The making of Goed Goan (3): op pad met Gerrit van Vemde

the making of deel 3 (3) (Custom)Voor ‘Goed Goan’ zijn we in de bronsttijd een avond meegegaan met wildfotograaf Gerrit van Vemde, die in het boek uitgebreid vertelt over de hobby waarin hij zo veel vrije tijd steekt. Bert Hanekamp wil wat ‘actiefoto’s’ van hem maken en ik wil er wel eens zien hoe Gerrit foto’s maakt zoals in het boek en op deze site te zien zijn.

De hilarisch ogende outfit waarin hij op pad gaat als hij in de vrije natuur fotografeert en in het boek poseert, laat hij thuis liggen. Niet nodig. We gaat naar een hut waarin het wild ons toch niet ziet, dus hij hoeft zich niet te camoufleren.

Ik heb gemengde gevoelens over ons uitstapje. Enerzijds lijkt het me hartstikke leuk om hem eens aan het werk te zien, vind ik het nog altijd fascinerend om wild te zien en is de bevlogen wildfotograaf aangenaam gezelschap, maar anderzijds zie ik er best tegenop om in het schemer een trap op en in het donker af te moeten klauteren en een paar uur ongemakkelijk opgevouwen in een boomhut te moeten zitten. In het boek schetst hij hoe gebroken hij soms een fotosessie beëindigt en daar ben ik totaal niet jaloers op. Bovendien vindt Bert bijna alle facetten van fotografie leuk, behalve wildfotografie. Daar moet je engelengeduld voor hebben; soms zit je uren te wachten en moet je stil blijven zitten, maar dat is helemaal niks voor hem. ,,Daar heb ik geen geduld voor. Dat geduld heb ik trouwens wel als ik met foto’s op de computer bezig ben. Daar kan ik makkelijk de hele dag mee bezig zijn.’’
Ik was vroeger een fanatiek visser, dus ik weet wat het is en ervaar zoiets ook als pure ontspanning.

,,Camera’s’’, antwoordt Gerrit op mijn vraag of we nog iets moeten meenemen. ,,En warme kleding, want het is ’s avonds knap koud.’’ Als we om ongeveer half zeven de auto tussen struiken in een bosgebied in de buurt van Epe zetten, trek ik m’n warme vest vast aan. Zwijgend lopen we een stukje over een breed pad. Fluisterend vertelt Gerrit dat we eerst even naar een grote hut gaan waar deelnemers aan wildexcursies van Het Geldersch Landschap naartoe geleid worden en daarna naar een kleinere hut. We slaan al snel af, een smal paadje in. Na een paar minuten wijst Gerrit naar wat struiken rechts van ons en fluistert hij nauwelijks verstaanbaar: ‘Hier gaan we zo heen’’. Ik vraag me af wat hij bedoelt, want ik zie alleen dicht struikgewas en geen pad of paadje. We lopen door tot ik tussen de struiken een rieten mat zie. Daarnaast staat een enorme blokhut. Gigantisch, wat een bouwwerk. Er kunnen wel dertig mensen in. Wij niet, want de deur is op slot en Gerrit heeft geen sleutel. Bert maakt wat foto’s, waarna we weer terug lopen.

the making of deel 3 (2)

the making of

De deurklink van de grote hut.

Bij de struiken die Gerrit eerder aanwees, gaat hij linksaf. Hij baant zich een weg door de bosschages door de takken voorzichtig opzij te duwen. Na een paar meter ontwaren we een smal paadje. Door mensenhanden gecreëerd, want duidelijk zichtbaar is dat hier jonge boompjes en struiken hebben gestaan die op een paar centimeter van de grond zijn afgezaagd. Overal steken stoppels uit de grond. Je moet donders goed uitkijken waar je je voeten neerzet, want voor je er erg in hebt sta je op of schop je tegen zo’n afgezaagd stukje hout en lig je met je snufferd op de grond. Dat wordt nog wat als we terug moeten, realiseer ik me. Bovendien leidt het paadje ons door dichte bosschages en lopen we onder meer langs wat tamme-kastanjebomen die hun eerste noten hebben laten vallen. Straks struinen we in het pikkedonker terug en staan hier misschien wel wilde zwijnen. Ik vind het geen enkel probleem als ik ze kan zien en heb zo vaak tussen de wilde varkens gestaan dat ik er absoluut niet bang voor ben en zij wel voor mij, maar als wij terug sluipen en we in hun domicilie ineens naast ze staan, kunnen ze best schrikken en impulsief agressief reageren.

the making of deel 3 (1)

Maar die gedachte wordt meteen naar de achtergrond gedrongen als Bert tegen een stoppel schopt en even wankelt en Gerrit over een gladde boomstronk uitglijdt en zich nog net aan een boompje kan vastgrijpen om te voorkomen dat hij valt. Even verderop maakt een enorme opluchting zich van me meester. Er staat tussen dicht struikgewas een hut op de grond! We hoeven niet omhoog! En het van balken en planken gemaakte bouwwerk is vrij hoog, ik kan er bijna rechtop in staan. Oef, dat scheelt! Gerrit, die zelf heeft meegeholpen aan de bouw, trekt heel voorzichtig de deur open en ik zie meteen een tweede meevaller: er is van planken een zitting gemaakt waarop een stuk schuimrubber van wel tien centimeter dik ligt. Wat een comfort!

Als we zitten en Gerrit de deur heel voorzichtig dicht doet, is het aardedonker. Hij duwt een plank op ooghoogte vóór ons omhoog en we kijken uit op een flink grasland dat omzoomd is door bomen en struiken. De hut staat op een hoek daarvan. Een ideale plek voor wild en om wild te spotten. Onder de kijkopening is een plank gemonteerd waarop we onze spullen kunnen leggen. Gerrit haalt twee verrekijkers uit zijn tas en legt zijn camera er op. Het apparaat ligt op een liggend statief en kan daar op blijven liggen als Gerrit wild ziet. Bert ritst zijn tas open, legt twee camera’s op de plank en ritst zijn tas weer dicht. Ik houd mijn camera vast en tuur naar buiten. Het is nog te licht, het wild is nog niet op weg, vermoed ik. We vergelijken elkaars lenzen en camera’s. Zacht fluisterend wisselen we wat wetenswaardigheden uit. Dan turen we alle drie zwijgzaam over de grasvlakte.

the making of deel 3 (5)

Gerrit wijst naar een donker bos achter de hoek van het terrein tegenover ons. Als er wild komt, komt het dikwijls daar vandaan. Maar er is ook wel eens wat dwars overgestoken. Eerder in de week heeft hij er schitterende foto’s van roodwild gemaakt.

Bert ritst zijn tas weer open en haalt er een andere lens uit waarmee hij wat foto’s van Gerrit voor het boek maakt. Daarna ritst hij de tas dicht en weer open en haalt hij zijn telezoomlens er uit. Hup, rits weer dicht. ,,Het lijkt wel of hij op een camping staat en zijn tent open ritst’’, fluistert Gerrit zacht. ,,Nog even en hij loopt met een wc-rol onder de arm naar buiten.’’

Het is weer twee minuten stil. We zien geen wild. Bert wordt onrustig. Hij speelt wat met zijn camera’s. ,,Ik wou dat er een paar meiden als balletdanseressen over dat gras liepen; mooie foto’’, fluistert hij. Even later horen we geknor. De darmen van Bert. ,,Chinees’’, antwoordt hij als ik vraag wat hij heeft gegeten.

We turen weer. Af en toe door de verrekijker. We zitten hier tien minuten, ik heb een hectische dag achter de rug met veel verschillende activiteiten en veel aan m’n kop en moet als ik weer thuis ben ook nog van alles doen, maar hier is alles al van me afgegleden. Ik ben maar met één ding bezig: kijken of ik wild zie. Genieten van de natuur. Genieten van een klein beetje spanning: gaan we wat zien, of zitten we hier voor joker? Genieten van de locatie: een mooi grasland, schitterend gemengd bos er omheen, mooie donkerblauwe lucht er boven. Genieten van de rust. Je hoort hier helemaal niets. Hoewel. Geknor. De darmen van Bert. ,,Dit is absoluut niet mijn ding’’, fluistert hij. ,,Het gaat al snel bij me kriebelen, ik wil wat te doen hebben.’’

We maken wat proeffoto’s om te zien op welke iso-stand we de camera’s moeten zetten. Het valt mee. De camera van Bert piept als hij scherp stelt. Het is even zoeken, maar dan heeft hij de camerastand gevonden waarmee hij de piep uitschakelt. Hij maakt nog wat foto’s van Gerrit waarbij het infraroodlampje gaat branden om scherp te kunnen stellen.

,,Laatst zaten we met een flink koppel in de grote hut bij een excursie van Het Geldersch Landschap. Allemaal twaalfeneenhalve euro betaald. Zitten we daar, horen we ineens een vent hardop praten. Weg wild. Die vent mocht daar helemaal niet komen, het is hier een rustgebied. Jammer dat er geen boa bij was die hem mocht bekeuren’’, verhaalt Gerrit. Hij heeft geen ‘theaterstand’ op zijn camera, dus als hij klikt, hoor je de spiegel in het toestel klappen. ,,Gaan ze daar niet voor op de loop, horen ze dat niet?’’ ,,Nooit last van gehad.’’

the making of deel 3 (4) (Custom)Dan zie ik ineens wat bewegen in de bosrand. Wilde zwijnen! Onder een eik. Ze staan eikels te eten. Ik zie er drie. Gerrit richt een verrekijker en ziet ook nog een stuk of zes biggen in het hoge gras. Geknor. De darmen van Bert. Maar de varkens horen en zien ons niet. Ze scharrelen wat onder de bomen. Het is daar veel te donker om ze in beeld te brengen. Hopelijk gaan ze zo het gras op. Geknor. De maag van Bert. We turen door de verrekijkers of er nog meer wild in aantocht is. ,,Gaan herten en wilde zwijnen samen?’’, vraag ik Gerrit. ,,Ja, maar reeën en wilde zwijnen niet. Reeën gaan meteen weg als ze varkens zien.’’ Geeft niks, ik zie liever een edelhert dan een ree.

Het wordt nu snel donkerder. Bert wisselt de lenzen van zijn beide camera’s, we maken alle drie wat proefopnames om te zien of we nog wel acceptabele foto’s kunnen maken. We hebben nog maar heel even. Ik zit al op 6400 iso. We vergelijken onze foto’s op het cameraschermpje. Het valt op dat het gras op mijn camera veel groener oogt dan op de andere camera’s. Ik stel het ding anders in. Bert ritst de tas weer open en even later dicht. De varkens blijven onverstoorbaar eten. Geknor. De darmen van Bert. ,,We hadden vanmiddag wat eikels en kastanjes in het gras moeten strooien’’, opper ik. ,,Dat gebeurt wel eens’’, weet Gerrit, ,,als het wild wordt geteld. Dan zitten ze hier ook. Dan noteren ze de aantallen en de tijd. Een eind verderop zitten ze ook te tellen en noteren ze de aantallen en de tijd ook. Daardoor kun je zien of het om dezelfde dieren of niet gaat.’’

Ineens zie ik een potje en een spuitbus boven het ‘doorkijkluik’. ,,Muggenspray en een muggenstift’’, zegt Gerrit. ,,Hier heb ik een enorme hekel aan’’, zegt hij terwijl hij een slaande beweging naar zijn wang maakt. ,,Het kan hier barsten van de muggen.’’

Eén van de volwassen varkens gaat na een minuut of twintig aan de wandel langs de bosrand. Ineens schrikt het dier ergens van. Niet van het geknor van de darmen van Bert, maar wat het wel is, weet ik niet. Het varken rent terug naar z’n soortgenoten en weg is het hele stel. Het moet ongeveer kwart voor acht zijn. Het is al zó donker, dat we foto’s maken kunnen vergeten. Maar we blijven nog wel even zitten. Eerder in de week hoorde Gerrit om kwart over acht van diverse kanten burlende edelherten. Bert heeft nog nooit zo’n beest gehoord. Ik wil zijn reactie wel eens zien als hij dat gebrul hoort. Als je het niet kent en het vlakbij gebeurt, schrik je je een ongeluk. Hij is weer bezig lenzen te wisselen. Rits open, rits dicht. Zijn darmen gaan ook nog steeds tekeer.

Het is nog steeds niet koud. Ik heb m’n jas en vest niet eens dicht. Volgens mij kun je het in zo’n hut en met drie man niet gauw koud krijgen. ,,Ik heb het hier wel eens zó koud gehad’’, fluistert de ervaren wildfotograaf, ,,dat ik geen gevoel meer in m’n vingers had. Probeer dan maar eens een foto te maken.’’

the making of deel 3 (6)

We turen door de verrekijkers. ‘’Herten!’’, fluistert Gerrit na verloop van tijd bijna onhoorbaar, ,,in het verlengde van die brede berk, in de bosrand.’’ Ik pak een verrekijker en zie na heel lang turen iets bewegen. Het kan van alles zijn. ,,Drie stuks’’, heeft Gerrit gezien. We wachten nog een kwartier. Maar de herten blijven in het bos, wagen zich niet op de vlakte. Ik zie door de verrekijker nu zelfs geen schimmen meer. En ik zie ook helemaal niets bewegen daar in het pikkedonker. Als daar honderd edelherten zouden staan en lopen, zouden we ze niet eens kunnen zien.

We horen wel een vogelgeluid in de verte. Ik denk aan een kraai. Maar Gerrit weet meteen beter: ganzen. Dan komt het geluid dichterbij en herken ik ze ook. Ze vliegen naar het zuiden. Straks nachtvorst.

Dan geven we het op. Heel zacht pakken we alles in. Je weet per slot van rekening maar nooit of we op de terugweg niet alsnog burlende edelherten horen. Gerrit sluit het luik. Bert maakt nog een paar foto’s met flits en verblindt ons. Ik zie niet eens dat Gerrit de deur heeft geopend.

Nu begint het rottigste deel van het uitstapje: de weg terug. Gerrit heeft een zaklamp bij zich en loopt vooruit. Ik realiseer me ineens dat ik een zaklamp op mijn mobieltje heb. Ideaal. We kijken geconcentreerd naar de grond om niet op stoppels te gaan staan of er tegenaan te schoppen. Ik houd m’n hart vast en zie me in gedachten al onderuit gaan. Pats! Daar gaat Gerrit. Voorover, op de knieën. Hij krabbelt overeind en nòg voorzichtiger struinen we verder. Oeps, daar gaat Bert ook bijna. Kuiltje in het smalle paadje. Hij kan nog net zijn evenwicht herstellen. Ik ben blij dat Gerrit de weg weet. Als we door wat struiken banjeren, gaat hij rechtsaf. Ik zou zweren dat we linksaf moeten, maar loop volgzaam achter hem aan.

Als we in de auto zitten, is het avontuur nog niet voorbij. ,,Het zou wat zijn als we nu op de Dellenweg wild voor de auto krijgen zeg.’’ Even voorbij de Ossenweg remt Gerrit af en stuurt hij de auto een paar meter een bospad in. ,,Hier heb ik een keer een ree met een kalf gezien.’’ Hij weet echt èlk plekje te vinden waar in de wijde omgeving van Epe ooit wel eens wild is geweest. Hij heeft ook een mogelijke verklaring voor het feit dat we niet van dichtbij wild hebben kunnen spotten. ,,De wind staat van de verkeerde kant. Die hadden we in de rug, misschien hebben ze ons wel geroken.’’

Even later rijden we langs het hertenkamp. ,,Kijk, hier kun je toch ook herten fotograferen? Daar hoef je toch niet úren voor in een hut te zitten?’’, vraagt Bert. ,,Je lijkt Joke wel, die zegt dat ook wel eens’’, reageert Gerrit. ,,Zit ik achter de computer foto’s van herten te bekijken die ik die dag heb gemaakt, ziet zij dat en zegt ze: ‘Je hebt toch al zat foto’s van herten, die heb je nou toch wel vaak genoeg gefotografeerd?’ Ze kan wel m'n foto's genieten, maar vindt al die beesten op elkaar lijken. Ze vindt het ook wel een mooie hobby, maar het is niks voor haar.’’

Thuis reageert de vrouw van Gerrit hoofdschuddend als ze verneemt dat we geen wild hebben kunnen fotograferen. Maar dat vind ik geen enkel punt. We zijn er lekker uit geweest, hebben genoten en gelachen en Bert heeft een paar prachtige foto’s van Gerrit voor ‘Goed goan’ gemaakt. En ik realiseer me eens te meer hoe groot de euforie moet zijn als je wèl iets voor de lens krijgt en thuis komt met een aantal schitterende foto’s zoals Gerrit op deze site en zijn blog heeft geplaatst.

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.