zakelijk opzicht had hij de mazzel vaak aan z’n kont hangen. Ten tijde van onze ontmoetingen is hij bezig met een lucratieve deal die groot nieuws voor deze regio kan opleveren, maar we kunnen er niet over schrijven omdat nog niet alle benodigde procedures voor de volle 100% zijn afgewikkeld. Hij heeft ooit voor weinig iets gekocht waar nu goud geld voor wordt betaald omdat de potentiële koper er grootse plannen mee heeft. Als we hem vragen waarom hij dat ooit waardeloos lijkende object heeft gekocht, weet hij er zelf niet goed antwoord op te geven. Het was te koop, hij had ‘nog wat’ geld en ach, hij had het gevoel dat het ooit wel iets meer waard zou worden.

The making of 9 (4)In ‘Goed goan’ beschrijven we een paar van zijn zakelijke deals en vertelt hij om welke soms merkwaardige redenen hij ergens in heeft geïnvesteerd. We geven ook een (bescheiden) overzicht van zijn bezittingen. Niet alles en al helemaal niet wat hij heeft gehad en weer doorverkocht, want dan zou er te weinig ruimte over blijven voor een lekker leesbaar verhaal over zijn leven, zijn jaren als portier en later eigenaar van De Stunt en – al dan niet samen met zijn vrouw Nel - diverse andere horecazaken en zijn handel en wandel. En ook reageert hij op het stempel ‘boef’ dat mensen op hem hebben gedrukt.

We interviewen hem in de gezellige, zonovergoten serre van zijn appartement, dat alleen via een uitpandige lift (foto rechts) bereikbaar is. Het is een vrolijke morgen. Soms moeten we lachen als hij hoofdschuddend of schuddebuikend over zijn eigen doen en laten van vroeger vertelt en regelmatig gieren we het uit als hij een anekdote spuit die zo in een schelmenroman kan. We lachen ook als Dries een rondleiding geeft. We hebben nog nooit zoiets gezien: een paleis annex museum in een appartement. Wat een ruimtes, wat een interieur! We raken niet uitgekeken, komen ogen te kort.  

The making of 9 (1)


Kees van Uden
 
Diezelfde verbazing maakt zich ook meester tijdens een rondleiding van onze laatste gesprekspartner voor ‘Goed goan’, Kees van Uden. Hij is samen met zijn vrouw Liesbeth eigenaar van het voormalige coöperatiegebouw aan de Paasvuurweg, waar ze bed & breakfast en kunstcentrum De Silogie en De Malerij hebben gecreëerd. Als er ooit een prijs wordt uitgeloofd voor het mooist gerestaureerde industrieel erfgoed van Epe, hoeft er geen verkiezing of iets dergelijks gehouden te worden. Epenaren zullen ongetwijfeld unaniem stellen dat er geen discussie over mogelijk is dat dit gebouw die prijs dubbel en dwars verdient. We zijn er wel eens binnen geweest, maar nu Kees van Uden ons gidst, op details wijst, vertelt hoe het was en motiveert waarom hij een ruimte op deze manier heeft aangepakt, krijgen we nog meer waardering voor het restauratieproject. ‘Kolere, wat mooi!’, slaken we herhaaldelijk bewonderend als we door het gebouw worden geleid. Neem nou de gastenkamer helemaal bovenin de toren, die is voorzien van een mini-keukentje. Dominant aanwezig is een riant tweepersoons bed met aan het voeteneind iets wat een houten kist lijkt. Een dekenkist? Nee, zo blijkt als het deksel omhoog gaat: er zit een bad onder! En nog een houten kist. Kees drukt op de knop van een afstandsbediening en het deksel gaat open. Langzaam maar zeker komt een groot plat tv-scherm naar boven. De meubels zijn ook al zo opmerkelijk; een goed gewogen afwisseling van modern en klassiek. En dan het uitzicht! Geweldig!

The making of 9 (3)

Geen wonder dat de Silogie vrijwel permanent gasten heeft. Zelfs uit Italië en Amerika. Die buitenlanders willen iets aparts ‘dicht bij’ Amsterdam. En alle gasten zijn zó enthousiast, dat ze er opgetogen verhaal van doen als ze weer thuis zijn, wat prompt weer nieuwe gasten oplevert. Maar ook Epenaren maken er vaak gebruik van, al is het een overnachting die ze cadeau geven. Zo breidt de populariteit van de fraaie bed & breakfast in Epe zich uit als een inktvlek. En dan te bedenken dat het maar een haar heeft gescheeld of het toen zwaar verpauperde pand was tegen de vlakte gegaan.

Het valt ons op dat Kees van Uden zelf ook nog steeds erg enthousiast is over het resultaat van alle inspanningen. Het bevalt hem in Epe in ieder geval beter dan in Wales en Frankrijk, waar hij ook een soort bed & breakfast en kunstcentrum heeft gehad, zo vertelt hij in ‘Goed goan’. Uit Wales vertrok de schilder, die aan de kunstacademie is afgestudeerd in portretten en landschappen, onder meer omdat hij het er als schilder te donker vond. Vervolgens trok hij naar Frankrijk. Naar het zuidwesten.
,,Hé, dat is raar. Alle schilders trekken toch naar de Provence omdat het licht daar onovertroffen mooi is? Trok dat jou niet als landschapsschilder?’’
,,We zijn ook wel eerst in de Provence gaan kijken, maar dat was in april, toen waaide er voortdurend de mistral. Dat vond ik niks. Daarop ben ik naar de westkant gegaan, naast de Dordogne zeg maar, tussen Bordeaux en Angoulême. De Provence staat bekend om het mooie licht, maar dat heb je daar ook. In de Provence heb je een ander soort licht, dat is dat mediterrane licht. Aan de andere kant van Frankrijk heb je de Golf van Biskaje, waar heel veel weer dat wij hebben, vandaan komt. Dat weer trekt schuin naar het noorden, naar ons toe. Precies onder die lijn is het bijna altijd schoon weer. Het regent er heel weinig. Er valt wel veel water, maar in buien, dan valt er twee of drie centimeter en daarna is het weer een tijd droog. Daar was het eigenlijk altijd mooi weer, met heel heldere luchten en mooi licht’’, vertelt Kees van Uden.
 
Opmerkelijk is dat de oorsprong van zijn favoriete recept niet uit de drie landen komt waar hij heeft gewoond, maar uit Italië: ricottataart met zongedroogde tomaten en olijven. Maar ook dat heeft met de Silogie en Malerij te maken: er zitten wat Italiaans aandoende elementen in, zoals de twee voormalige graansilo’s wel wat weg hebben van een Toscaanse toren.

The making of 9 (2)

De toren van beneden naar boven gezien.

 

Als we het gebouw boordevol indrukken verlaten, zit onze tournee er op. Aan de ene kant jammer omdat we zo veel leuke ontmoetingen hebben gehad en zo veel beleefd en opgestoken hebben, aan de andere kant dringt de tijd omdat de uitgever ons materiaal moet hebben om alles vorm te geven en tijdig naar de drukker te kunnen sturen.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.