Geperst (1): Langkampeerder
Mooi woord: geperst. Omdat de woorden Epe, Eper, pers en e-pers er in zitten, maar ook omdat geperst vaak het lekkerst en sterkst is. Vandaar dat een nieuwe rubriek op Epernet, waarvan vandaag de eerste aflevering, ‘Geperst’ als naam heeft gekregen.
Het is een serie columns over mijmeringen, herinneringen, belevenissen, commentaren, loftuitingen, overdenkingen, ergernissen, anekdotes, mensen, gebeurtenissen; kortom, over van alles wat me bezig houdt en waar ik een column uit kan persen. Deze en volgende maand met het oog op de vakantie ook wat verhalen uit Frankrijk die ik elders heb geplaatst en voor deze site herschrijf of bewerk; om vast in de stemming te komen. Geperst; een paar keer per week.
Onlangs wandelden we tussen het clubterrein voor leden van de Nederlandse Caravan Club (het grote grasveld) en het kampeerterrein voor donateurs van Het Geldersch Landschap aan de Koekenbergweg in de Dellen. Al we daar lopen, moet ik niet alleen denken aan de op 30 april overleden oud-schaapherder Teun Niesing die hier regelmatig met zijn kudde kwam, maar ook aan de al zeker tien jaar geleden overleden Jan.
In zijn jonge jaren zou hij een zeer verdienstelijk en robuuste verdediger bij Go Ahead zijn geweest. Formeel woonde hij in Deventer, maar in de praktijk vertoefde hij de laatste jaren van zijn leven vooral op het kampeerterreintje van Het Geldersch Landschap. Hij huisde er van pakweg eind februari, begin maart tot ver in november in een tentje in een hoekje van het terrein. Meestal kon hij aan het begin en aan het eind van het seizoen alles wat hij nodig had en waar hij waarde aan hechtte, in één rit op zijn fiets meenemen. En als dat niet lukte, fietste hij twee keer heen en weer. De levensmiddelen haalde hij op zijn tweewieler meestal in Epe, maar ook wel in Heerde en ‘t Harde.
Enig comfort had de 65-plusser niet. Aan water uit de pomp op het terrein van de NCC en een gasbrandertje had hij voldoende. Met stokken had de vriendelijke reus een stellage gemaakt waaraan iets hing waar water in kon. ’s Morgens ging hij daaronder staan om zich te douchen.
Hij stond op als het licht werd en ging naar bed als de zon onder was. Koud had hij het naar eigen zeggen nooit, ook al vroor het ’s nachts dat het kraakte en kwam de temperatuur overdag nauwelijks boven nul.
De warmte zat bij hem kennelijk van binnen.
Hij las wat, fietste en wandelde veel, sprak alleen met mensen die hij wat beter kende en genoot verder vooral van de stilte en rust en was één met de natuur.
Hij was getrouwd, maar zijn vrouw moest niets van zijn leefstijl hebben en volgens ingewijden ook niets van hem. Hij sprak ook nooit over haar. Ik weet ook niet of hij voor zijn huiselijke situatie gevlucht is of dat zijn leven in Epe voor onoverkomelijke strubbelingen met zijn vrouw heeft gezorgd. En eigenlijk wil ik dat ook niet weten. Soms is het gewoon beter om onwetend te zijn om mooie herinneringen niet te laten vertroebelen.
Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast