Geperst (26): Horrorvakantie (5)

’s Maandagsmorgens arriveerde de gerechtsdeurwaarder. Eén van de gasten had een lijstje gemaakt met onderwerpen waarnaar hij in het bijzonder moest kijken. De man maakte een geluidsopname van zijn bevindingen en blééf maar praten tegen zijn opnameapparaat.

De Belgen, die ons dankbaar waren voor alle hulp en medeleven en net zo veel medelijden met ons hadden als wij met hen, konden af en toe weer enigszins lachen, zij het als een boer met kiespijn. De brandbeveiliging klopte inderdaad voor geen meter. De zwembadbeveiliging voor kleine kinderen die niet kunnen zwemmen voldeed bij lange na niet aan de regels. Tussen een aantal horren en kozijnen zaten openingen die groot genoeg waren voor muizen om naar binnen te wandelen. Een aantal plafondventilatoren zat zo los, dat ze hevig heen en weer zwiepten als ze gingen draaien en je bang moest zijn dat je er door onthoofd zou worden als je er onder stond, zoals ik eerder ook al met angst en beven had vastgesteld. Zo klopte er wel meer niet, maar opvallend vonden wij vooral dat de man ook allerlei dingen constateerde op basis waarvan hij vaststelde dat de huurprijs bij lange na niet in overeenstemming was met hetgeen geboden werd.

Na zijn vertrek lieten de gasten weten de volgende dag naar huis te gaan. Het was geen vakantie, het was een strafkamp. En ze hadden er verse jeukende en brandende bultjes bij gekregen, dus die bedwantsen waren volgens hen niet uitgestorven. Bovendien zouden ze nu ook in een slaapkamer zitten waar ze nog niet eerder gesignaleerd waren en die ook niet was behandeld door de ongediertebestrijder. Die kamer grensde aan ons privéhuis. Oh jeetje!

We meldden dat de eigenaar en deden verslag van de bevindingen van de deurwaarder. En vertelden natuurlijk ook dat de bestrijding vermoedelijk niet had geholpen omdat de gasten weer verse bultjes hadden. Zaterdag zou een volgende groep, van elf mensen, arriveren en we konden niet garanderen dat die niet dezelfde ellende zouden meemaken. En wij dus ook. We voelden er helemaal niets voor de nieuwe gasten in te checken. Stel je voor dat ze er ook zo uit zouden komen te zien als onze huidige gasten. Dan hebben we bewust dat risico genomen. Bovendien waren we als de dood dat de bedwantsen ook tot in het privéhuis zouden doordringen. Dus adviseerden we dringend de komst van de volgende groep te annuleren. Voor hun eigen bestwil, hoe vervelend ook. Eerst maar eens even afwachten of alle punaises des lits wel dood waren. Desnoods nog een tweede behandeling voordat er nieuwe vakantiegangers zouden komen. Maar dat wilde hij niet. De mensen hadden betaald en geen haar op zijn hoofd die aan annuleren (en dus terugbetalen) dacht. Dat risico wilde hij voor dat geld wel lopen.

Maar wij niet. ,,Dan check je ze zelf maar in. Wij gaan naar huis voordat de volgende gasten arriveren.’’

We zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan, ook al omdat de vrouw van de eigenaar tijdelijk op krukken loopt. Maar we hadden afgelopen dagen contact gehad met een Nederlandse makelaar die wel eens iets voor de eigenaar doet en zij vertelde dat het geen enkel probleem zou zijn als wij zouden vertrekken. Zij kon dan het beheer overnemen en mensen inhuren voor het zwembad, de tuin en het schoonmaken. Dat zou de eigenaar natuurlijk wel een flink bedrag kosten. Maar de eigenaar beweerde tegen ons dat er geen andere oplossing was dan dat zij zelf moesten komen.

We spraken af dat we tot vrijdagmorgen zouden blijven. We zouden het zwembad, waarvan de temperatuur door de hitte maar niet onder de 30 graden was te krijgen met gevaar op algen of troebel water als resultaat, voor ons vertrek nog een goede beurt geven, het gazon weer maaien, het gastenverblijf en de studio schoonmaken, de rest van de enorme berg wasgoed onder handen nemen en het privéhuis schoonmaken. Bovendien zouden we de komst van de ongediertebestrijder afwachten, die telefonisch had gemeld dat hij medio die week nog een keer zou komen. Zo zouden de volgende gasten in ieder geval in een schoon huis komen en over een schoon zwembad kunnen beschikken.

We zijn onmiddellijk begonnen met verhuizen; alle kleding die we niet meer nodig zouden hebben, naar buiten. Wassen zodra de gasten al hun spullen gewassen hadden en daarna op een ogenschijnlijk veilige plek, in de garage, leggen. Dagelijks aan te vullen met kleding die we nog gedragen hadden en daarna ook gewassen kon worden. Vrijdagmorgen deden we de laatste was in de machine. Alles wat in het gastenverblijf moest en gewassen was, hadden we in de woonkamer van ons privéhuis opgeslagen.

De gasten vertrokken dinsdagmorgen volkomen gedesillusioneerd. Met wéér nieuwe bultjes. En met àl hun kleding in goed afgesloten vuilniszakken waarin een bestrijdingsmiddel was gegooid. Ze waren zó blij toen ze wegreden. Wij begonnen meteen met schoonmaken en na een kwartiertje vond ik een telefoon. Ik belde meteen een van de nummers die ik van de gasten had gekregen. ,,Er ligt nog een mobieltje!’’ Een kwartier later reed een van hun auto’s het terrein weer op. Zònder man. Hij had het niet aangekund om weer terug te gaan naar dat horrorhuis en was uitgestapt. Zijn vrouw kwam het mobieltje dus even halen. ,,Ik was zó blij dat we wegreden! Maar ja, zo’n toestel is wel de moeite waard om even terug te gaan. Als ik maar niet naar binnen hoef.’’

De resterende dagen zijn we de hitte blijven trotseren en van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met de was bezig geweest. Voor twaalf bedden lakens, slopen, spreien en dergelijke, met een tweede set voor alle bedden. Voor alle gasten badhanddoeken en badjassen. Alle kleedjes. Onze eigen kleding en alles waar stof aan zat. Wassen, ophangen, van de lijn halen, opvouwen, stapelen.

Donderdags hadden we de eigenaar nog even aan de lijn en constateerden we beiden dat het niet goed zou zijn elkaar daar tegen te komen. Hij liet ook weten dat de ongediertebestrijder pas na drie weken zou komen controleren. Prima, wat ons betreft. Zoek het maar uit met je bedwantsen.

Vrijdags rond het middaguur zijn we vertrokken. Zij zes kilo lichter, ik een kilo of tien. Het was te heet geweest om voldoende te eten en we hadden behoorlijke fysieke en mentale inspanningen geleverd die ons niet in de koude kleren waren gaan zitten. Doodmoe maar met een zucht van verlichting reden we de weg langs het huis op. We spraken af dat we de naam van de villa en het dorp waarin hij staat, nooit meer uitspreken of opschrijven. Dat we nooit meer het dorp bezoeken. De terugreis was al net zo als het verblijf daar. We hebben er achttien uur over gedaan in plaats van de beoogde dertien, veertien uur.

Thuis hebben we alles van stof buiten gelegd. Eerst wéér de wasmachine in voordat het naar binnen mocht. Als we ’s nachts wakker worden, voelen we het kriebelen. We hebben nachtmerries over een invasie van bedwantsen in ons eigen huis. Misschien hebben we er één meegenomen, of wat eitjes. Maar we zijn nu twee weken verder en hebben (nog) geen bultjes. De Belgen ook niet. Je kunt de plekken nog steeds zien, maar ze jeuken gelukkig niet meer, meldden ze donderdag. We hebben allemaal goede hoop dat we die rotbeesten daar gelaten hebben. Van het echtpaar dat nu in z’n eigen villa zit, hebben we niets meer gehoord.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.