The making of ‘Goed goan’ (7): twee oudjes en een jonkie

The making of deel 7 (4)Twee oudjes met jeugdig elan en een jonkie met de kennis van zaken van een veteraan staan deze week op ons programma. Een bijna 143-jarige, een bijna 100-jarige en een bijna 10-jarige. Respectievelijk Peter Dalhuisen, Anton Waaijenberg en Erwin van Andel. Twee ondernemers met een mega-omzet en tientallen personeelsleden en een echte middenstander. Onze gesprekspartners bevestigen het keer op keer: we hebben een zeer afwisselend ondernemersbestand in Epe en dus ook in ons boek ‘Goed goan’.

,,Dat weten heel veel mensen niet, die zien alleen maar dit kantoor en het tankstation hier tegenover’’, zegt Peter Dalhuisen lachend als hij onze reactie hoort op zijn omzet en personeelsbestand en de wijze waarop het oude Eper bedrijf opereert en met verve het hoofd boven water houdt op een markt met internationale spelers. Het is dat we geen pet dragen, anders zouden we die uit respect af nemen. Zijn overgrootmoeder en grootvader, die samen de basis legden voor de bijna-eeuwling, zouden ongelooflijk trots op zijn als ze dit nog hadden mogen meemaken. En vermoedelijk ook op hun nazaat Peter, vooral omdat hij het succes van de onderneming op het conto van al het personeel zet, van – om in Epe te blijven -  marketing- en communicatiemanager Henrike Koetzier tot tankstation-medewerker Wim Bosch. Iedereen draagt naar vermogen bij en iedereen is even belangrijk.

Zoals vrijwel elke ondernemer kent hij geen 36-, 38- of 40-urige werkweek, maar draait hij veel meer uren. En hij is niet de enige binnen de onderneming. ,,Er werkt een heel aantal mensen binnen dit bedrijf heel veel als het nodig is. Je ziet hier op de gekste momenten van de dag mensen zitten. Ik kom hier wel eens op een moment waarop ik denk dat er niemand zal zijn, maar dan zitten er toch weer twee. Dat houd je altijd, het maakt ook niet uit. Het is niet zo dat het hier een regel is dat mensen tachtig uur in de week moeten werken, absoluut niet. Maar er moet gewerkt worden als het nodig is. En slim werken. Vaak zie je dat je het binnen veertig uur niet redt. Ik denk dat er hier binnen heel wat mensen zijn die een uur of 45, 50 maken. Als ik naar mezelf en algemeen directeur Leonhard Vreekamp kijk, tja, de ene week is het 60 uur en de andere week 40 uur. Het ligt er maar net aan of je ’s avonds afspraken hebt of er wat af moet. Als je standaard 80 uur in de week moet werken, doe je het niet goed. Je hebt ook tijd nodig om alles eens even te verwerken, je moet het lef hebben om ’s avonds ook eens op de bank te gaan liggen. Toen ik in het bedrijf kwam, had ik het idee dat als je maar hard werkte, alles goed zou komen. Maar dat is absoluut niet zo. Als je een bedrijf leidt, moet je voorop gaan in de strijd, maar dat moet je samen doen, met z’n allen. Het is niet zo dat je tachtig uur moet maken en de anderen als het vijf-uursignaal schalt, naar buiten stuiteren en hun werk laten vallen. Dan doe je het ook niet goed. De mensen kunnen mij dag en nacht bellen als er wat is en dat is over en weer’’, zegt Peter Dalhuisen, die gebraden kip met veel verse kruiden als favoriete maaltijd opgeeft.

The making of deel 7 (3)

Peter Dalhuisen kijkt mee op het scherm van Henrike Koetzier.

Veel mensen maken tegenwoordig wel meer uren dan vroeger, toen je op papier langere werkweken had. Dat komt ook door het digitale tijdperk. Zo’n laptop of ander digitaal apparaat kan tijdwinst opleveren, maar ook heel veel tijd kosten. Je neemt je werk niet mee naar huis, maar je werk komt gewoon vanzelf naar je huis. En je reageert niet de volgende morgen pas als er ’s avonds een mailtje binnen komt, dat doe je meteen en je handelt er ook naar als dat nodig is.

Winkeliers zonder personeel draaien standaard meer uren. Ze hebben een zesdaagse werkweek en doen dikwijls na sluitingstijd de in- en verkoop en administratie, vullen de voorraad aan, vergaderen. Ondernemer ben je bij wijze van spreken dag en nacht, zeven dagen per week.


Anton Waaijenberg

Wat dat betreft prijst Anton Waaijenberg zich gelukkig dat hij niet de enige is die zijn schoenenzaak runt. Hij kan daardoor regelmatig tijd maken voor ontspanning. Bovendien zijn er op zijn werkdagen ook wel rustige momenten. Op de ochtend waarop we met hem praten, is er zelfs even tijd om zich met zijn kleindochter bezig te houden en een kopje koffie te drinken met de etaleuse, die zich in zijn grote etalage alles in herfstsfeer heeft gebracht. ,,Het is de grootste etalage die ik heb, ik kan me heerlijk uitleven.’’

De amicale Anton Waaijenberg heeft één van de oudste winkels van Epe. We bladeren door wat plakboeken en vergapen ons gedrieën aan een vermoedelijk uit 1871 daterende plattegrond van Epe. Wat een mini-dorpje was het toen. Alleen wat huizen in het huidige centrum en een paar verdwaalde daar omheen. De Hoge Weerd, Burgerenk, Vegtelarij en Haverkamp waren er natuurlijk nog niet. Maar ook in de huidige schil rond de dorpskern stonden nog nauwelijks huizen. De inwoners verplaatsten zich in het dorp over zand- en grintwegen. Er woonden in de hele gemeente pakweg 7500 inwoners. Nu zijn dat er ruim 32.000. Er liep al wel een paar jaar een spoorlijn langs Epe, De Posthoorn was er al, we hadden al een Harmonie  en er liepen gemeentelijke nachtwachten. En een verre voorouder van Anton Waaijenberg begon een schoenherstellerij. Hij moest eens weten dat een verre nazaat bijna anderhalve eeuw later de kost verdient met de voortzetting van wat hij ooit is begonnen. Nota bene op de plek waar het ooit is begonnen. Anton vertelt heel wat mooie anekdotes uit die rijke historie.

The making of deel 7 (6)

Over ‘oud’ gesproken. We trekken alle drie de conclusie dat we vroeger mensen die net zo oud waren als wij nu zijn, er veel ouder uit vonden zien dan wij zelf en onze leeftijdsgenoten. Een 60-jarige was vroeger echt een oudje, vonden we. Maar nu lijkt 60 helemaal niet oud. Zou een 60-jarige van nu echt veel ‘kwieker’ zijn dan mensen die 50 jaar geleden 60 waren? Zou de jeugd van nu een 60-jarige ook een ‘oudje’ vinden? Of worden mensen nu inderdaad op latere leeftijd pas ‘oud’? Zo ja, zouden de kleding en haardracht daar iets mee te maken hebben? Zou dat komen doordat de gemiddelde levensverwachting een stuk hoger ligt?
En dan nog iets: vroeger draaiden onze vrienden en wij muziek die onze ouders verschrikkelijk vonden. Die mensen vonden we oud, die gingen niet met hun tijd mee. Maar nu vinden we de meeste muziek die de jeugd van tegenwoordig draait verschrikkelijk. Gaan wij niet met onze tijd mee, verweten we de ouderen destijds iets waar we nu net zo over denken?

Het onderwerp komt meerdere keren ter sprake tijdens onze tournee, net als de wijze waarop klanten uit met name de Randstad nog wel eens reageren als ze in Epe boodschappen doen. Anton Waaijenberg kan er over meepraten. ,,De klanten worden hier nog keurig behandeld, hoor ik vaak van mensen uit het westen. In het westen kijken sommige winkeliers je met de armen over elkaar aan alsof ze willen zeggen: wat kom je hier doen? Die klanten uit het westen zijn heel dankbaar, komen altijd weer terug.’’

The making of deel 7 (5)Als we een kijkje nemen in zijn enorme magazijn, stuiten we op een grote wasmand boordevol kleine schoentjes. Noem het maar miniaturen. Er zitten er wel een paar honderd in. Van allerhande materiaal en in allerlei vormen. Prachtig! Zonde dat die ergens liggen waar niemand ze kan zien. Het lijkt de eigenaar wel leuk als een selectie eens ergens geëxposeerd wordt. Hij wil ze daar met alle plezier voor beschikbaar stellen. Hartstikke leuk idee! Misschien is er zelfs wel een expositie samen te stellen van diverse verzamelingen. Sommigen sparen de gekste dingen en hebben een indrukwekkende collectie opgebouwd die absoluut gezien mag worden. Misschien is het zelfs wel iets voor de Ring om permanent in een vitrine een aantal verzamelobjecten zoals de schoentjes van Anton Waaijenberg  te exposeren.

Enfin, dankzij deze Eper ondernemer wordt de hoeveelheid favoriete recepten uitgebreid met snert. ,,Een groot, diep bord vol graag.’’

 

Erwin van Andel

Tijdens het interview met Anton Waaijenberg in diens kantoortje achter de winkel en naast het magazijn, kunnen we de winkel in de gaten houden via een beeldscherm. In het kantoortje achter het magazijn van Erwin van Andel staan wel zes van die schermen. Dat is helaas nodig, al was het alleen maar om diefstal in zijn Van Andel C1000 supermarkt zo veel mogelijk te voorkomen. Want gejat wordt er in een supermarkt. En niet zo’n klein beetje ook. Erwin van Andel is daar niet eens zo zeer woedend, als wel zeer teleurgesteld over. Hij zit tot zijn nek in de sponsoring en doet vooral veel voor de jeugd. Hij maakt zich er sterk voor dat Epe wat te bieden heeft voor de jeugd, dat die zich net als hij hier lekker voelt en net zo gelukkig in Epe woont en leeft. Want jongeren zijn z’n klanten van de toekomst. ,,Mijn klanten èn personeel. Ik heb gezegd dat als wij zorgen dat de jeugd zich een beetje in de watten gelegd voelt door ons, zij ons ook wat meer zullen accepteren. En we hopen dat daarmee de diefstal ook afneemt.’’

Is dat zó erg?

,,We zien natuurlijk niet alles, maar we weten dat er wel wat gejat wordt. Door scholieren die hier tussen de middag komen. Bij die jongetjes die stelen, gaat het meestal om wat snoep, een pakje kauwgom, een blikje energydrink. Het is wel een enorme frustratie. Je probeert heel veel voor de jeugd te doen en ik hoop dat dat gewaardeerd wordt, maar dan komen ze toch bij ons jatten. Ik zou het heel erg vinden als ik merk dat mensen die ik sponsor of ken, dat die wat bij ons zouden jatten. Daar kan ik héél slecht tegen.’’

Volkomen begrijpelijk. Erwin van Andel is een man met de stelregel dat wie goed doet, goed ontmoet. En hij doet veel goeds. Hij is maatschappelijk betrokken, zoals dat heet. Hij is zonder twijfel de grootste sponsor van sport- en cultuuractiviteiten in Epe. Hij maakt zich hartstikke druk voor de stichting Kenya Kinderen, een door hem zelf op poten gezet project waar hij in commercieel opzicht geen enkel belang bij heeft, maar wel jaarlijks een enorm vermogen in stopt, ook privé, zoals in ‘Goed goan’ is te lezen.

The making of deel 7 (2)

Hij kwam bijna tien jaar geleden vanuit het niets en is nu misschien wel de populairste ondernemer van Epe. En een groot werkgever voor de Eper jeugd. Stelende jongeren zijn daarom vooral een aanslag op zijn humeur, op zijn vertrouwen in de mens. Maar er is nog een categorie die een paar graden erger is.

,,Het grote deel van de diefstallen in onze winkel komt door Oostblokkers. Dat zijn criminelen. Die jatten niet een pakje kauwgom, maar tien tubes tandpasta, die ze doorverkopen. Dan gaan de armen door het schap en lopen ze zo de deur uit hoor. Hun blikken verblozen niet. Wij zetten daarom bijvoorbeeld maar één tube tandpaste van iedere soort neer. Ja, vanwege die  Oostblokkers. Als er overal maar eentje staat, wordt het al wat minder interessant. Dan is het risico in verhouding tot de opbrengst gewoon te groot. We zien het wel, maar jammer genoeg meestal te laat. De hele Veluwe heeft er last van. Maar zakkenrollers zijn ook een plaag.’’

Foei toch Erwin van Andel, dat mag je van de politiek niet zeggen, dat het Oostbokkers zijn. Van ons natuurlijk wel, maar niet van de politiek. ,,Nou, het zijn gewoon Oostblokkers hoor.’’

Een man van ons hart, al was het alleen maar omdat wij dat ook altijd beweren. Als we even mogen generaliseren: die gasten kunnen niet van andermans spullen afblijven. We vertellen hem dat we een paar weken voor onze ontmoeting een reportage hebben gezien op tv over Roemeense zakkenrollers in Spanje en Nederland. Er was er één voor de achttiende keer gepakt in Spanje. Geen probleem, vindt hij: hij werd drie dagen vast gezet in een cel die meer luxe bood dan hij thuis had en daarna weer op straat gezet. Zijn gemiddelde buit per dag: 500 euro, met uitschieters naar 8500 euro per dag. Hij fout? Welnee, het systeem is fout. In Spanje en Nederland, waar hij ook had 'gewerkt', mag hij na een paar dagen weer aan het 'werk'. Jat hij in Roemenië 5 euro, dan gaat hij 5 jaar de bak in. Dus is het de fout van het systeem en niet van hem dat hij anderen geld afhandig maakt, zo betoogde hij in volle overtuiging.
We kennen van dichtbij een slachtoffer van een zakkenroller uit een Oostblokland die in Spanje 'werkt'. De dader liep eerder weer buiten dan zijn slachtoffer. Om je kapot te ergeren.

The making of deel 7 (1)


Dat Erwin van Andel zelf over (winkel)diefstal begon, typeert de sfeer van ons gesprek. Hij heeft niets te verbergen, is heel open. Als we hem na de lange interviewsessie moeten karakteriseren, kunnen we dat met een paar woorden: een topper, als mens en als ondernemer. Een slimme jongen met het hart op de juiste plaats. We hebben diep respect voor de manier waarop hij in Epe terecht is gekomen, zijn toko hier in de markt heeft gepositioneerd en die runt. Wat dat betreft is zijn verhaal in ‘Goed goan’ verplichte lectuur voor iedereen die een winkel of ander bedrijf wil beginnen.

Sinds ons gesprek is ons trouwens herhaalde malen gevraagd of wij weten of C1000 Van Andel ook Jumbo wordt. Jawel, maar hij zal als laatste in de regio pas overgaan, vertelt hij. Zodat klanten in een wijde regio die gewend zijn aan C1000, zo lang mogelijk bij hun vertrouwde supermarkt in Epe terecht kunnen. Da’s commercieel aantrekkelijk. En als zijn C1000 Jumbo wordt, wordt dat natuurlijk Jumbo Van Andel. Zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden aan de supermarkt, zodat zijn trouwe klanten weten dat Erwin er nog steeds zit en de ‘nieuwe’ supermarkt toch iets heel vertrouwds heeft.

Oh ja, zijn favoriete recept, we zouden het bijna vergeten. Ravioli met Pecorinokaas. Dat eet hij het liefst in het land van herkomst, in Italië, bij een oud omaatje op de hoek van een achteraf straatje dat het volgens een recept maakt dat van generatie op generatie is overgegaan. Onovertroffen lekker. Denkt hij. Tòt hij de versie van Jan van de Vlekkert proeft…

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.