Peter de Lint in ‘Dat doet-ie anders nooit!’: 5. Rashonden

SalvadorNiemand zal het meer ontkennen: de voorvader van de hond is de wolf. Bij een Duitse herder kan iedereen zich dat wel voorstellen. Bij een chihuahua of Yorkshire terrier van anderhalve kilogram wordt dat al wat moeilijker, maar het zijn allemaal wolven in schaapskleren. Hoe komen we aan al die verschillende rassen?

De geschiedenis van de hond begint zo’n 9000 jaar geleden. De wolf was één van de eerste diersoorten die gedomesticeerd werd. Mensen leefden in die tijd van de jacht en wolven waren betere jagers dan de mens. Door de wolf te domesticeren werd hij van concurrent medewerker. Deze eerste honden waren echte jagers. Later ontstond binnen deze jachthonden enige specialisatie: windhonden die hun prooi (bijvoorbeeld hazen) op snelheid moesten kloppen, staanders die wild moesten opsporen en de kleinere jachthonden die konijnen en vossen uit hun holen moesten verdrijven.

Op een later tijdstip (6000 jaar geleden) werden koeien en schapen gehouden en ontwikkelde zich de landbouw. Met de komst van vee ontstond de behoefte aan herdershonden. Dit moesten vooral geen jachthonden zijn, want die lieten voor elke voorbijschietende haas de kudde in de steek. Nog weer later kwamen de honden met meer massa en kracht in beeld. Zij werden ingezet in het leger (onder meer door Assyriërs) of deden dienst als trek- en bewakingshond, zoals doggen en bull mastiffs. In principe zijn alle honden waakhonden. Van huis uit zullen ze hun roedel en territorium altijd verdedigen.
In de oudheid vinden we reeds kleine rassen die als huishond gehouden werden. Had Willem van Oranje ook niet altijd een klein hondje bij zich, waarschijnlijk om hem te waarschuwen bij gevaar? Zelfs op zijn graftombe in de Nieuwe Kerk in Delft is deze te vinden.

De ontwikkeling van wolf tot hond deed zich voor in alle uithoeken van de wereld waar zich mensen bevonden en zo ontstonden in de loop der eeuwen door kruising en selectie de verschillende rassen. Een aardig voorbeeld zijn de lhasa apso en de shih tzu, echte huishondjes, maar ook waaks. Ze werden (misschien nog wel?) gefokt door de monniken in Tibet, die gewend zijn op blote voet te leven. In de winter zijn de kloostervloeren ijskoud. De hondjes hadden als taak om als een soort ‘mof’ op de voeten van de monniken te gaan liggen en ze met hun langharige vacht warm te houden.

Pas 120 jaar geleden werden van al deze rassen de ‘ideale’ raskenmerken vastgesteld. Er werd vooral gelet op uiterlijke kenmerken en niet op functionaliteit en gezondheid, zoals voor die tijd eeuwenlang wel gedaan was. Om bepaalde gewenste raseigenschappen goed verankerd te krijgen, werd steeds vaker gebruik gemaakt van inteelt. Het gevaar daarvan is dat naast de gewenste eigenschappen ook erfelijke gebreken de kans krijgen zich op de chromosomen te nestelen en dat is dan ook, vooral de laatste dertig jaar, op grote schaal gebeurd.

Ook in de dierenwereld kennen we missverkiezingen. Er zijn shows voor honden en katten; ook zijn er keuringen voor paarden, koeien, geiten, kippen en konijnen. Het is een sport om een kampioen te fokken en het succes straalt af op de eigenaar. De Miss Poes van de show is niet de meest intelligente, aardigste of gezondste kat. De ‘Best in show’ is het dier dat het dichtst de voorgeschreven raskenmerken benadert. Hondententoonstellingen hebben in sterke mate bijgedragen aan het ontstaan van erfelijke gebreken. Een van de vele voorbeelden is de kortsnuitige Engelse bulldog. De hond met de kortste snuit was favoriet voor de fokkerij. Bij de extreme gevallen, de meest begeerde exemplaren (!), is het te lange verhemelte en de te nauwe keelingang niet zichtbaar. Daardoor komen deze honden in rust al adem te kort, zodat uitbundig spelen en rennen al helemaal niet voor ze is weggelegd. Ook de achterkant kent problemen. De schede is ongeveer een kopie van de snuit: een en al plooi. Spermacellen verdwalen of lopen dood in een blinde uitzakking. Dankzij kunstmatige inseminatie (K.I.) en de keizersnede (negen weken later) wordt het ras voor uitsterven behoed.

Alle kortsnuitige rassen hebben met elkaar gemeen dat de voorste luchtweg, het traject van neus tot longen, veel te nauw is. Bij inspanning veroorzaakt dat direct problemen. De honden weten niet beter en hebben geleerd om zich rustig te houden. Veel rassen hebben aanleg (predispositie) voor bepaalde rasgebonden problemen. Alles is op internet te vinden.

Enkele voorbeelden:

De sharpei heeft uitgesproken huid- en ooglidproblemen. Het heeft alles te maken met de veel te ruime huid. De hond is speciaal zo gefokt om als vechthond zich in z’n ruime vel te kunnen omdraaien, zodat hij altijd zijn tegenstander kan pakken. Hondengevechten zijn nu verboden en de moderne sharpei komt weer strakker in zijn vel te zitten.

Alle kortpotige rassen (teckels, bassets) zijn ooit ontstaan uit een erfelijke misser en vervolgens is er verder mee gefokt. Misschien wel met het idee dat ze dan niet de biefstuk van het aanrecht kunnen pikken! Alle minirassen zijn gevoelig voor patellaluxatie, het wegglijden van de knieschijf naar binnen. De Pekinees heeft oogproblemen, de Yorkshire is gevoelig voor luchtpijpverslapping, de westy voor huidallergieën, de teckel voor hernia’s, de boxer voor knie-en rugproblemen, de Franse bullterriër voor verlamming van de achterhand, de retriever voor elleboogdysplasie, terwijl de beagle vaak oostindisch doof is. De werkelijke lijst is nog een stuk langer. Dit alles is een gevolg van inteelt en eenzijdige selectie.

Sinds enkele jaren waait er een andere wind; de fokkers zijn nu financieel volledig aansprakelijk voor geleverde honden waarbij zich een erfelijk gebrek ontwikkelt. Een oplossing is om zo snel mogelijk de variatie in de genen te vergroten door gebruik te maken van andere bloedlijnen binnen het ras. Dat betekent letterlijk over de grenzen kijken en honden of desnoods diepvriessperma invoeren om het ras op te frissen.

In de toekomst zal DNA-onderzoek van de fokhonden uitkomst bieden om erfelijke gebreken op te sporen. Het opsporen van de aanleg voor ruggenmergsverlamming en dwerggroei bij de Duitse herder wordt al gedaan. Het zal niet lang meer duren tot je weer met een gerust hart een rashond kunt uitzoeken.

In vroeger tijden leefden de mensen vaak onder zeer sobere omstandigheden. Hun honden uiteraard ook. Slechts de sterksten bleven over. In onze huidige maatschappij kunnen ook de zwakken overleven. Het zal ongetwijfeld leiden tot verzwakking van de soort (dat geldt voor mens en dier).

Salvador uit AlbirBW

Cartoon: Erwin van Versendaal

 

Het boek is inmiddels verkrijgbaar bij de boekwinkels Bruna en Bosch aan de Hoofdstraat in Epe en via www.uitgeverijgelderland.nl.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.