Bij ons in Brazilië: 44. Visjes als medebewoners
In ons binnenhofje achter onze flat in Belo onderhouden wij vele hobby’s. Het vijvertje bijhouden met van bovenaf stromend water, met vijf visjes als bewoners, behoort ook tot die liefhebberijen.

Daar krijgen zij van ons, als tegenprestatie, uitgebalanceerd eten en goede verzorging. Er is voldoende plaats voor de vijf visjes. Drie sterk gegroeide goudvissen met prachtige staarten in de vorm van uithangende sluiers. Één wit geworden goudvis die steeds dikker wordt. Hij is onze albino. En dan het kleine goudvisje, dat wij vanuit het vijvertje van ’t Hemeltje naar hier hebben overgebracht. Daar zou hij als enige zijn achtergebleven. We denken dat de verhongerde kat van de buren of een brutale roofvogel de andere drie heeft gepakt en verorberd. Hun lijkjes zijn nooit gevonden.
Als verantwoordelijke voor die van ons afhankelijke dieren heb ik in hen één van mijn grootste dagelijkse pleziertjes. Bij hun eerste voeding komen zij als één blok in m’n richting en houden hun bekjes al vast open. Ze worden twee maal per dag gevoerd en dan zet ik er vaak een stoel bij om ze te kunnen gadeslaan in hun gezamenlijk spel om de noodzakelijke voedingsstoffen tot zich te nemen. Het is gewoon een ballet. Of de ontmoeting van dates. Het lijkt wel ingestudeerd.

De grote witte is de leider. Hij is het dominante mannetje, vooral als hij probeert om tegelijkertijd boven en beneden te zijn. Ik mag wel zeggen dat hij wat schrokkerig en ook wat hebberig is. Gelukkig kennen de anderen hem al een beetje en laten ze hem gewoon zijn gang gaan. Ze volgen hem wel vaak, alsof het van hem afhangt of zij wat te eten krijgen.

Zonder inmenging van vreemden ravotten de vier onder toeziend oog van een kikkertje uit 't Smallert in Emst zo de hele dag.
Toen kwam de kleine hun leven delen. In het prille begin was hij haast niet te zien. Hield zich meer op de bodem op of schuilde wat onder de planten. Daar kwam gauw verandering in; hij begon interesse te tonen in zijn nieuwe soortgenootjes, die al snel zijn speelkameraadjes werden. Of misschien was de honger wel de grootste reden voor dit samengaan.
Bedeesd begon de kleine eerst wat alleen voedsel op te nemen, maar nuu zijn zij met elkaar verbonden en zwemmen ze als één school.

Het viertal nam in eerste instantie geen notie meer van de witte, maar de laatste tijd zwemmen ze alle vijf weer als één geheel. Ze voeren hun ballet uit alsof het bij hun instinct behoort. De kleine is goed opgenomen. Soms speelt hij boven de anderen en soms blijft hij nederig de ondertoon voeren.
Zij zijn ons kwintet. Met z’n vijven spelen zij samen alsof ze het ballet is. In hen zien wij de goddelijke schoonheid ook in het water.


Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast