Bij ons in Brazilië: 35. Vakantie waar eens landgenoten rondtrokken (2)
De plaats Porto de Galinhas (Haven van de Kippen) waar wij voor zes dagen op vakantie gingen, is een bij uitstek toeristisch gebied. Heerlijk aan zee, afgeschermd door lange rijen riffen, die dus bij eb van de voorliggende zee zwemvijvers maken met ondiepe, altijd warme wateren.
Alles iets ten zuiden van de ‘Nederlandse’ stad Recife, wat RIF betekent, niet ver van de plaats waar Nederlanders slaven onder een lading kippen aan land smokkelden.

Als je een 12 jaar terug de gelukkige bezitter zou zijn van een groot stuk grond daar, laten wij zeggen 20.000 vierkante meter, dan was het toen, in tegenstelling tot nu, niet zo moeilijk om daar een paradijsje neer te zetten dat je gauw als een ultraluxe en duur resort zou bestempelen, ook al is het in feite niet zo. 12 jaar is de leeftijd van het paradijsje waar wij een paar weken geleden zes dagen mochten verblijven.
Je zorgt eerst dat er een verbinding is met het asfalt. De verbinding met de consumptiewereld hoeft geen luxueuze autoweg te zijn. Gewoon een stofweg is voldoende. Aan de zijkant van het terrein bouw je dan een indrukwekkende receptiehal met er voor genoeg parkeerruimte voor bussen en auto’s.

De versieringen aan de verlichting zijn gemaakt van plaatselijke producten uit de zee, zoals schelpen en stukjes koraal, de decoratieobjecten van het daar veel voorkomende, dus goedkope, bamboe en resten van scheepjes en visserij. Veel natuurlijk en aangeplant groen rondom, met hibiscusbloemen uit eigen tuin.

Die grote en rustieke hall is verbonden met een centraal wandelpad, met inheems riet bedekt, die toegang geeft tot alle faciliteiten. Door de typische lage dakvorm van het wandelpad zijn de huisjes, verspreid over het park, praktisch onzichtbaar gebouwd tussen de tropische planten. Op die manier kan de privacy van de gasten gewaarborgd worden.

De ongeveer 50 dubbele huisjes zijn van alle gemakken voorzien, waarbij vooral de airco wonderen doet in dit hete klimaat. Via eenvoudige houten loopbruggen tussen het groen zijn die bungalows onderling met elkaar verbonden en ook met de centrale, 200 meter lange ‘wandeltunnel’. Enkele beelden van die huisjes en de loopbruggen.




Aan de strandkant van het centrale wandelpad kom je in een grote, mooi aangelegde tuin met veel groen van de streek, kleine zwembaden met cascades, rieten kiosken, zitjes, ligstoelen, de bar en het restaurant( (met zicht op de oceaan). Ook staan aan de zijkant een paar bungalows met een direct zicht op de zee, waarvoor de eigenaar natuurlijk het dubbele in prijs vraagt.
Nog wat indrukken.

Een boomverzorger trekt zich met twee haken naar de top van de boom.


De gemeenschappelijke ruimte met links een stukje van het schelpengordijn.

Plaats voor 180 gasten met zicht op de oceaan.

Alles doet echt tropisch aan.
De zeezichtkant is gevormd door drie boven elkaar aangelegde delen. Duinen zijn hier niet. Boven het houten dek met tafeltjes en ligstoelen onder ronde rieten dakjes met een kinderzwembad en een bar dichtbij. Dan via trapjes naar de rieten kiosken onder de cactussen, met ligstoelen op zeewatervrije ronde ondergrondjes. Dan direct op het strand de ligstoelen onder parasols die natuurlijk bij vloed wel eens in het water staan.

Het waren natuurlijk heerlijke dagen, met veel vriendelijke mensen, warm zeewater, hemelse rust en een omgeving met veel schoonheid. En ook dat heeft een mens zo nu en dan nodig. Met een zekere triestheid hebben wij afscheid moeten nemen van die oase. De bustocht naar het vliegveld liet ons de gewone gang van zaken weer zien: veel zwerfvuil langs de weg, armoedige wijken, een huiverinwekkende warboel van het stadsverkeer, massa’s mensen die allemaal achter het geluk aanhollen en zo.
Dan mis je toch echt de Nederlandse goed georganiseerde samenleving.
Gelukkig hebben wij eenmaal thuis de foto’s nog.
Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast