Bij ons in Brazilië: 39. Onze vondeling Susie
Susie is de naam van ons geadopteerde hondje. Ze had een ellendig leven achter zich toen ze ons gezin kwam verrijken.
Nu ziet zij er zo uit.
.jpg)
Hieronder haar levensverhaal, speciaal geschreven door mijn vrouw en haar ‘moeder’, voor een tijdschrift voor huisdieren. De vertaling is van mijn hand.
,,Zes jaar geleden, toen ik ‘s morgens van de supermarkt terug naar huis wandelde, zag ik vóór mij op een tapijt bij de ingang van een flatgebouw, al dichtbij mijn straat, een jong en klein hondje liggen, alleen en van zwakheid in elkaar gekrompen. Om zelf maar niet teveel te lijden, als een soort zelfverdediging dus, ging ik er iets verder omheen langs, om haar maar niet aan te kijken, want dat zou mijn medelijden alleen maar groter maken.
Omdat wij toen een lange reis naar Nederland gereserveerd hadden en daarom onze eveneens geadopteerde lieve en verwende Mina aan de zorgen van de kinderen moesten overlaten, wilde ik niet dat er nog een ander hondje bij kwam om voor te zorgen.
Van de andere kant, de gedachte aan dat arme hondje kon ik maar niet uit mijn hoofd zetten. Het vervolgde mij.
Mijn echtgenoot kwam iets later thuis. Ook hij moet dat hondje gezien hebben. Toen ik hem dat vroeg, bevestigde hij dat en voegde hij eraan toe dat het dier achter hem aan had gelopen. Mijn hart werd toen nog weker. Mijn gevoelens waren bij dat arme dier en bij de noodzaak om hem te hulp te komen.
De hele dag moest ik aan dat hondje denken.
Het was toen juni en de nachten zijn dan echt koud.
In de namiddag nam mijn echtgenoot onze Mina uit om wat met haar te lopen. Ik vroeg hem om te kijken of het arme diertje nog steeds op dezelfde plek lag. Toen hij weer thuiskwam, vertelde hij dat hij het diertje niet had gezien. Het was van verre, want hij was de drukke straat niet overgestoken.
Om echt zekerheid te krijgen dat het hondje daar niet meer lag, ben ikzelf even gaan kijken. Toen ik daar aan kwam zag ik wel het plastic bakje met wat hardvoer en een ander met wat water. Ik vroeg de portier of hij wist wat er met het hondje gebeurd was. In mij was dat verlangen om van hem te horen dat een of andere goede ziel haar had meegenomen. Mijn frustratie werd alleen maar groter toen hij mij vertelde dat hij niets wist en dat het hondje daar niet meer was.
Ik keek goed in de rondte. Ik zag niets. En ik maar hopen dat iemand hem had meegenomen. Sint Franciscus heeft vast wel geholpen of zal dat nog doen.
Ik liep weer een paar meter op huis aan, naar de plaats waar ik normaal oversteek. Daar staat een kiosk. Ik groette de verkoper en vroeg hem of hij iets wist van een jong hondje. Voordat hij antwoordde, keek ik in de richting van een rode vuilnisbak met de woorden ‘Kibon’ erop gedrukt. Wat zie ik: het kleintje, bibberend van de kou, weggekropen achter de rode bak.
.jpg)
De plek bij de kibon-bak waar zij achter was weggekropen van de kou.
De krantenverkoper vertelde dat zij zich daar tegen de kou had verborgen. Misschien dat zij de andere dag wel niet zou halen, met die koude wind van boven. Ik smeekte hem om haar in zijn huis op te nemen voor een paar dagen en dat ik, na de reis, wel voor een tehuis voor haar zou zorgen. Hij moest mijn smeekbede afwijzen omdat hij al een hond had en nog eentje erbij zou hem nog meer problemen geven.
Omdat het steeds kouder werd, besloot ik maar naar huis te gaan en voor een zacht bedje te zorgen. Ik had nog ergens een rieten mandje liggen en met wat doeken zou dat een lekker bedje voor het arme dier zijn. Mijn jongste zoon zei mij wel om dat mandje wat eenvoudiger te maken, anders zou een arme favela-bewoner dat mandje meepikken en het hondje op de stenen vloer achter laten.
Ik knipte de lange handvatten weg om maar niet meer aandacht voor het mandje te trekken dan voor het aan haar lot overgelaten hondje.
Snel keerde ik terug naar de plek. Zij lag daar nog. Met veel liefde plaatste ik haar in het mandje. Nooit heb ik meer voldoening aangetroffen. Met haar kleine ogen in haar grote kop in verhouding met haar magere en buitenproportionele ledematen keek zij mij aan. Zij straalde een opluchting uit en een ongeëvenaard geluk. Zij ging even staan en toen kon ik zien dat haar kale buikje heel groot was vanwege de wormen, en haar staart lang. Zij leek op een grote rat, want haar staart was ook kaal, zonder enige beharing. Haar kleur was donkergrijs met wat gele en beige vlekken. Op het zwakke lichaampje kon je tekenen zien van wondjes en slechte behandeling.
Mijn hart was meer dan ooit onderhevig aan sterke emoties. Het plezier dat ik voelde om het arme dier wat liefde en zorg te geven en de urgente noodzaak om een liefdevol huis voor haar te vinden.
Ik bleef er bijna een uur bij. Ik kon het arme dier zelf niet adopteren. Ik vroeg daarom ook aan voorbijgangers of zij dit dier niet konden aannemen. Velen toonden gevoel voor de situatie, maar meer konden zij niet doen. Op dat moment keek ik naar het kleintje alsof het al MIJN kleintje was, zo huiselijk in haar mandje. Ik besloot haar maar mee naar huis te nemen. Ik zou haar nooit als iets verworpens de koude nacht daar laten doorbrengen.
Ik kwam thuis, drukte op de deurbel en vroeg mijn echtgenoot: ‘Raad eens wie hier is?’. Ik voelde nog wat onzekerheid over de reactie van de andere huisgenoten, maar hij gaf als antwoord: ‘Ja, dat ik weet al. Kom maar gauw naar boven.’
Wat een opluchting! Ik heb haar voorlopig ondergebracht in een kamertje achter bij de binnenplaats. Ik gaf haar alle mogelijke liefde, voedsel en water. Ik weet zeker dat dit de mooiste en fijnste nacht is geweest die zij ooit heeft doorgebracht.
Mijn familie ontving haar zeer hartelijk. Iedereen was ingenomen met de nieuwe aanwinst. Bovendien kon je wel zien dat achter haar lelijkheid en haar aspecten van veel lijden zij ook veel charme en sympathie uitstraalde. Ze was een authentieke straathond met al de eigenschappen en uiterlijkheden die een rasechte straathond bezit. Haar naam was gauw gevonden; het zou ‘Susie’ worden. Een kleine, maar echt vrouwelijke en zoete naam.
De vrienden, de buren en de hele communiteit van hondenliefhebbers kwam het te weten en beloofden te helpen waar nodig, als mijn echtgenoot en ik op reis zouden zijn. Er kwam ook hulp in de vorm van geneesmiddelen tegen de wormen en dikke buik, hardvoer, speelgoed en vooral veel liefde.
Een buurvrouw en goede vriendin bood zich aan om peettante te worden. Zij nam Susie zelfs mee naar een ultra-luxe kliniek en dierenwinkel. Zij hadden nog nooit zo’n zielig hondje onder hun hoede gehad. Zelfs de deur van de auto werd voor haar geopend. Het werd een eerste klas behandeling.
Binnen een korte periode groeiden de haren van haar staart weer en haar ruige huid werd begroeid met een mooie haardos. Zij leek steeds meer op een vosje. Zij veranderde in een schoonheid. Was wel wat levendig en geagiteerd, met een gedrag dat haar oorspong verraadde. Zij is bijvoorbeeld heel angstig als zij mee moet wandelen in de buurt waar zij vandaan kwam. Ook is zij doodsbang voor opgeschoten jongens.

Zag er zo uit in het prille begin, na haar behandelingen in beauty shops en dierenklinieken.
Vandaag is zij lid van onze familie. Zonder haar zou ons leven gratieloos zijn.
Ik zal nog even een geheim vertellen. Toen ik haar de eerste keer zag, wist ik diep in mijn hart, ofschoon ik er tegen streed, dat zij eens de mijne zou worden. Mijn lieve Susica, wat fijn dat ik je vond op die koude avond. Jij hebt veel warmte gebracht in ons leven. Wij houden veel van jou.’’
Aldus Rosana Maria Magalhães Calvette van de Schepop.

Reacties
- Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter
Reageer als gast