Erwin van Andel: ‘Ontwikkelingshulp het mooiste wat er is’

erwin cheque (Custom)De Stichting Kenya Kinderen heeft een nieuwe sportieve uitdaging gelanceerd die geld moet opleveren voor het Maai Mahiu Children's Home in de Rift Valley in Kenya: een 750 kilometer lange fietstocht dwars door Kenia onder het motto ‘Epe Fietst Voor Kenya’. De  stichting is opgericht door Erwin van Andel en Jan Brinkman (resp. eigenaar en bedrijfsleider van C1000 Van Andel in Epe). Voor het boek ‘Goed goan’ hadden we in september een uitgebreid interview met Epenaar Erwin van Andel. Een fascinerend verhaal over zijn ondernemerschap is te lezen in het boek. Een net zo boeiend verhaal over de bevlogenheid waarmee hij zich geheel belangeloos inspant voor weeskinderen in Kenia, plaatsen we op deze site. Vandaag het eerste deel.

Erwin van Andel doet ongelooflijk veel voor het verenigingsleven in Epe. Hij is één van de grootste sponsors van het sportieve en culturele leven in het dorp. ‘Maatschappelijk ondernemen’, noemt men dat. Maar Erwin van Andel geeft een andere definitie van dat begrip. ‘Maatschappelijk ondernemen’ is iets dat een ondernemer doet zonder dat hij er enig commercieel belang bij heeft. In alle objectiviteit kun je stellen dat zijn vele activiteiten voor ‘zijn’ Stichting Kenya Kinderen daar geheel aan voldoen. Met een enorme bevlogenheid stopt hij daar ongelooflijk veel tijd en geld in, zowel privé als zakelijk. De enige link met zijn C1000 van Andel is dat hij het bedrijf gebruikt om geld voor het goede doel te verdienen.

Als de Epenaar over de weeskinderen in Kenya vertelt, hoor je een emotioneel en gedreven man, die terwijl anderen een gevoel van machteloosheid zouden krijgen, daadkracht toonde en tot op het bot gemotiveerd aan de slag ging om te proberen een eind te maken aan de misère waarin die kinderen leven. Alsof het zijn bloedeigen kinderen zijn. Hij is al een heel eind op weg, maar nog niet waar hij zijn wil.

Hij had slechts één vraag nodig voor een verhaal waarvan we regelmatig kippenvel kregen: ,,En dan je kinderen in Kenya. Vertel eens?’’

,,We deden al heel veel lokaal, met heel veel plezier, maar uiteindelijk is het niet alleen maatschappelijke betrokkenheid, maar ook een beetje commercieel. Want hoe maatschappelijk betrokken ben je als je gewoon verwacht dat je er meer klanten door krijgt? Dus ik vind dat een beetje tweeledig. Maar ik vind dat maatschappelijk ondernemen iets is waar je niets voor terug hoeft te hebben. Bij de Goede Herderkerk hebben ze altijd een heel grote rommelmarkt waar we altijd tweehonderd broden heen brengen. Dat is maatschappelijk betrokken ondernemerschap. Daar hoef je m’n naam niet voor te noemen. We doen het wel, maar dat maakt me niet uit.

erwin met kind.JPG (Custom)erwin - jan (Custom)In 2006 wonnen we een reis naar Kenya met een wedstrijd van Lipton thee. Bedrijfsleider Jan Brinkman en ik hadden het er over dat als we zouden winnen – dat zouden we toch niet doen – we met z’n tweeën gaan. Niet ik met m’n vrouw of hij met z’n vrouw, maar wij met z’n tweeën. Dat was puur een reis van vijftien dagen waarin we olifanten, leeuwen en weet ik al wat niet meer zouden zien. Met die gedachte zijn we er ook heen gegaan: we gaan lekker even twee weken volop genieten van de natuur, want het moet daar echt geweldig zijn. Het was echt een geweldige reis, we kwamen in de mooiste parken, in de mooiste lodges.

Toen zei de reisleidster: ‘Onderweg komen we langs een weeshuis, vinden jullie het als groep leuk om daar even naar binnen te gaan, om even te zien wat Kenya echt inhoudt?’. Dat hebben we gedaan. We kregen daar een rondleiding, waren alle luxe gewend en dat viel wel heel zwaar. Het was echt allemaal vies, oud, het was gewoon triest om te zien. We werden ontvangen in een zaal, de kinderen waren zo vrolijk, ze waren aan het zingen… Ik dacht: ‘Hoe is dit mogelijk?’. Toen ze ik tegen Jan, of Jan zei tegen mij, dat weet ik niet meer: ‘Kunnen wij hier wat voor doen? Met onze klanten geld inzamelen, zodat we de douches en toiletten wat opknappen. Dan hebben wij onze bijdrage geleverd, dat lijkt me hartstikke leuk.’

En je geweten sussen?

,,Ja, zo voelde dat een beetje. Toevallig kregen we van de manager van het weeshuis zijn kaartje, dat heb ik nog steeds. Hij zei: ‘Je weet maar nooit’. Toen zijn we de plannen gaan uitwerken. We kunnen misschien wel een statiegeldbonnenactie gaan doen, dat levert een paar honderd euro op en daar kunnen we de douches van gaan opknappen. Zo gezegd zo gedaan. De statiegeldbonnenactie liep niet zo heel hard en daarom zijn we een marktje gaan organiseren. Hebben we onze leveranciers gevraagd of ze nog wat rommel hadden om te verkopen en we hadden zelf de zolder nog vol staan. Hielden we een koopjesmarkt waarmee we best nog wat geld hebben binnen gehaald. We hadden 17.500 euro op een gegeven moment en toen zeiden we: ‘Dan gaan we weer naar Kenya, we gaan naar die manager van het weeshuis, we nemen een cheque mee.’

erwin cheque

Een aantal organisaties zet zich ook in voor de Stichting Kenya Kinderen en verblijdt Erwin wel eens met een cheque.

Nou, zo gezegd zo gedaan. We kwamen daar met die cheque en die manager zei: ‘Aah, dat is te veel!’ We hadden gezegd dat het voor de douches en toiletten was, maar daar was het veel te veel geld voor. Het is de enige keer dat hij dat ooit heeft gezegd hoor, dat had hij wel slim gedaan. ’Daar kunnen we wel een heel gebouw van neerzetten’, zei hij, ‘een jongensgebouw met 72 slaapplaatsen, douches, toiletten, alles er op en er aan’.

Nou, dan gaan we dat doen. Dat was helemaal geweldig dat we dat konden doen van het geld. Twee maanden later kregen we bericht dat het toch niet genoeg was, dat er toch wat meer geld voor nodig was. Er moest nog iets van 10.000 euro bij. Dat was heel slim gespeeld van hem, maar goed, wij lieten ons niet kennen en zeiden dat het helemaal goed zou komen. Daar is het allemaal mee begonnen.

Dat jongensgebouw is 1 november 2008 geopend. Groot feest. Wij er weer heen. Het was echt geweldig. Er stond een heel mooi gebouw. Wij hadden zoiets van; we zijn hier klaar. Maar het voelde zó goed en de oude gebouwen, die toiletten en douches, waren nog steeds niet voor elkaar. Dus zeiden we: ‘En tòch moet dat gedaan worden’. Dus daar zijn we toen voor gaan sparen. Bovendien moesten de kinderen nieuwe schooluniformen, nieuwe schoenen, er moest een nieuwe waterleiding aangelegd worden; dan zouden ze alles voor elkaar hebben. Daar zijn we een paar jaar mee bezig geweest.’’

erwin en jan (Custom)

Daar haal je je wel wat mee op de hals.

,,Ja, maar toen wij dat jongensgebouw konden openen, was het wel heel mooi. De kinderen waren blij, het hele dorp was uitgenodigd, de bisschop ging het openen. Ik dacht wel: hier kun je wel het verschil maken. Voor ons was het geld eigenlijk zo bij elkaar gehaald, dat stelde niet zo heel veel voor. Je moest er best wel wat voor doen, maar het was wel haalbaar. En dan heb je voor 25- tot 30.000 euro zo’n mooi gebouw. Daar hadden we wel een heel goed gevoel bij. Als we dan toch maatschappelijk verantwoord bezig willen zijn, dan is dat dit. We maakten 72 kinderen blij. Commercieel is het helemaal niet interessant.

Maar goed, dat hadden we allemaal gedaan, het hele weeshuiscomplex was netjes opgebouwd, het zag er allemaal weer heel goed uit, de kinderen waren blij. We kwamen er regelmatig en zagen dat de kinderen heel erg blij waren, maar op de een of andere manier miste er toch iets, ik had het gevoel dat het anders moest. Als wij er waren, trokken de kinderen altijd naar ons toe, ze zochten aandacht, wat gezelligheid, wat liefde. Dan duik je in zo’n organisatie en denk je: 72 kinderen in één gebouw, met één matron, één ‘moeder’ die voor ze zorgt; als die kinderen problemen hebben, moeten ze in de rij gaan staan. We vroegen ons af: is dit ontwikkelingshulp? We zijn met de manager en wat andere mensen gaan praten en toen wisten we: dit is eigenlijk niet de manier waarop het zou moeten. Eigenlijk moeten we een totaal ander weeshuis gaan bouwen. We moeten kleinere woningen hebben met een vader en een moeder, zodat de kinderen als een groot gezin samenwonen. Niet twee of drie kinderen in een huis, dat is financieel niet haalbaar. Weet je, het zijn allemaal wezen. Als je wees bent, kun je bijna nergens op terugvallen, dus die kinderen hebben qua toekomst niet heel veel. Ze gaan naar school en dat is het. Ze hebben zó veel ellende meegemaakt. Uiteindelijk kwamen we op een plan waarbij we vijf huizen zouden bouwen met in ieder huis twaalf kinderen, met een vader en een moeder. Dan kun je de kinderen echt een goede toekomst geven. We dachten er verder niet bij na hoe we aan die vaders en moeders zouden moeten komen, maar dat was het ideale plaatje.’

erwin in Kenya

Dat is lekker als je net een nieuw weeshuis hebt gebouwd.

,,Wij participeerden in dat weeshuis, in een geldschietende rol, dat weeshuis was niet van ons. We wilden dat weeshuis wel veranderen, maar dat kon niet. We hadden wat geld er in gestopt en moesten verder onze mond houden. Dus we hebben twee hectare grond gekocht iets buiten het dorp en daar moest het maar gebeuren. Maar we hadden nog geen vergunning, we hadden niets geregeld. Heel raar. Natuurlijk veel te impulsief geweest. Maar ja, we moesten wel eerst vergunning gaan aanvragen, je kunt niet zo maar gaan bouwen. We hadden de grond, dus daar hebben we het eerste jaar maïs en bonen verbouwd, dat ging naar het weeshuis. Zo werd de grond in ieder geval gebruikt. We hadden geluk, want er viel dat jaar heel veel regen, dat is niet altijd zo, maar we hadden een heel mooie opbrengst. Het kwam voor het weeshuis goed uit, zeker omdat in die periode de levensmiddelen wat duurder werden. Het is dus allemaal goed besteed, we hebben er absoluut geen spijt van gehad.

Inmiddels zijn we bezig geweest om de vergunningen rond te krijgen en uiteindelijk mochten we een weeshuis bouwen, mits we aan wat eisen zouden voldoen. De manager van het andere weeshuis zei: ‘Dat ga ik er wel bij doen en op het moment waarop het wat groter wordt, gaan we wel eens kijken of ik op de loonlijst kan, maar voorlopig hoeft dat niet’.

erwin huis

Plattegrond van het weeshuis. Medio dit jaar staan er vijf.

Dus we zijn eind 2010 begonnen met de bouw van het eerste huis. Een half jaar later was het klaar en hebben we twaalf kinderen uit het oude weeshuis gehaald voor een eerste kennismaking. ‘Jullie mogen hier gaan wonen.’ Die kinderen huilen! ‘We willen hier niet heen!’ Och… ‘Het is een fantastisch mooi huis, het is het mooiste wat je kunt hebben!’. Maar ze wilden niet weg. Achteraf begrijp ik dat wel. Die kinderen worden uit hun vertrouwde omgeving gehaald, gaan naar een weeshuis en dan haal je ze daar weer weg. Die kinderen krijgen zo ook geen rust. Maar we hebben doorgezet, gelukkig maar, want die kinderen hebben – de eerste tijd zijn ze misschien niet heel blij geweest – wel de liefde en aandacht gekregen die ze uiteindelijk moesten krijgen. Ze zijn naar een andere school gegaan, dus het onderwijs is een stuk verbeterd, het eten is meer gevarieerd. Dus aan alle kanten hebben we er voor gezorgd dat die kinderen het goed hadden. Inmiddels is het vierde huis bijna klaar. (Het gesprek is eind september – BH/JS) Er zitten 36 kinderen die het geweldig goed naar de zin hebben, die het heel goed doen, die emotioneel ook een heel goede ontwikkeling doormaken. Want daar loop je tegenaan: er is een burgeroorlog geweest, die kinderen hebben de meest verschrikkelijke dingen gezien, ze hebben dat een plaatsje kunnen geven. Wat we daar doen, dat geeft zó veel voldoening. Als je me nu vraagt: waar draait het in het leven om? Dan zeg ik: eigenlijk moet ik die winkel … die interesseert me geen ene…. Dáár gebeurt het, dat is inhoudelijk zinvol werk. Maar ik kan gewoon niet zonder de winkel, ik heb de winkel heel hard nodig. Maar diep in mijn hart: die ontwikkelingshulp en zeker het ontwikkelen van iets moois, dat is echt geweldig, dat is het mooiste wat er is.’’

Dus als je multimiljonair zou zijn, zou je daar aan het werk gaan? Hij twijfelt geen fractie van een seconde.

,,Ja!’’

Maar je hebt ook nog een gezin.

,,Dat is heel lastig. Ik ga er twee keer per jaar heen en dat vraagt al heel wat van ze. Ik doe het wel buiten mijn vakantie om, mijn vakantie is van mijn gezin, die is heilig. Maar ja, ik ben wel twee keer per jaar ruim een week weg. Met kinderen die in de pubertijd zitten is dat wel pittig, ook voor mijn vrouw. We zijn er een keer geweest dat de burgeroorlog volop aan de gang was. Dat huizen in brand stonden, dat het echt onrustig was. Weet je, voor mezelf maakt dat niet veel uit, maar voor het thuisfront is dat geen prettig idee. Over drie weken ga ik weer, mijn vrouw vroeg al of ik daar met al die aanslagen wel heen moet. Maar ik ga er heen, wat er ook gebeurt. Ik heb toch niks misdaan?’’

 

- Morgen deel 2 van het interview -

 

 erwin plattegrond weeshuiscomplex transparant (Custom)

Plattegrond van het weeshuiscomplex.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Terzijde

samen

Houd vol, we moeten met z'n allen door deze crisis. Houd rekening met elkaar en wees extra lief voor iedereen die dat nodig heeft.

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.