Emotionele ontmoetingen
Het leven zit soms raar in elkaar. Er zijn perioden waarin ik tijdens mijn wandelingen op de Renderklippen regelmatig en ook wel dagelijks mensen tegen kom met wie ik altijd even een praatje maak, maar die ineens verdwijnen. Dan zie ik ze van de ene op de andere dag nooit meer. En vraag ik me af: is hij of zij verhuisd, ziek of overleden, is de hond er niet meer, wandelen ze ergens anders, lopen ze op andere tijden?
Soms weet ik alleen hun voornaam en verder niets over een adres of iets dergelijks. Informeren bij een andere wandelaar helpt ook niet altijd. De persoon is voor mij gewoon van de aardbodem verdwenen.
De laatste tijd miste ik een gedistingeerde 80-plusser die ik vroeger dagelijks en de laatste paar jaren een paar keer per maand ontmoette. Jaren geleden kwam ik hem vaak met zijn hond tegen. In eerste instantie bleven de contacten beperkt tot een vriendelijk ‘goedemiddag’, maar na verloop van tijd wisselden we wat meer woorden. Ik herkende hem altijd in de verte al, want hij schreed kaarsrecht, in stevig wandeltempo en met de handen op de rug en hij had dikwijls een hoed op. Als mijn vrouw mee liep, nam hij altijd uiterst galant de hoed voor haar af. Af en toe bleven we even staan praten en vaak begon hij dan over zijn grote voorliefde voor klassieke muziek. Je kon merken dat hij een belezen, levenslustige man was. Hij kon prachtig en met veel gevoel voor humor vertellen. Onze wegen scheidden zich altijd lachend. Op de terugweg zagen we hem altijd op een bankje zitten. Samen met een generatiegenoot die ook een hond had. Een goede ‘vrind’ van hem met wie hij ‘heerlijke gesprekken’ voerde over vroeger en klassieke muziek.
Op een dag zagen we in de verte een man lopen die aan hem deed denken, maar hem niet kon zijn. Hij liep met gebogen schouders, het hoofd naar beneden. Niets voor hem. Dichterbij gekomen bleek het hem toch te zijn. Hij liep te huilen. Hij vertelde dat hij net zijn zoon had begraven. ,,Dat is het ergste wat je kan overkomen’’, zei hij en we konden hem alleen maar volmondig gelijk geven. Hij liep leeg die middag. Vertelde hoe dramatisch zijn zoon aan zijn eind was gekomen. Hij was ernstig ziek geworden. Zijn vrouw had hem verlaten. Ze had hem ook nog even fijntjes toegevoegd dat hij toch niet de biologische vader van hun zoon was. De man was dus ook geen opa, zoals hij altijd had gedacht. Een onmens. We voelden diep medelijden, waren ook helemaal van slag. Intens triest, zo’n zielig hoopje mens dat je niet kunt troosten.
Na die ontmoeting kwamen we hem vaker tegen met zijn hond. Tot we hem een aantal weken misten. Maar ineens troffen we hem weer. Alleen. Zonder zijn trouwe viervoeter waar hij zo gek mee was. De tranen liepen hem weer langs de wangen toen we met hem stonden te praten. Hij had zijn kameraadje moeten laten inslapen. Zijn tweede zware verlies in een paar maanden tijd. Hij was wel weer alleen gaan wandelen, maar met heel veel tegenzin. Het leven had hem niet meer zo veel te bieden. Neem weer een hond, die zorgt voor de broodnodige afleiding, adviseerden we hem. Maar zo’n fijne hond als hij gehad had, zou hij nooit meer krijgen, wierp hij tegen. Dat hoeft ook niet, maar van een andere hond kun je ook weer gaan houden, zeiden we. Hij twijfelde. Hij was al aardig op leeftijd en zijn vrouw hield niet zo van honden. Dus bestond de kans dat de hond hem zou overleven. En wat dan?
Een paar maanden later kruisten onze wegen elkaar weer. Hij liep weer kaarsrecht, met het hoofd omhoog. Hij nam zijn hoed af en vertelde met trillende stem dat die van zijn zoon was. Die zou hij altijd dragen. Hij had toch weer een hond genomen. En was er ook wel gelukkig mee. Hij luisterde weliswaar nog lang niet zo goed als zijn voorganger, maar hij zorgde wel voor wat afleiding.
Maar tijdens de ontmoetingen daarna vertelde hij dat de nieuwe huisgenoot toch wel een flink probleem aan het worden was. Hij was niet zindelijk, plaste in huis. Hij kreeg dat maar niet afgeleerd. Hij had nog eens geïnformeerd bij de vorige eigenaar. Die bleek het probleem ook te hebben ondervonden, maar had er niets van gezegd. De man was de wanhoop nabij.
We merken wel dat hij het emotioneel zwaar te verduren had gehad. Hij kon het verdriet over vooral het overlijden van zijn zoon en alles wat daarvóór en daarna was gebeurd, niet goed verwerken. Begrijpelijk. Dat zijn diepe littekens in je ziel die eeuwig pijn blijven doen. Onze gesprekken werden vluchtiger, mooie verhalen vertelde hij niet meer, het ging meestal alleen even over de hond en daarna vervolgde hij zijn weg weer.
Het verbaasde ons dan ook niet echt dat we hem ineens een paar weken niet meer zagen. Tot hij plotsklaps weer opdook. Met een andere hond. De thuisplasser was niet langer te handhaven, het zou hem na tientallen jaren huwelijk op een echtscheiding komen te staan. Dus had hij hem weg moeten doen. Met pijn in het hart, want hij was inmiddels wel van het beest gaan houden. Zijn nieuwe, jonge aanwinst gaf hem gelukkig weer veel afleiding. Vooral tijdens de wandelingen. Want er zat jachtinstinct in, als hij hem los liet, stoof hij alle kanten op. Aan de riem trok hij alsof hij aan een touwtrekwedstrijd meedeed. Maar de man was voortdurend bezig hem af te richten en zeer consequent in de opvoeding en had engelengeduld.
Zo eens in de maand kwamen we hem tegen. Niet vaker, omdat hij niet meer dagelijks in ons wandelgebied liep en er meestal op andere tijden dan wij was. Zijn relatie met zijn hond ging met sprongen vooruit. De laatste keren dat we ze tegen kwamen, liep het dier los. Trots demonstreerde zijn baas dat hij goed onder appel stond. Op commando kwam het dier meteen en ging hij pal naast hem zitten. Prachtig om te zien hoe die twee naar elkaar toe groeiden. Hij was blij dat hij weer een kameraad had.
De laatste maanden zagen we hem niet meer. Eerlijk gezegd dachten we dat dat kwam doordat we op een ander tijdstip zijn gaan wandelen. Maar deze week vertelde iemand die hem ook dikwijls op de Renderklippen tegen kwam, dat hij na een kort ziekbed is overleden. Hartstikke jammer, maar voor hem misschien wel goed. Het leed dat hij moest torsen, was onmetelijk zwaar. Hopelijk is er een hiernamaals waar hij met zijn zoon is herenigd. Hij geloofde daar zelf vast heilig in.
,,En zijn hond’’, vroegen we na de onheilstijding. Die zit in een pension. De weduwe hield niet van honden en heeft hem meteen weggebracht. Dat is nou precies waar zijn baas bang voor was.
Sindsdien raak ik het beeld van een hond achter tralies die zijn baas mist niet meer kwijt. Daar had zijn ex-schoondochter moeten zitten.
Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast