Werken voor een wonder in Guatemala: water uit een kraan!

guatemala (7) (Custom)Je zult samen met andere vrouwen maar 70 minuten moeten lopen om in een vervuilde rivier een kan met 10 liter water te halen die je op je hoofd naar je huis moet zeulen. En dat vijf keer per dag! Maar dan ineens ontfermen een paar mensen zich over jou en je 375 dorpsgenoten. Ze laten leidingen aanleggen met aan het eind daarvan, in je dorp, voor de deur van je hutje, een kraan. Als je daar aan draait, komt er zomaar water uit! Alsof je water ziet branden.

De mensen die voor dit wonder in het Midden-Amerikaanse Guatemala hebben gezorgd, zijn de oud-Vaassenaren Jan en Ineke de Smidt en andere vrijwilligers van hun Stichting Ayuda Maya, onder wie Sjoukje Dijkstra uit Vaassen, ambassadeur van de stichting.

Guatemala heeft afgelopen eeuw een bewogen periode achter de rug waarin de oorspronkelijke bewoners, de Maya’s, zwaar geleden hebben onder dictatuur. Velen vluchtten in de jaren ’70 en ’80 de bergen in om te ontkomen aan de Maya-genocide die dictator Efraín Ríos Montt had ontketend. Sinds 1986 is Guatemala weer een democratisch geleid land, maar niettemin woedde er tot 1996 een burgeroorlog die aan 200.000 Maya's het leven heeft gekost. Ook  nu nog worden zij zwaar gediscrimineerd. Bovendien is Guatemala een land waar de misdaad en corruptie nog welig tieren en mensenrechten geschonden worden.

Guatemala is door zijn schitterende natuurgebieden en rijke Maya-cultuur ook een populair vakantieland. Zo raakten Jan en Ineke Smidt er ook verzeild. Ze raakten zo onder de indruk van de ellendige omstandigheden waarin veel Maya’s leven, dat ze besloten zich voor hen in te zetten. Ze richtten de Stichting Ayuda Maya op, die zich ten doel stelt om structureel verbetering te brengen onder de arme Maya-bevolkingsgroepen, onder meer door watervoorzieningen te realiseren in dorpen waar de bevolking afhankelijk is van vervuild water in rivieren die op flinke loopafstand van hun dorp liggen. Daarmee slaan ze veel vliegen in één klap: de kindersterfte neemt af, jong en oud wordt gezonder, vrouwen houden tijd en energie over om aan een beter bestaan te werken, er kan groente geteeld worden, de dorpen krijgen een economische impuls, etc. De stichting werkt samen met onder meer andere non-profitorganisaties en de bevolking van dorpen die geholpen worden.

Mannen uit de dorpen die waterleiding krijgen, leren ook hoe ze eventuele defecten moeten repareren en de voorziening moeten onderhouden. Vrijwel al het geld dat de Stichting Ayuda Maya inzamelt, wordt ingezet voor het goede doel. Er kan niets aan een strijkstok blijven hangen omdat er geen strijkstok is. De bestuursleden van de stichting betalen bijvoorbeeld alle kosten die ze maken, inclusief reizen, fondsenwerving en administratie, uit eigen zak. Het werk van de stichting wordt zo gewaardeerd, dat de Wilde Ganzen haar nu ook steunt.

Eén van de mensen die in het voetspoor van Jan en Ineke de Smidt is getreden, is de Vaassense Sjoukje Dijkstra (67). Ze is ambassadeur van de stichting en houdt zich onder meer bezig met fondsenwerving. Ze staat ook met een kraam op markten en andere evenementen om sieraden die de Maya’s hebben gemaakt, te verkopen. Onlangs trof ik haar op de lentemarkt bij museumboerderij Hagedoorns Plaatse.

guatemala (10)

guatemala (7)

Sjoukje heeft liefst vijf maal kanker overwonnen. Tijdens haar chemokuren visualiseerde ze dat ze de Himalaya aan het beklimmen was en nam ze zich voor dat als ze helemaal genezen zou zijn, ze die berg in Tibet daadwerkelijk zou beklimmen. Maar haar vrienden Jan en Ineke de Smidt vertelden toen het zo ver was, met zo’n aanstekelijk enthousiasme over Guatemala en hun goede werk daar, dat ze besloot met hen mee te gaan naar dat berggebied. Ze was meteen verkocht en besloot zich in te zetten voor de stichting. Als iemand weet wat kwaliteit van leven betekent, is zij het wel. ,,Dit werk geeft me energie. Mijn leven is gered en ik kan nu misschien wat betekenen voor het leven van anderen. Ik heb het niet gezocht, het kwam op mijn pad, het overkwam me.’’

In januari 2013 woonde ze de afronding bij van een waterproject in het dorp Tuxila, waar 375 mensen wonen. ,,De mensen daar moeten het zelf doen. Het doel is eigenlijk dat wij er voor willen zorgen dat de gezinnen zelf kunnen werken aan de verbetering van hun leefsituatie. De mannen zijn verplicht om mee te helpen, anders beginnen we er niet aan. Ze moeten helpen graven, ze zien hoe het systeem wordt aangelegd, als er iets kapot is, moeten ze het zelf kunnen repareren. Bij de ‘inauguratie’ waarbij de waterleiding in gebruik werd genomen, kregen ze een oorkonde, een diploma dat ze hebben meegeholpen. Velen kunnen lezen noch schrijven, maar dat geeft niet, het ging om de symbolische betekenis. Het mooie was dat ze als beloning ook gereedschap kregen: de één een hamer, de ander een knijptang, de derde iets anders. De komst van een waterleiding is een totale verandering van hun bestaan. Ze moeten bijvoorbeeld leren met een kraan om te gaan.’’

guatemala (15)

Jan en Ineke de Smidt zijn de initiatiefnemers en dragende krachten van de stichting Ayuda Maya en hebben al enkele Maya-dorpen van stromend water voorzien.

guatemala (12)

guatemala (14)Gedurende de aanleg van het systeem, zo'n 6 maanden, zijn de technici van de partnerorganisatie Adicay in het dorp, die voorlichting geven over hygiëne, het belang van latrines en de bevolking leren hoe om te gaan met het water. ,,We hopen dat dit ook het begin is van een leven waarin meer kinderen naar school kunnen gaan en niet hoeven te helpen met het halen van water’’, vertelt Sjoukje gepassioneerd. ,,We brengen ze bij wijze van spreken geen vis, maar een hengel waarmee we ze leren vis te vangen. Unicef heeft ook wel waterleidingen aangelegd, maar dan zie je een kraan van vijftien jaar oud waar geen water meer uit komt. Zo’n organisatie heeft wel geïnvesteerd, maar weten die mensen veel. Ze hebben echt helemaal niks om zo’n kraan te repareren. Dan staat zo’n kraan daar zonder dat er iets mee gedaan kan worden. Dus moeten die vrouwen weer úren per dag lopen om in een vervuilde rivier water te halen. Er is dus wel geïnvesteerd, maar volgens mij niet op een goede manier. Ik vind dat de Stichting Ayuda Maya dat beter doet. Er wordt altijd eerst onderzoek gedaan naar waar de waterleiding het best kan lopen. Dat moet op eigen grond van de mensen zijn, want we werken in principe niet samen met overheden, burgemeesters en andere belanghebbenden, omdat het land zo corrupt is als maar kan en ze nog zouden moeten betalen ook als de waterleiding over grond van een ander zou lopen.’’

guatemala (6)

Rechtsonder een kruik waarmee Maya-vrouwen dagelijks wel zes uur moesten lopen om aan de waterbehoefte van hun gezin te kunnen voldoen.

 

Sjoukje leerde er de cultuur kennen en raakte er van onder de indruk. Ze wil er net als de anderen die zich voor de Stichting Ayuda Maya voor waken dat de Nederlanders niet van hun eigen cultuur overbrengen op de Maya’s. ,,Dat de vrouwen daar water haalden en niet de mannen, is de cultuur. Dat is nog van vroeger, de mannen gingen op jacht en de vrouwen hielden zich bezig met het halen van water. Het halen van water heeft ook wel een sociale functie: de vrouwen ontmoeten elkaar bij de rivier, waar ze wassen. De mannen werken vaak in andere gebieden als koffieplukker, in de cacao-en kardemom-oogst. Ik kreeg wel eens te horen: ‘Maar ze hebben wel televisie!’ Zo kunnen mensen wel eens reageren. Nou, ze hebben daar helemaal geen televisie, ze hebben niet eens stroom! Hoe vaak je je niet moet verdedigen! Zo van: ’In Nederland is ook armoede’. ‘Ja’, zeg ik dan, ‘in Nederland is ook armoede. Maar het is toch anders. Wij zijn in wezen gewoon rijk. Als een kind daar ziek is en ze een ziekenauto nodig hebben, moeten ze eerst geld hebben om benzine voor de ziekenauto te kopen. Maar dat geld hebben ze niet. Veel Maya’s hebben ook geen geld om kinderen naar school te laten gaan. Ik hoop ook dat er meer geld beschikbaar komt zodat kinderen naar school kunnen. Dat zou weer een stapje in de goede richting zijn. Het is stapje voor stapje, maar elk stapje is er één.’’

