Bij ons in Brazilië: 22. De glorieuze Ipê
Als je in Epe of op de Veluwe geboren bent, dan houd je bijna automatisch van bomen. Je drinkt het frisse groen van de bomen of de koude kaalheid van de wintertakken met de moedermelk in. De meesten krijgen de namen van de meest voorkomende bomen mee tijdens de eerste wandelingen in en rond Epe, zoals ik een tijdje terug las in een verslag van de Avondvierdaagse. Het is daar een deel van je ademhaling. Je neemt die liefde en eerbied voor bomen voor altijd mee, al vanaf je kinderjaren.
De meeste Brazilianen hebben geen flauw benul van hoe al die bomen in hun grote diversiteit heten, ook al zouden zij een botanisch aangelegde moeder hebben. Er is één uitzondering: de ipê’s en dan alleen in de korte tijd dat hij bloeit.
De ipê’s bloeien in deze tijd, de koude tijd.
Als na de bloesemtijd in juni, juli, augustus of begin september de roze, of gele, of witte, of paarse bloemen van de straten zijn opgeveegd of door de natuur weer zijn opgenomen, dan is hun bomenkennis ook over.
De ipê is de nationale boom van Brazilië. Officieel is het de Pau-Brasil, maar weinig mensen kennen die. De symboolboom is de ipê en het is niet zo moeilijk om te raden waarom.
Het is één pracht en praal als die bloeit. Het maakt indruk op iedereen. Aan de kale takken, op de uiteinden, verschijnen in een mum van tijd de indrukwekkende bloemen in grote trossen van hangende kelkjes.
Zoals in Epe de sneeuwklokjes en krokussen de voorbodes zijn van de lente, zo is de ipê dat in Brazilië.
Hier in de stad zijn het vooral de roze ipê’s die te kust en te keur op straathoeken en pleinen hun schoonheid laten zien.
Rond ons wandelmeertje is een reeks witte ipê’s aangeplant die in augustus maar twee dagen mooie witte bloemen laten zien.
In de vrije natuur zijn het vooral de gele die overal als lichtpuntjes opduiken in het dorre land. Hoe kouder het is (tussen 10 a 15 graden) hoe meer bloementrossen.
Een reeks door mij geschoten foto’s die dat even laten zien.
De ipê’s hebben via vogels en insecten een rol in de voortgang van onze aardkluit. Alleen wij mensen kunnen en mogen, door ons bewustzijn, er de schoonheid van zien en als heimwee bewaren voor de rest van het jaar.





In de augustus/september zie je overal in het wat kale en geeldroge binnenland die hardgele bomen in het dorre landschap verschijnen. Zij lichten geel op. Zij versieren het uitgedroogde land. De bloesemtijd duurt maar even, maar veroorzaakt al van te voren, als je deze natuurwonderen mag aanschouwen, een gevoel van heimwee. Zo kort duurt hun bloeitijd. Je geniet van hen, maar voelt de droefheid van de korte duur al van te voren aan.


Bij ons Hemeltje staan er enkele die met hun gele kleur een paar dagen de hele omgeving markeren. Rechts onder een bloeiende mangoboom.





De witte ipê zien we hier vlak bij onze flat, tijdens onze rondjes rond het meer. In augustus bloeit zij maar heel even en na twee dagen vindt zij het genoeg en maakt zij een tapijtje van witte bloemen op het gras eronder. Dan pas komt de tijd dat de bladeren weer verschijnen.



Er dreigt een gevaar voor die prachtige bomen. In verschillende staten is de boom al een bedreigde soort. Het is altijd de mens die op het hardhout uit is. En kaarsrechte ipê’s zijn goed om in planken om te zetten. Het zeer harde hout wordt als vensters en deuren duur verkocht of als afdekking van muren of daken. Alleen de kromme blijven staan, omdat de mens (gelukkig) niet weet wat te doen met kromme gevallen.
Wij hopen dus dat de natuur ons meer kromme ipê’s geeft dan rechte, zodat hun schoonheid nog voor vele eeuwen zal en kan voortduren.
Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast