'Leo Beenhakker heeft meer van ons geleerd dan wij van hem'

Het is dat hij twee kunstknieën heeft, maar anders zou Herman Veldhuis misschien nog steeds bij de veteranen van SV Epe voetballen. Hij is gek van het spelletje en gek van zijn club, SV Epe. Hij werd er zestig jaar geleden, op 11-jarige leeftijd, lid van. De club speelde toen nog aan de Spoorlaan, de derby’s tegen Heerde en Vaassen trokken duizenden toeschouwers.

,,Ik ben dit jaar 60 jaar lid, m’n zoon Harry 40 jaar, vanaf z’n zesde en onze Jan is 34 en al 30 jaar lid'', vertelt hij in het derde deel van het interview. ,,De club heeft een hoop contributie van ons gebeurd. In de A-jeugd voetbalden we knap hoog, in de geselecteerde hoofdklasse. Toen speelden we tegen Enschedese Boys, Sportclub Enschede, Heracles. Abe Lenstra stond bij ons achter de goal te kijken. We waren de enige amateurclub die bij die profclubs in zaten.’’

Herman klust elke maandagmorgen bij SV Epe.

SV Epe zou nog veel plezier beleven aan die goede lichting. In die jaren vertrokken niet veel talentvolle spelers naar andere clubs of naar grote steden om te gaan studeren.
,,Ik ben eerst keeper in het tweede geweest en als linksback in het eerste gekomen. Toen Rein Huiskamp eruit ging, kwam ik erin, op zijn plaats. Maar ik heb ook linksbuiten gespeeld, ik heb alle plaatsen wel gehad. Ik heb ook eens rechtsback gespeeld tegen Quick ‘20 uit Oldenzaal. Daar speelde Theo Pahlplatz nog in, die later jarenlang profvoetballer bij Twente is geweest. Toen moesten we zonder publiek voetballen, er was donderij geweest met een paar lui van Epe. Ik ken de namen wel, maar die kun je beter niet noemen. Ze waren geen lid van ons, maar ze sloegen wel de scheidsrechter op z’n donder. Daardoor moesten wij zonder publiek voetballen.
Toen ik in het eerste elftal speelde, woog ik trouwens nog geen 130 pond. Ik ben een laatbloeier’’, lacht Herman, terwijl hij over zijn buik strijkt.

,,Ik heb ook nog drie wedstrijden in het oostelijk amateurelftal gespeeld, Wim Jansen, de beste voorzitter die we ooit gehad hebben, nam me daar mee naar toe. Theo Pahlplatz zat er toen ook in. Gradus IJzerman van Vaassen, Huntink van KCVO en ik werden geselecteerd.
Met het eerste speelden we in de derde klasse, de tweede klasse, de eerste klasse. En toen kwam Leo Beenhakker. Hij heeft bij ons getraind, maar we hebben weinig plezier van hem gehad. We zijn met ‘m gedegradeerd. Hij heeft meer van ons geleerd, dan wij van hem. Dat heb ik hem ook gezegd. Wim Jansen haalde hem van ’t CIOS in Hoogeveen. Hij heeft eerst aan de Hoge Weerd gewoond, bij gereformeerde mensen. Hij wilde gaan samenwonen, maar dat mocht toen niet. Toen is hij gaan trouwen en mocht hij wel samenwonen. Hij gaf gymnastiekles op de landbouwschool. Later ging hij naar Go Ahead om de jeugd te trainen. Toen hebben de jongens van ons z’n bromfiets nog blauwwit geschilderd.
Ik heb hem nog gezien bij het jubileum in 1996. Toen kwam hij op me af en zei hij: ‘Die dikke kop ken ik nog wel’. Waarop ik zei: ‘Ik die rooie van jou ook!’. Maar het was niet leuk. Ik vroeg hem of hij even naar boven wilde gaan, want jongens als Piet Das en Dick Berkhoff zaten daar, die vonden het ook leuk om hem even te zien. Maar dat heeft hij niet gedaan. Hij is later zo weer weggegaan. We waren allemaal kwaad op hem, we wilden niets meer met hem te maken hebben. Het was toch een kleine moeite om na afloop even naar die jongens toe te gaan. Daardoor heeft hij in één keer afgedaan bij ons. Hij was altijd een dictator hè. Ach, dat moest ook wel, hij heeft het ver geschopt. Ik heb er zere knieën aan overgehouden en hij een gouden portemonnee.’’
,,We hadden een best elftal toentertijd hoor. Berend Vosselman in de goal, dat was helemaal geen beste keeper, hij sloeg alles met de vuist eruit, hij kon de bal heel niet klem pakken. Robuuste keeper. Ik zal het nooit vergeten. Moesten we van Frans Moors zes punten pakken uit vier wedstrijden, of zoiets, dan kregen we een diner. Kwamen we van WVC in Winterswijk af, gingen we in Bathmen eten. Ik vergeet het nooit meer. Kregen we allemaal kip. Berend Vosselman vrat er drie op. Die kon zo vreten joh. Jan Hogendoorn voetbalde toen ook nog bij ons.’’

Groenonderhoud is gesneden koek voor hem. Herman was ook verantwoordelijk voor het openbaar groen langs de provinciale wegen in de regio Epe. Elke week is hij actief lid van de 'maandagmorgenploeg' van SV Epe, die het sportcpomplex onderhoudt.

Hij heeft een jaar of acht in het eerste gespeeld, ging daarna naar een lager elftal, maar keerde op 36-jarige leeftijd tijdelijk terug in het eerste elftal. ,,Helgering was toen trainer, ik voetbalde al bij de veteranen. Omdat ze geen linksback hadden. Heb ik nog vijf wedstrijden meegedaan. Gé Das moest me verlichten. Maar ik moest hèm verlichten. Het ging hartstikke goed. Toen was ik ook al scheidsrechter, op m’n 35ste floot ik in de KNVB. Wat er leuk is aan fluiten? De baas zijn! Ik heb jaren in het eerste gevoetbald, maar ik ben nooit geschorst geweest. Als je je bek maar dicht houdt. En ik was een keiharde voetballer. Oh, de derby’s tegen Vaassen, geweldig jongen. Stond ik vaak tegenover Bennie Blok, mooie kerel, z’n zoon is nu trainer van Vevo. En toen had je Bennie Tangelder nog, die rooie. Herman Volkering. Die brak in Oene z’n poot, bij de veteranen, z’n eigen medespelers lachten hem uit. Oh, een klier was dat. Ik ben altijd bij de veteranen blijven voetballen, tot ik niet meer kon. Ik denk dat ik toen ongeveer 55 was. 

Er zijn een hoop jongens opgestapt met wie ik heb gevoetbald, die zijn er allemaal niet meer. Een hele hoop.’’

Onkruid vergaat niet, behalve als Herman het te lijf gaat.

Drie, vier keer per week is hij op de Wachtelenberg te vinden. Elke maandagmorgen doet hij met een stel oudgedienden allerhande klussen. Donderdagsavonds brengt hij in het clubhuis door, op zaterdagen begeleidt hij jeugdscheidsrechters en op zondagen staat hij langs de lijn naar wedstrijden te kijken. 

,,Ik ben elke zaterdagmorgen om half negen, negen uur op het veld. Ik begeleid de jeugdscheidsrechters, met Jo van Doorm samen. Die jongens moeten ook leiding hebben. We begeleiden ze, we rapporteren ze en zeggen ze wat ze wel en niet goed doen. Hartstikke mooi werk. Omdat ik zelf niet meer fluiten kan vanwege m’n knieën.’’ Anders zou je nog steeds fluiten? ,,O ja, absoluut. Ik heb 23 jaar gefloten, ik heb ook 23 jaar in de kantine geholpen, met Alie van Mekeren nog. Nu zit ik tien jaar bij de maandagmorgenploeg, sinds ik in de vut ging. Vroeger heb ik ook nog bij de bazaar geholpen. Max Gosschalk regelde dat ik die tijd nog.
M’n vrouw heeft tien jaar de was gedaan, met Dini van Arie Jacobs. Dan ging ze ‘s zondagavonds om tien uur nog naar de was toe. Visite krijgen we haast niet, we zijn altijd bij de voetbal, mijn vrouw ging ook altijd mee.’’

Herman voetbalde jaren in een veteranenelftal dat lange tijd bestond uit:
(v.l.n.r. staand:) Ep van Schoonhoven, Herman Veldhuis, Theo Orelio, Wijnand Kamphuis, Theo Nitert, Wiecher Rorije, Joop Strijk, Cor de Ruijter, Derk van de Wetering, Janne Remkes, Aart van Limburg;
(geknield:) Arie Jacobs, (twee zoontjes van Arie Jacobs,) Rein Huiskamp, (Hermans zoon Jan,) Henk Stoevenbelt en Gerard Roesscher.

,,Elke donderdagavond zit ik aan het roddeltafeltje. Met Henk Palm, Bennie Kamphuis, Dick Vosselman, Joop Eilander, Marius Rolsma en Arie Jacobs. En af en toe Jan Boeve, maar die moet de laatste tijd vaak vroeg werken. Elke donderdagavond zitten we daar. Ik laat de verjaardagen er voor lopen, daar ga ik niet heen. De hele winter ben ik elke donderdagavond om kwart voor acht bij het veld. Dan ga ik bij de D-tjes kijken als die aan het trainen zijn, dan bij de selectie en bij het A-elftal - overal maar even – en dan kom ik terug en om kwart over acht, half negen, ben ik in de kantine. Tot half elf, kwart voor elf. En maar ouwehoeren. Ja, ik heb wel vaak het hoogste woord, maar Henk Palm ook wel hoor.’’

,,Mijn beide jongens, Harry en Jan, hebben ook in het eerste gevoetbald. Toen ze in Hattem moesten voetballen tegen Rohda, toen ze naar de Hoofdklasse gingen, ben ik er niet bij geweest. Daar krijg ik het benauwd van, daar krijg ik last van m’n rikketik, zo druk maak ik me dan. Ik zat op de keien bij de ingang van SV Epe, wachten op de uitslag. Toen eindelijk gebeurde het hè. Nee, die wedstrijd tegen AGOVV bij Robur heb ik ook niet gezien. Kon ik niet lijden, ik ben veel te bang dat ik het aan het hart krijg.’’
Maandagavond heeft SV Epe Herman en zijn zoon Jan gehuldigd in verband met hun jubileum.

Dit is het derde van een vierdelige serie interviews met Herman Veldhuis.

Deel 1, 'Herman Veldhuis blijft altijd donderjagen', staat hier

Deel 2, 'Ik heb een machtige tijd gehad', staat hier

Deel 4, Even een internationaal beroemde schaatsgek', staat hier

 

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.