guatemala (13)

De Maya-cultuur stond eind vorig jaar wereldwijd in het spotlicht omdat op 21 december de wereld zou vergaan omdat de Maya-kalender toen eindigde. Er werden allerlei voor toeristen bedoelde ceremonies gehouden, maar alleen met Maya’s die daar voor uitgenodigd waren. Niet de Maya’s uit de berggebieden waar de Stichting Ayuda Maya actief is. Sjoukje was er ongeveer een maand later, bij de ingebruikneming van de waterleiding in Tuxila. ,,Je ontmoette ook Nederlanders die boeken schrijven over de Maya-cultuur en vroegen: ‘Wat hebben jullie van die cultuur gemerkt?’. Nou, helemaal niks, in de gebieden waar wij zitten, houden de mensen zich daar niet mee bezig, daar zijn ze alleen maar bezig met overleven. Even voordat wij er waren en de waterleiding geopend werd, is er wel een Maya-ritueel in het dorp geweest. Dat heeft een hele avond geduurd, want de Maya’s geloofden niet dat er water uit die leiding zou komen en vroegen de Goden hen goedgezind te zijn. Ze hebben een hele ceremonie gehouden met kaarsen, wierook en dergelijke. Kun je je voorstellen hoe blij ze waren toen er water was toen de kraan werd opengedraaid? Die mensen hebben nooit een feest, maar daar hebben ze een feest van gemaakt. Als zo’n project begint, vragen ze ook altijd toestemming aan Moeder Aarde. ‘Mogen wij hier graven?’ Eén en al respect. Als wij ze hier naartoe zouden halen, zouden ze diep ongelukkig zijn. De rijkdom die ze met elkaar hebben, de blijdschap, de innerlijke beschaving die ze hebben, dat is ongelooflijk mooi. Wij kunnen wat dat betreft veel van hen leren. Ik heb er verschillende kippenvelmomenten meegemaakt. Toen we staand achterop een pickup in het dorp arriveerden, stond de bevolking ons op te wachten met trommels, wierook, fluiten en gekleurde ballonnen. Toen dacht ik: ’Jeetje, ik schaam me dood, ik lijk de koningin wel’. Ik kan daar ook helemaal niks mee. Wij hoeven helemaal  geen dank je wel, voelden ons ontzettend opgelaten, maar zij wilden laten zien hoe blij ze zijn en dat moet je dan accepteren’’

De stichting probeert ondertussen op alle mogelijke manier geld te verwerven. Sjoukje verkoopt op evenementen voor weinig geld prachtige sieraden die door Maya-vrouwen zijn gemaakt.

guatemala (2)

guatemala (3)

guatemala (4)

guatemala (5)

guatemala (8)

guatemala (9)

guatemala (10)

,,We zijn hartstikke blij dat de organisatie voor ontwikkelingssamenwerking Wilde Ganzen ons nu steunt. Wilde Ganzen verhoogt de opbrengst van onze acties met 55% en helpt ons ook met andere dingen. Dat is geweldig, het is toch een vorm van erkenning. We vinden het ook heel leuk dat andere organisaties ons steunen, zoals studenten van een MBO-school in Amersfoort, die binnenkort naar Berlijn fietsen en het geld dat ze daarmee ophalen, aan de Stichting Ayuda Maya schenken. Ik zelf zou het heel mooi vinden als er eens een serviceclub uit onze eigen omgeving is die ons wil steunen. Het geld dat serviceclubs voor goede doelen verzamelen, gaat altijd naar bekende, min of meer vaste goede doelen. Ik zou het geweldig vinden als een serviceclub zich eens voor de Stichting Ayuda Maya wil inzetten. Wie ons wil helpen, kan ons mailen op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .’’

Meer informatie over de Stichting Ayuda Maya staat op haar eigen site


 

De stichting Ayuda Maya leunt bij de uitvoering van haar projecten op de non-profitorganisatie Adicay uit Guatemala, die onder leiding staat van de Maya Ana Cal Choc. Haar levensverhaal is ongelooflijk indrukwekkend en te mooi om niet over te nemen:


De droom van Ana Cal Choc

guatemala (1)“Ik kom uit een arm, nederig maar hecht gezin met 8 kinderen die kort op elkaar zijn geboren. Ik ben de een na jongste en was een serieus kind. Mijn vader moest hard werken als arbeider in de schoenenfabriek in San Cristobal (ca. 20 km van Coban af) om het gezin te onderhouden. Speelgoed hadden we niet. Om aan genoeg geld te komen voor ons gezin had mijn moeder een groentetuintje. Op de markt verkocht zij de groenten en bloemen uit onze tuin. Ook hielden we veel kippen. De eieren werden verkocht om het huishouden draaiende te houden. Mijn vader wilde ons een goed leven geven en kwam op het idee om een stukje land te kopen om een huis op te bouwen. Hiervoor moest mijn vader geld lenen, waarover hij heel veel rente moest betalen. Soms kon hij alleen de rente betalen en de aflossing niet. Dan werden er noodgedwongen ook kippen verkocht.
Ik doorliep de 6 klassen van de lagere school en vanaf mijn 12e ging ik in het koffieseizoen werken als koffieplukster. ’s Avonds leerde ik door. Mijn dag zag er dan als volgt uit: Opstaan om 4 uur 's nachts. Lopen naar de koffiefinca 4 uur verderop. Koffieplukken tot 3 uur ’s middags. De 4 uur weer teruglopen. Een kwartiertje om te eten. En weer in het donker tot 9 uur ’s avonds naar school, de basico. Daarna maakte ik bij kaarslicht mijn huiswerk - elektriciteit hadden we niet-. Dan was ik ruim 18 uur per dag bezig. Ik verdiende in die tijd 100 Quetzales per maand (€10).
Toen ik 15 was gebeurde er iets interessants.
Er was een volleybalwedstrijd van de fabriek waar mijn vader werkte. Ik ging er kijken en toen bleek dat het team een speelster tekort kwam, vroegen ze mij. Ik bleek er heel goed in te zijn en dank zij mij werden ze kampioen. Na afloop zeiden ze tegen mij: “Als je zin hebt om op de fabriek te komen werken, kom dan morgen naar het kantoor, dan hebben we werk voor je”.
En zo kwam ik in de fabriek van mijn vader te werken.
Eerst als leerverfster, smerig werk. Daarna werd ik het hulpje van mijn vader bij een machine waarmee het leer wordt gladgemaakt. Machines waarbij het heel heet was en waarbij veel chemische en ook giftige stoffen werden gebruikt. Het waren zeer ongezonde werkomstandigheden en ik denk dat mijn vader door dit ongezonde werk is overleden. Ik was 15 toen hij overleed en 's avonds ging ik nog steeds naar school.
Mijn moeder stond er toen alleen voor en ik nam toen al het besluit niet te trouwen. Om twee heel belangrijke redenen: ten eerste moest er iemand zijn die later voor mijn moeder zou kunnen zorgen en ten tweede zag ik dat de echtgenoten van mijn getrouwde zussen zich niet verantwoordelijk voelden voor hun gezinnen. Het bekende machismo, wat in Guatemala ook nu nog veel voorkomt. Ik wilde een vrij en ongebonden persoon zijn. Om later voor mijn moeder te kunnen zorgen en ook om in alle vrijheid mijn werk te kunnen doen.
Zo denk ik er nog steeds over.
In mijn vrije tijd ging ik met enkele verpleegsters, als gids mee naar de rurale gebieden in Alta Verapaz. Ik hield hen gezelschap en wees hen de weg tijdens de bezoeken aan de dorpjes waar zij medische hulp verleenden. Daar zag ik de realiteit. Hoe slecht de families er aan toe waren. Hoe arm en hoe ziek en ondervoed de baby’s waren. Geen water, geen elektriciteit, geen fatsoenlijke wegen, niets.
Toen besloot ik om deze gemeenschappen te gaan helpen. Te gaan studeren, zodat ik hiervoor beter toegerust zou zijn. In de fabriek maakte ik beetje bij beetje carrière en belandde ik achter de schoenennaaimachine. Ik was een snelle leerling en hierna werd ik assistent supervisor van een productielijn. Zo werkte ik 6 jaar in de fabriek en verdiende weinig. Ik won een beurs om 3 maanden te mogen studeren in de Verenigde Staten. Ik studeerde agricultuur (landbouw) in Miami, Portland en Boston. Toen ik terugkwam mocht ik opeens niet meer bij de machines werken en kreeg ik ontslag.

Daarna kreeg ik een tijdelijke baan bij het Nationaal Instituut voor de Statistiek (INE) voor het verzamelen, produceren en publiceren van officiële statistieken. Ik werkte er twee jaar. Tijdens de veldonderzoeken, die steeds 6 maanden duurden, werd ik mij nog sterker bewust van de barre leefomstandigheden in de rurale dorpen. Toen kreeg ik opnieuw een beurs aangeboden. Ik studeerde in de stad Quetzaltenango watertechniek in rurale gebieden. Daarnaast deed ik nog een tweede studie en zo werd ik ook gediplomeerd sociaal werker. Mijn studietijd was een zware tijd. Ik voelde mij alleen en miste mijn familie. Ik kon maar eens in de drie maanden naar huis. Maar mijn droom bleef heel sterk.
De studie en de opoffering waren nodig om mijn doel te kunnen bereiken: het helpen van de arme families.
Nadat ik was afgestudeerd in watertechniek kreeg ik een baan aangeboden bij Agua del Pueblo, met het doel te helpen bij het opzetten van een bijkantoor in Coban. Mijn salaris werd 500 Quetzales per maand (€50). Hiermee moest ik eten kopen, kamerhuur betalen en mijn familie deels onderhouden.
Al snel nam ik meer verantwoordelijkheid op me als regiodirecteur. We voerden vele projecten uit op het gebied van water, gezondheid, latrines en hygiëne. Dankzij onze inzet gedurende de 14 jaar die ik er werkte werd het een stabiele organisatie.
Toen ik ontdekte dat er onregelmatigheden plaats vonden op het hoofdkantoor in Quetzaltenango was ik erg teleurgesteld. Zij verloren hun missie en visie als non-profitorganisatie uit het oog. En als je die verliest, dan verlies je alles. Het voelde niet goed meer om nog langer voor deze organisatie te werken. De directie op het hoofdkantoor wilde vooral geld voor zichzelf verdienen. Het was een zieke organisatie geworden.
In diezelfde periode (2010) werd ik zelf ook ziek. Ik leed al een tijd aan zware
hoofdpijnen. Na onderzoek werd de oorzaak gevonden. Een verschoven nekwervel. Ik reed namelijk veel motor op de slechte wegen naar de dorpjes. Wilde ik niet invalide worden, dan moest ik worden geopereerd. En dat is bijna onbetaalbaar. Dankzij Walter Grimm uit Zwitserland, die ik ken wegens de waterprojecten die zijn stichting financiert, werden deze operaties mogelijk. Hij betaalde meer dan 36.000 Quetzales (€3600) voor de 2 operaties. Ik kon 3 maanden niet werken en had verplicht rust. Ik had dus veel tijd om na te denken. Het hoofdkantoor van Agua del Pueblo maakte van mijn afwezigheid misbruik en ontsloeg het ervaren team in Coban. Tegelijkertijd nam het nieuw personeel aan, onervaren mensen, zonder liefde voor dit werk. Het was een stressvolle tijd. Ik sprak met veel mensen die ons werk een warm hart toedragen. Zij brachten mij op het idee een nieuwe organisatie te starten, samen met mijn ervaren oud-medewerkers. Zo ontstond in 2011 Adicay. Ik ben heel blij en gemotiveerd, omdat al mijn oude medewerkers in mij en zichzelf geloofden. We bouwen nu samen aan een nieuwe organisatie. Zij spreken als inheemsen hun Mayatalen zoals Q’eqchi, Pokomchi. En vanzelfsprekend ook Spaans. Maar boven alles zijn zij zich bewust van de situatie van de dorpsgemeenschappen. Dat er nog veel werk te verrichten is, om een begin te maken in hun ontwikkeling. Ons bestaan is erop gericht om deze nood te lenigen en om het vertrouwen te bestendigen dat de organisaties waarmee wij werken in ons hebben, willen wij resultaat bereiken in ons werk.
(…)
De naam Adicay betekent letterlijk: Asociacion para el Desarollo Integral Comun Ak’yu’am, wat wil zeggen: Vereniging voor de integrale ontwikkeling van de gemeenschappen Nieuw Begin. (Ak'yu'am betekent Nieuw Begin in de Mayataal Q'eqchi).  Met deze organisatie is letterlijk een nieuw begin gemaakt en kan ik mijn droom waarmaken. Namelijk: het helpen van mensen in de arme gebieden van Alta Verapaz en andere departementen van het land, die nog niet beschikken over basisbehoeften. We willen hen voorzien van drinkwater en groentetuinen en hen helpen bij hun economische ontwikkeling en hen zo de gelegenheid geven tot een betere toekomst.''

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Terzijde

samen

Houd vol, we moeten met z'n allen door deze crisis. Houd rekening met elkaar en wees extra lief voor iedereen die dat nodig heeft.

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.