Geperst (29): Bij (2)

bij (Custom)Een van de imkers begint over honden. Hij heeft thuis een ‘boef’. Zijn tweede al, nadat hij eerst een paar rottweilers heeft ‘versleten’. Hij wil de honden die we bij ons hebben wel even aanhalen. Dus wenken we het trio om dichterbij te komen. ,,De bijen zijn niet agressief, je kunt rustig hier komen, je merkt hier niet eens dat je dicht bij bijenkasten staat’’, moedig ik ze aan. De honden worden vriendelijk aangehaald, besnuffelen de auto en gaan dan rustig liggen. De man met de baard is het spraakzaamst. Hij gaat in gedachten terug naar Vierhouten.

,,Als je door de slingers in de weg richting Nunspeet bent gereden, zie je rechts een gebouw staan waar vroeger de zwaarst gehandicapte kinderen zaten die je je maar kunt voorstellen. Zó gehandicapt, dat zie je zelden. Wij hadden een zoontje en mijn vrouw was toen nog van de nette. Kwam het joch een keer met vieze kleren thuis en kreeg hij van zijn moeder op zijn donder. Toen ik thuis kwam en dat hoorde, heb ik tegen haar gezegd: ‘Ga jij maar eens mee, in de auto’. Bij dat huis heb ik haar gezegd: ‘Je gaat naar binnen en loopt door de lange gang naar achteren. Onderweg kijk je in elke kamer links en rechts. Als je helemaal achterin bent, loop je weer terug en kijk je weer in al die kamers’. Ze vroeg waarom, maar ik zei dat ze het gewoon moest doen. Heeft ze ook gedaan. Toen ze terug was, vroeg ik of ze de kinderen in die kamers had gezien. Had ze. ‘Vergelijk dit nu maar eens met je zoon die smerig thuis komt. Vind je dat steeds nog erg?’ Sindsdien maakte het helemaal niet meer uit hoe hij thuis kwam, ik heb haar er nooit meer over gehoord.’’

We babbelen nog wat over de omgeving, over de imkerij, over koetjes en kalfjes. Letterlijk als de mannen zeggen het weidse landschap van de polder ook geweldig te vinden. Vooral als ze een weiland zien met koeien. ,,Wat ik wel een nadeel vind’,, zegt de man zonder baard, ,,is dat je daar koeien ziet in een weiland zonder enige beschutting. Die beesten staan de hele dag in de zon, kunnen nergens schaduw in hun weiland vinden. Wij vinden de zon ook wel lekker, maar niet de hele dag. Als hij goed brandt, wil je toch liever in de schaduw zitten? Nou, dat hebben koeien ook. Weet je wat ik ook niet snap? Paarden in een weiland die van elkaar gescheiden zijn. Dan is zo’n weiland met lijnen opgedeeld in aparte stukken en in elk stuk staat één paard. ‘Maar ze hebben oogcontact’, zeggen ze dan. Nou en? Een paard is een kuddedier, die moet je bij elkaar zetten en niet gescheiden van elkaar houden. Wat een idioterie.’’

Ze wijzen op twee groepen bijenkasten die nog geen twintig meter van die van hen staan, aan de andere kant van de weg. ,,Snap je dat nou? Dat ze die kasten daar neerzetten?’’ ,,Oh, ik dacht dat die ook van jullie waren.’’ ,,Nee hoor, nee, die zijn van een ander. Ik heb er vroeger ook wel veel gehad, maar heb er nu wel genoeg aan de paar die daar staan. Maar waarom zet je al die kasten nou zo vlak bij de kasten van een ander? Moet je zien hoe groot het gebied hier is. Allemaal hei. Je kunt ze overal neerzetten. Maar nee hoor, vlakbij de kasten van een ander. Alsof er nergens anders plek is.’’  ,,Weet je wat ik dat vind?’’, val ik ze bij. ,,Asociaal. Verdomd asociaal. Laat ze die dingen aan de bosrand zetten, een eind hier vandaan. Dan hebben jullie straks allebei meer honing.’’

geperst bij (4)

De man met de baard komt nog even terug op het huis met de gehandicapten en begint een verhaal over hoe fysiek gehandicapt die waren. Maar mijn aandacht is inmiddels enigszins afgeleid. Er zoemt een bij om m’n kop. ,,Geen aandacht aan schenken en zeker geen slaande beweging maken’’, adviseren de imkers. En de één gaat rustig verder met zijn verhaal. Maar ik hoor er steeds minder van. De bij zit inmiddels namelijk in mijn haar. En zo te horen zit hij vast en windt hij zich behoorlijk op. Ik veeg na een tijdje rustig met gespreide vingers door mijn haar, in de hoop dat hij in mijn hoofdhuid noch in een van mijn vingers zal steken en ik hem kan bevrijden. En verdomd, het lukt. De bij is verlost. Als dank duikt hij alsnog op mijn hand en laat hij een piepklein souvenir achter: een angel in mijn wijsvinger. ,,Verdomme, dat ding steekt! Zo vredelievend is deze niet.’’ Sterker nog, hij is kennelijk boos en heeft wat soortgenoten gealarmeerd. Er zoemen er een paar om m’n kop, er vliegt er één pardoes in mijn opgerolde mouwen en er raakt er weer een verstrikt in mijn haar, waar ik nota bene een paar weken geleden nog een heel flink stuk af heb laten halen. En ook dit exemplaar zit verstrikt. Terwijl de bij uit mijn opgerolde mouwen vliegt, meteen rechtsomkeer maakt en er weer in vliegt, besluit ik nu op goed geluk grof geweld te gaan gebruiken. Ik leg mijn hand met gespreide vingers stevig op mijn voorhoofd en duw mijn hand naar achteren. Halverwege voel ik de bij rollen. Ik klop wat op mijn haar en zie een dode bij vallen. Gelijktijdig vliegt de andere uit mijn mouw. Twee tellen later ben ik omsingeld door bijen. Er botst er één tegen mijn nek, een ander tegen mijn blote onderarm en ik zie ze pal voor m’n neus zenuwachtig vliegen. ,,Nu moet je lopen!’’, waarschuwen beide heren. Dat hoeven ze geen twee keer te zeggen. We draaien ons om en lopen gevieren met gezwinde pas weg richting Van Manenspad, weg van de plaats delict. Hartstikke jammer, want met deze twee aimabele heren en gezellige causeurs hadden we graag nog een tijdje doorgebracht. ,,Bedankt en succes!’’, roep ik nog even achterom.

Als we iets verder zijn en ik met een pincetje uit mijn mini-zakmesje de angel uit mijn vinger trek en vervolgens het gif uit mijn vinger probeer te knijpen en zuigen, zegt m’n meisje dat ze al eerder is gestoken. Toen ze nog op een veilig lijkende afstand leek te staan. Zo maar, uit het niets, pardoes in haar oorlel. Die is inmiddels knap rood. Er was ook nog een hondsbrutale bij in haar decolleté gevlogen, maar die had gelukkig zonder schade aan te richten weer de vrijheid gekozen. Dat was vast een mannetje. Want alleen vrouwtjesbijen hebben een angel.

Het brengt me ertoe de belevenis in een ander perspectief te zien. ,,In feite zijn we verdorie allebei gewoon verkracht. Want het is verkrachting als er sprake is van ongewenst binnendringen van het lichaam. Dat deden die bijen met die angels. En jij bent nota bene verkracht door een lesbienne!'' En even later: ,,Nou ja, ik heb in ieder geval weer een Geperst.’’

bij

En tòch zijn het schitterende beestjes.

 

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.