Thuiszorg anno 2013
91 is ze en ze woont nog zelfstandig. Alleen, in een oud, vrijstaand huis net buiten de bebouwde kom van Epe. Daar heeft ze tientallen jaren gewoond en wil ze dood gaan. Een oude boom moet je niet verplanten. En de overheid wil toch dat oudjes zo lang mogelijk thuis blijven wonen?
Ze heeft in haar jongere jaren honden gefokt. Duitse herders. Op een gegeven moment had ze er negen. Nu heeft ze nog maar één hond. Een lieverd. Die houdt haar in leven. Daar leeft ze voor. ,,Als zij er niet meer is, kan ik gaan’’, zegt ze dikwijls. En: ,,Ik leef alleen nog voor die hond. Als ik haar niet gehad, had ik al lang onder de grond gelegen.’’
Ze mankeert van alles. Slijtage. Van gewrichten, spieren en organen. Ze baalt daar van, vooral dat haar gehoor en zichtvermogen haar in de steek laten. En dat ze zo gauw moe is. Haar lichaam is op, ze leeft puur op wilskracht.
Op de dagen waarop ze voldoende energie bij elkaar kan rapen, stapt ze in de auto en rijdt ze naar het bos. Lopen kan ze nauwelijks. Maar ze is wel zo sterk als een jonge meid. Ze heeft een soort elektrische rolstoel. Een plateau op wieltjes met een bevestiging voor een stuurtje en een stoeltje en ruimte voor een accu. Die drie dingen kan ze er af halen. Doet ze zelf. Net als de hele handel in en uit de auto tillen. Niemand van haar leeftijd die dat haar na doet. ,,Ik ben oud en lelijk, maar sterk’’, zegt ze. Ze barst van de zelfspot, is ad rem, humoristisch en een enorme doorzetter. Misschien daarom wel zijn er zo veel mensen die haar te hulp schieten als ze haar auto parkeert of terugkomt van haar ritje door het bos. Even haar stoel in de kofferbak van de auto tillen.
,,Ik heb er eigenlijk geen energie meer voor, maar die hond moet toch uit? Ik heb wel een grote tuin, maar dat beest heeft daar niet genoeg aan. Ze gaat zó graag uit. Ik niet. Weet je wat het is? Op mijn leeftijd heb je geen energie meer. Boodschappen doen gaat ook haast niet meer.’’
Toch is het goed dat ze blijft gaan met haar hond. Zo krijgt ze nog een beetje beweging, zit of ligt ze niet de hele dag binnen en heeft ze wat sociale contacten. Als ze dat niet zou doen, zou haar leven snel voorbij zijn. Dat zegt ze zelf ook. Ze heeft al een nieuw thuis voor het dier geregeld voor als ze er niet meer is. Maar daar moet, kan en wil ze nog niet aan denken. ,,Ik moet die hond overleven, want die hond kan niet zonder mij.’’
Veel vrienden die eens bij haar op bezoek komen, heeft ze niet. De meesten zijn haar ontvallen, ze heeft ze allemaal overleefd. Haar kinderen wonen mijlenver weg en zijn altijd druk, als je ze moet geloven. Ze heeft er in ieder geval niet veel contact mee.
Voor haar tuin en huishouden heeft ze geen energie meer. Haar tuin is een wildernis. Binnen kun je niet van de vloer eten, om het maar eens zacht uit te drukken. Maar dat geeft niet, vindt ze, want ze kan toch niet zien of iets schoon is of niet. Gelukkig heeft ze ‘de witte tornado’, zoals ze haar thuiszorg noemt. Zes uur per week heeft die om wat werkjes in huis te doen. De hulp krijgt altijd een kopje koffie, dat ze zittend drinkt. Vindt de oude mevrouw leuk, want ze heeft nauwelijks aanloop, terwijl ze wel van gezelligheid houdt. Kan ze heel even kletsen. Ze kijkt elke dag uit naar haar komst.
Vanmiddag kom ik haar weer tegen. Met hond. Ik ben net te laat, ze heeft haar rolstoel al uit de auto getild. Zoals altijd gaat alles traag. ,,Eigenlijk kan ik het niet meer, maar het moet. Al m’n energie gaat er in zitten, ik houd helemaal niks over.’’
Ik weet ‘t, zie ’t ook aan haar. ,,Stug volhouden’’, moedig ik haar aan. ,,Als je niet was gegaan, had je hier nu niet gezellig staan kletsen. Buitenlucht doet je vast goed. Wat ben je trouwens laat.’’
,,Ik had een mevrouw van de gemeente aan de telefoon. Heb ik toch een keer verteld, dat ik een gesprek zou hebben over de thuiszorg? De gemeente zou toch uitrekenen op hoeveel uur hulp ik recht heb?’’ Ze kijkt en klinkt verdrietig. ,,Nou, het wordt vijfeneenhalf uur. Een half uur minder dan ik nu heb. Waarom? Dat scheelt de gemeente geld’’, stelt ze bitter vast.
Maar volgens de mevrouw van de gemeente is er nog hoop. ,,‘Maar over vijf jaar gaan we u weer beoordelen hoor’, zei die mevrouw. ‘Ach mevrouw, ik ben 91, ik lig over vijf jaar al lang onder de graszoden’, heb ik gezegd. Ze hebben liever dat ik dood ga, dan kost ik de gemeente geen geld meer.’’
Een vrouw van 91 die bijna niets meer kan een half uur korten op thuiszorg. Alsof ze op deze leeftijd ineens méér zelf kan dan een paar jaar geleden, toen ze ook is geïndiceerd.
Soms schaam ik me dat ik deel uit maak van deze maatschappij.
Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast