Wild zwijn eist meer leefruimte op

wildzwijn1 AangepastHet nulstandbeleid voor wilde zwijnen in Nederland is niet langer effectief en evenmin in overeenstemming met uitgangspunten van internationaal recht. Dat betoogt Dries Elskamp uit Epe in zijn afstudeerscriptie ‘Wie beschermt het wild zwijn tegen het nulstandbeleid’ aan de Open Universiteit. In plaats van een star en achterhaald nulstandbeleid pleit de schrijver voor maatwerk bij ook de geografische verspreiding van wilde zwijnen.

Het nulstandbeleid stamt uit de jaren 80/90 van de vorige eeuw en houdt in dat alleen op de Veluwe en in het Meinweggebied ten oosten van Roermond wilde zwijnen in natuurgebieden worden getolereerd. En dan ook nog in een vooraf afgebakend en beperkt aantal. Buiten deze traditionele leefgebieden mogen volgens het nulstandbeleid geen wilde zwijnen voorkomen. Volgens professor Kees Bastmeijer van de Tilburg University is het nulstandbeleid te veel een eigen leven gaan leiden.

De effectiviteit van het nulstandbeleid is al vele jaren gering gebleken. Vooral in de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland hebben zich in andere natuurgebieden nieuwe populaties wilde zwijnen gevestigd. Dat is het geval in onder meer het Rijk van Nijmegen (nabij Groesbeek), De Maasduinen, Zuidelijke Roerstreek, De Groote Peel, Leenderbos, Hoge Kempen en in het Zuid-Limburgs Heuvelland.

Volgens ecologen zijn deze zelfstandige populaties in beginsel levensvatbaar en vitaal. De invasie van wilde zwijnen in de drie provincies komt overeen met het beeld in andere delen van Europa. Met name ook in Duitsland is sprake van een massale herkolonisatie van gebieden door wilde zwijnen. Als oorzaken worden gezien de warmere winters en toegenomen maïsteelt in Europa.

Nederlandse provincies staan bepaald niet te springen om wilde zwijnen in meer leefgebieden toe te laten. Provincies vrezen toenemende overlast en schade bij het vrijgeven van natuurterreinen voor wilde zwijnen.

wildzwijn2 Aangepast AangepastDe schrijver van de scriptie heeft het Nederlandse nulstandbeleid getoetst aan rechtsregels en uitgangspunten van met name internationaal recht op gebied van natuur en milieu. Het belangrijkste VN-basisverdrag voor natuurbeschermingsrecht is het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro uit 1992. Dit verdrag gaat, evenals het regionale Verdrag van Bern uit 1979, niet alleen uit van behoud van biodiversiteit, biotopen en dier- en plantensoorten, maar tevens van herstel van vroegere leefgebieden en natuurwaarden, daar waar dat mogelijk is. De Europese Unie en Nederland hebben die verdragen ondertekend en geratificeerd en verwerkt in onder meer de Habitatrichtlijn en de Wet natuurbescherming. De Nederlandse Rijksnatuurvisie 2014 – 2025 is daarop aangepast en propageert eveneens herstel van natuurwaarden en uitbreiding van biodiversiteit. ,,Kernpunt van de visie is een omslag in het denken: natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet alleen in beschermde natuurgebieden’’, schrijft het kabinet in de Rijksnatuurvisie.

Binnen het concept zoals dat in het verdrag van Rio de Janeiro is afgesproken en vastgelegd, staat niet langer het nut van dieren voor de mens centraal. Andere begrippen als biodiversiteit, duurzaam gebruik en ontwikkeling en in het soortenbeleid de intrinsieke waarde van wilde dieren zijn beleidsbepalende factoren geworden. Voorkomen en bestrijden van schade komt op de tweede plaats.

De schrijver komt tot het oordeel dat een star en rigide nulstandbeleid niet in overeenstemming is met internationaal recht en evenmin met de uitgangspunten van de Habitatrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Het wild zwijn is ook historisch gezien normaal onderdeel van de Nederlandse fauna en vervult daarin een functie. Herintroductie van het wild zwijn in meer natuurgebieden dan de Veluwe en de Meinweg/Meerlebroek komt in beginsel de biodiversiteit ten goede.

Het wild zwijn geniet volgens het Verdrag van Bern en de Wet natuurbescherming een beschermde status. Deze status is niet te vergelijken met de strikt beschermde status van bijvoorbeeld de wolf. Dat betekent dat overheden en vooral provincies een grote mate van beleidsvrijheid hebben bij beantwoording van de vraag waar wilde zwijnen wel en waar die vanwege andere belangen niet welkom zijn. Maar vrijblijvend is die vrijheid niet meer. De vraag waar wel en waar geen wilde zwijnen welkom zijn, zal nadrukkelijker gemotiveerd moeten worden. Als jurist mengt de schrijver van de scriptie zich niet in die discussie. Hij wijst wel op het bestaan van de zogenaamde kansenkaart voor wilde zwijnen uit 2010. Meerdere natuurorganisaties en ecologen hebben daarin aangegeven welke natuurgebieden in Nederland in principe geschikt zijn om wilde zwijnen toe te laten.

De volledige scriptie is hier in te zien. 

 

Nieuwe populaties meest vitaal

De meest vitale wilde zwijnen in Nederland leven niet op de Veluwe en in de Meinweg/Meerlebroek, maar in nieuwe vestigingsgebieden rond Groesbeek in Gelderland en in het Limburgse Heuvelland. Dat is de uitkomst van grootschalig DNA-onderzoek onder wilde zwijnen van de ecologen Hugh Jansman, Arjen de Groot en anderen van Alterra Wageningen UR, tegenwoordig Wageningen University & Research.

Deze nieuwe populaties zijn volgens de ecologen vooral ontstaan door dispersie (uitzwermen) van wilde zwijnen uit Duitsland en/of België en ontsnapping uit de Veluwe en de Meinweg. Wat onder meer genetische diversiteit betreft behoren deze wilde zwijnen tot de gezondste van heel Nederland. Andere populaties hebben vanwege te kleine leefgebieden, rasters en obstakels in meer of mindere mate last van inteelt en dus van verzwakking. Het verdwijnen van veel tussenrasters op de Veluwe afgelopen jaren heeft inmiddels wel tot meer genetische variatie dus tot meer vitale dieren geleid. Ecologen pleiten voor aanleg van (meer) verbindingszones voor wilde zwijnen om de vitaliteit op peil te houden en te verbeteren. Juist voor populaties in kleinere en meer versnipperde natuurgebieden in Limburg en Noord-Brabant zijn groenzones een uitkomst. Nauw verbonden met deze wens is het ecologische begrip metapopulatie.

Internationale verdragen en de Habitatrichtlijn pleiten voor veilig stellen en aanleg van migratieroutes en verbindingszones. Dit alles om een ‘gunstige staat van instandhouding’ van wilde dieren te garanderen. Nederland geeft daaraan gevolg via het project Natuurnetwerk Nederland.

 

Aantal wilde zwijnen niet duidelijk

Hoeveel wilde zwijnen in Nederland leven is volgens ecologen en faunabeheereenheden nauwelijks aan te geven. Voor de Meinweg/Meerlebroek geldt een streefstand van 60 wilde zwijnen. De faunabeheereenheid Limburg vreest dat het werkelijke aantal in Limburg al de duizend is gepasseerd. Voor de Veluwe geldt een streefstand van 1350 tot 1500 wilde zwijnen, afhankelijk van de voedselsituatie. Het werkelijke aantal op de Veluwe loopt in de vele duizenden. Gedeputeerde Staten hebben voor de periode april 2017 tot april 2018 afschot van 4850 wilde zwijnen toegewezen. De faunabeheereenheid telde in die periode ruim 6200 wilde zwijnen in Gelderland.

In Noord-Brabant leven naar schatting vele honderden wilde zwijnen. Het Brabants Landschap heeft het nulstandbeleid inmiddels als onhaalbaar ter zijde geschoven en kiest nu voor een nul-schade beleid.

wildzwijn1 Aangepast

Foto's wilde zwijnen: Gerrit van Vemde

Kansenkaart met voorkomen2000 2010combinatie

kaart

Nationale parken in Zuidoost-Nederland. De groene lijnen zijn verbindingen en onderdeel van het Nationale Natuurnetwerk. (bron: Natuurvisie Limburg 2016)

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.