Peter de Lint in ‘Dat doet-ie anders nooit!: 4. Het begin van het einde

Eindelijk was het zover. Ties had een half jaar lang Eva Niehlsen bezocht, thee gedronken en Spooky zijn koekjes gegeven. Vanmorgen had ze gebeld: het hondje wilde niet meer eten en bleef stil liggen en eigenlijk was het al een paar dagen zo. Eva was er aan toe en had er vrede mee. In gedachten had ze dit moment al vele malen beleefd. Na een beetje methadon en een kopje thee volgde het laatste spuitje in de halsslagader, want het nekje was al helemaal kaal. Ties dacht dat daarmee het verhaal ten einde zou zijn. Maar de lijdensweg die ze had willen voorkomen, begon nu pas.

Voor haar welteverstaan, want Spooky was dood en had er geen last meer van. Ties had voor zichzelf bedacht hoe hij het zou afhandelen, namelijk dat hij het dier zou meenemen en individueel zou laten cremeren. Eva zou een mooie urn uitzoeken en zo kon ze hem een ereplaats geven. De nazorg verliep echter anders.

Eva wilde Spooky nog een paar dagen bij zich houden en vroeg Ties hoe dat moest. Het was begin mei en de temperaturen schommelden tussen de 25 en 30 graden. Hij bedacht ter plekke dat het iets moest zijn dat op een koelbox leek. Bij de supermarkt een zak met ijsblokjes kopen, daar een bedje van maken, Spooky er op leggen en daarna zoveel mogelijk isoleren. „Maar”, verzekerde Ties, „dit mag beslist niet langer dan twee dagen duren, of je moet een andere koeling regelen.” Ze liet Ties uit, bedankte nog een keer en had een soort houding van: laat mij dit maar op mijn manier oplossen. Ze deed alsof ze er nog helemaal niet over had nagedacht, maar haar kennende had ze de laatste maanden aan niets anders gedacht.

Weken later hoorde Ties van de buren dat Eva na een paar dagen een diepvries had aangeschaft. Hij stond op het balkon. Een formaat met een inhoud van 500 liter was in de aanbieding, dus had ze die maar genomen, terwijl Spooky aan anderhalve liter genoeg had. Het was net als met de Espace een grote miskoop.

Het zal een half jaar later geweest zijn. Ankie fietste gewoontegetrouw naar het postkantoor om post te brengen en uit het postbusje te halen. Terwijl ze haar fiets op slot deed - hoewel iedereen het roestige ding als levensgevaarlijk beschouwde en echt niemand het in zijn hoofd zou halen om er mee vandoor te gaan - kwam ze in de haast bijna in botsing met Knut. Ze herkende de broer van Eva niet direct, maar hij Ankie wel. Hij had net aan de boulevard geluncht en alle tijd. Ankie rammelde van de honger, maar daar het postkantoor om twee uur ‘s middags sluit, was ze vóór de lunch naar de post gegaan. Ankie wilde het afdoen met ‘Sorry’, maar daar nam Knut geen genoegen mee. Hij wilde graag z’n verhaal kwijt, uit ergernis over de afloop van Spooky. Een groot deel van het familiekapitaal was eraan gegaan en dat zat hem goed dwars. Eva had Spooky diepgevroren meegenomen in een koffer naar Denemarken. Ze had via internet het adres gevonden van een Amerikaan die bereid gevonden was om naar Denemarken te komen en het hondje op te zetten. Dit kostte natuurlijk een fortuin, maar dat kon Eva niet schelen. „En is het allemaal gelukt?”, vroeg Ankie. „Ja, helaas wel. Spooky zit nu parmantig en onsterfelijk naast haar op de bank. De muziek staat weer zacht en de Espace is ingeruild voor een Twingo.”

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.