Herman Veldhuis: ‘Ik heb een machtige tijd gehad’

Herman Veldhuis heeft z’n hele leven hard gewerkt. Een groot aantal jaren voor de provincie op en langs de provinciale wegen in en rond Epe, maar daarvoor bij diverse bedrijven. Hij pakte alles aan waar hij maar wat kon verdienen. ,,Het was een arme tijd en wilde niet m’n hand ophouden. Je kunt beter een warme hand geven dan een koude hand, zei m’n vader altijd.’’

Na de schooltijd ging hij bij wattenfabriek Utermöhlen in Emst werken. ,,Ik wou niet leren, ben meteen gaan werken. Daar heb ik niet zo heel lang gewerkt. Daarna ben ik bij de Coöperatie, bij de Welkoop, gaan werken. Op de meelwagen. Als bijrijder. Prins was toen directeur en hij stuurde me soms zo de boer op, met zes ton voer, naar Zuuk, overal. Ik had helemaal geen rijbewijs. Zodoende heb ik m’n rijbewijs gehaald, ik heb maar twee lessen gehad. Toen ik een jochie van 12 jaar was, moest ik altijd al de vrachtwagen aan rijden, dan laadde mijn vader het hooi, dat was toen nog los hooi. Toen kon ik al rijden. Vroeger, toen ik een jaar of 14 was, stonden er militaire wagens bij de Grote Kerk. De militairen waren de kroeg in, maar hadden het sleuteltje in de asbak liggen. En die vonden wij. ‘Herman, jij kunt wel met die Ford rijden’, zeiden de jongens. Toen ben ik met dat legervoertuig rondjes gaan rijden op het pleintje. Als ze me toen gegrepen hadden… We haalden altijd gekkigheid uit.’’

Herman in zijn garage, waarin tal van tastbare herinneringen aan zijn mooie leven hangen.

Toen hij 23 was, trouwde hij met Margje Hulleman uit Heerde. Hij had haar leren kennen en aan de haak geslagen tijdens dansles in het Wapen van Epe. ,,Dat was zo’n beetje het enige vertier in Epe, verder was er niks. We hebben zeseneenhalf jaar verkering gehad en zijn 48 jaar getrouwd.’’
Het echtpaar verhuisde naar Margjes dorp omdat ze in Epe geen huis konden vinden. Ze bleven er een jaar of vijf en kwamen naar Epe zodra die kans zich voordeed.

,,Na de Coöperatie heb ik eerst bij Herms gereden en daarna heb ik in de wegenbouw bij Tholen gewerkt, daar heb ik op de dieplader gezeten. En toen ben ik op een gegeven moment bij de provincie gekomen. Op m’n 27ste jaar. Bert Nieuwenhuis had een sollicitatiebrief voor me geschreven waarop ik ben aangenomen bij de provincie. Daar heb ik 34 dienstjaren. Kantonnier was ik: alle onderhoudswerkzaamheden aan de wegen, het groene bestek, gladheidsbestrijding. Wegbeheerder was je. Toen ik begon, had iedereen 7 kilometer weg. Dat deed ik met de brommer. Met gladheidsbestrijding moest je er ’s nachts uit, strooien. Toen woonde ik aan de Vlijtweg. Dan ging ik hier in de bocht, bij de Rozenhof, kijken of het echt glad was. De politie meldde het me ook wel ’s nachts. In het begin had ik nog geen telefoon, dan belden ze ’s nachts aan.’’

SV Epe en Feyenoord zijn z'n favoriete clubs. Hij is 60 jaar lid van SV Epe.

Later werd hij steunpuntbeheerder en vielen veel meer kilometers provinciale wegen in de regio Epe en kantonniers onder hem. Hij moest er nota bene weer voor aan het leren. Maar de computer bleef hem ‘bespaard’. Hij was net op tijd weg toen die werd ingevoerd op zijn werk.

Een vreselijk naar aspect van zijn werk was dat hij er altijd als eerste bij was als er een ongeluk was gebeurd. Hij heeft heel wat ellende gezien. ,,Ik denk al met al met wel 30 doden.’’ De zwaarste aanrijdingen zitten nog vers in zijn geheugen. Een man die zelfmoord pleegde en onder zijn auto lag. Twee Turkse vrouwen die vanaf de markt kwamen en verongelukten op de kruising van de Tongerenseweg met de Paalbeekweg. Een diskjockey uit Elburg. ,,De vrouw zat nog in de auto, de man en haar kind lagen dood op de weg. De vader van Roosje Muller, die aan de Dellenweg is vermoord, was ook betrokken bij een ongeluk. Ik ben nog bij hem in de auto gaan zitten. Hij ging me zo dood in m’n armen. Nee, ik lig niet wakker van al die narigheid, ik kan er wel goed tegen. Alleen met kinderen vind ik het altijd zielig. Maar oudere mensen, tja, het gebeurt gewoon. Zwaargewonden zijn vaak veel naarder. Dat schreeuwen.’’

Vers in zijn geheugen ligt ook nog een bromfietser, van wie een been nog net aan een stukje vel vast zat. Dat hij zich die nog als de dag van gisteren herinnert, komt vooral door de vraag die de man stelde: ,,’Herman, zorg jij voor m’n brommer?’ Zo bij was hij nog. En die vermoorde man uit Nunspeet die in het bos is gevonden, bij Welna. De politie kwam me ’s avond bij huis nog vragen of ik iets gezien had. Tja, dat daar was mijn wegvak hè. Ik heb ook eens een keer een grote kluit drugs gevonden, in zilverpapier. Met mijn collega samen. Hadden ze achter een boom op een parkeerplaats verstopt.‘’

,,Ik heb een machtige tijd gehad, een mooi leven. Ik heb alles gezien. Ik zat altijd op de weg, ik zag alles. Een hoop kerels met andere vrouwen ook, zo in de bossen. Ik kan daar boeken over schrijven. Dat gebeurt zó veel. En de kerels in de dikste auto’s zijn de slimsten. Ik ken er zó veel uit Epe die vreemd gingen. Kerels èn vrouwen. Ik ken ze met naam en toenaam. Eigen maten van me. Ik kijk nergens meer van op. Maar ik zeg er niks meer over, je schrijft me veel te veel op.’’

Herman was vanaf zijn 15de een verdienstelijk schaatser. Hij heeft z'n hele leven, tot z'n knieën het begaven, op deze schaatsen gereden.

,,Met die Mond en Klauw Zeer hebben we vreselijke taferelen meegemaakt, toen de Tongerenseweg was afgesloten. Ik heb een tijd gehad… Ik heb een tijd lang niks anders gedaan dan overal controleren of de matten voor de ontsmetting wel goed lagen. Ik heb dingen meegemaakt… Ik weet nog dat bij een boer die koeien en ook wat geitjes had, alles afgemaakt en afgevoerd moest worden. Een klein deerntje stond er huilend bij. ‘Papa, moeten de geitjes ook mee?’ ’Ja, de geitjes moeten ook mee, die mogen we ook niet houden.’ ‘Aah, doe de koetjes dan onderin’, zei ze, ‘en de geitjes bovenop. Anders doet het zo zeer.’
Dáár heb ik aan geleden. Die kleine kinderen en die dieren.’’
Voor het eerst in het gesprek is hij heel even stil. Maar het typeert hem dat hij zich al gauw weer een positief element herinnert. ,,Ik had zelf trouwens geluk, want ik had ook een stuk of wat dikbillen, die fokte ik toen ik aan de Tongerenseweg woonde. Liet ik er een slachten en verkocht ik er een, dan had ik zelf alles voor niks. Ik heb er ook hangbuikvarkens gehad, en varkens en geiten. Die geiten stonden met de voorpoten tegen de ramen van de keuken naar binnen te gluren. Mooi man. Maar een jaar voor de MKZ had ik alles verkocht, er was niks meer mee te verdienen. De MKZ-tijd was een rottijd voor veel mensen, maar voor mij niet, ik heb een best leven gehad toen.’’

Hij kluste er ook veel bij. ,,Je kunt beter een warme hand geven dan een koude hand, zei m’n vader altijd. Ik heb m’n hele leven hard gewerkt. Ik had ook geen kwartje toen ik begon, moet je kijken wat ik overgehouden heb.’’

Elke maandagmorgen werkt Herman voor SV Epe op sportcomplex de Wachtelenberg. Bij de koffie heeft hij altijd het hoogste woord.

Hij deed van alles. Zo was hij ook wel eens bij Cairnhill aan de Tongerenseweg. Hij maaide er onder meer het gras en legde buiten verlichting aan. Toen jonkvrouw Bianca Kuzee er nog woonde. Zijn vrouw werkte er toen ook. De luxe in Cairnhill spatte er vanaf. Badkuipen met gouden kranen en aquaria er boven, marmer, dure tapijten, zijde, een inpandige vijver, peperduur meubilair, een roze kamer, een blauwe, een rode. De jonkvrouw vertrok uiteindelijk naar Vaassen. ,,Waar ze daarna heen gegaan is, weet ik niet. Ze had op het laatst geen cent meer, ze was helemaal kaal geplukt. Voordat ze naar Epe kwam, is ze nog directrice van een hotel in Mayernhofen geweest.’’

Herman werkte er later ook wel eens, toen Cairnhill een luxe ‘hoerentent’ was. ,,Herman Rientjes was toen eigenaar, hij had ook in Wapenveld een hoerentent.’’
Herman weet precies wie er werkte – zelfs een getrouwde vrouw uit de buurt – en wie er als klant kwamen. Maar namen wil hij niet noemen. Nou ja, één dan. Maar die kwam voor iets anders. ,,Ik moest een baal hooi brengen en zat in de keuken, waar die hoeren ook allemaal zaten. Kwam Beltman van de Rabobank binnen. Hij moest er voor zaken zijn, in verband met de financiële lasten. ‘Goh Herman, ben jij hier ook?’ ’Ja, en jij ook.’ Lachen man, mooi! Ik kwam er ook wel eens een getrouwde man tegen bij wie ik in de tuin werkte, maar nadat ik hem daar gezien had, heeft hij me nooit meer gevraagd. Hij was natuurlijk bang dat ik het zijn vrouw zou vertellen. Het was wel een geschikte kerel hoor, die Rientjes. Er werkten meestal een stuk of vier hoeren, dan weer zes, dat wisselde. In Wapenveld ben ik ook wel bij hem geweest, moest ik een parkeerplaats maken omdat de klanten met de auto vast zaten in de modder. De meeste hoeren die daar zaten, kwamen uit Engeland. Die brachten ze vrijdagsavonds of zaterdagsmorgens weg en ze kwamen ’s maandags weer terug. Rientjes is later naar Thailand vertrokken.’’

Dit is het tweede deel van een vierdelige serie interviews met Herman Veldhuis.

Deel 1, 'Herman Veldhuis blijft altijd donderjagen', staat hier

Deel 3, 'Leo Beenhakker heeft meer van ons geleerd dan wij van hem', staat hier

Deel 4, Even een internationaal beroemde schaatsgek', staat hier

Herman ritselde dit gebouwtje voor zijn cluppie SV Epe.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Terzijde

samen

Houd vol, we moeten met z'n allen door deze crisis. Houd rekening met elkaar en wees extra lief voor iedereen die dat nodig heeft.

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.