Woar blif de tied: Epe’s eerste kegelclub (1926): ‘ALLE NEGEN’

Foto 1. Dames Kegelclub Alle Negen - 1935 (Custom) (Custom)Epe’s eerste officiële kegelclub was een dames-kegelclub en heette ‘ALLE NEGEN’. De kegelsport wordt gespeeld met negen kegels. De club werd opgericht op woensdag 17 november 1926. De oprichting vond plaats in Hotel Veluwe, waar de jonge M.R. Geerlings het scepter zwaaide.

De vader van Minne Geerlings, de heer Gauke Geerlings, overleed in 1919. Zijn zoon was op dat moment pas 20 jaar. In 1921 trouwde Minne Geerlings het Eper meisje Johanna Wilhelmina Jansen. In het algemeen reglement van Kegelclub ‘ALLE NEGEN’, vastgesteld op 6 januari 1927, staat als voorzitster vermeld mevrouw W. Jansen. Naar alle waarschijnlijkheid is dit de vrouw van Minne Geerlings, die hier (opmerkelijk voor die tijd) haar meisjesnaam gebruikt. In de ledenlijst staat namelijk mevrouw J.W. Geerlings-Jansen.

Foto 1. Dames Kegelclub Alle Negen - 1935 (Custom)

Op bovenstaande foto uit ca. 1935 ziet u alle dames van de kegelclub ‘ALLE NEGEN’ verenigd.

Staand v.l.n.r.: mevr. Nelly Dijkstra-Vendel, vrouw van busondernemer Rindert Dijkstra aan de Hoofdstraat; mejuffrouw Liskje Dijkstra, zuster van Rindert Dijkstra, zij deed de administratie voor D.A.B. (Dijkstra Autobus Bedrijf, voorheen zat in dat pand o.a. Frans Moors Touringcars, Vemde-Travel en nu Plank en Vloer); mevr. Johanna Wilhelmina Geerlings-Jansen, mede-eigenaresse van Hotel Veluwe (nu ’t Waeghuys) aan de Sint Antonieweg; mevr. Nieske Lip-Niestijl, ze bestierde kruidenierswinkel Zijlstra aan de Stationsstraat (nu Bouquet en Brocante); mejuffrouw D. Blom, dochter van bakker J. Blom uit de Willem Tellstraat (daar zit nu bakker Elferink).

Zittend v.l.n.r.: mevr. Annie Beumer, echtgenote van Johan Beumer, die een elektriciteitszaak runden aan Hoofdstraat (later Ten Have); mevr. J. Kwakkel v.d. Horst, ze hadden een aannemersbedrijf aan de Emmastraat en mevr. A. Stindt, van café-restaurant Stindt c.q. ‘De Geldersche Bloem’ aan de Hoofdstraat (nu o.a. de Urker Vishandel). Niet op de foto mevr. D. Kuyters, de familie Harry Kuyters had een drogisterij, parfumerie en fotohandel aan de Hoofdstraat, (nu Scapino).

Foto 2. Hotel Veluwe - 1922 (Custom)

Hotel Veluwe van eigenaar Minne Geerlings t.o. het voormalige Station van Epe – 1922.


Op dinsdagavond 14 december 1926 werden er in Hotel Veluwe twee kegelbanen geopend. Tevens vond toen ook de officiële oprichting plaats van een heren-kegelclub genaamd ‘GOOI OM’. De eerste voorzitter was de heer H. Hendriks, van beroep architect. In 1938 was de heer J.W. Jonker voorzitter van ‘GOOI OM’.

Waarschijnlijk werd er al in 1924 gekegeld in Hotel Veluwe, want in de openingstoespraak van de heer Hendriks meldt hij: ,,Van het oprichten van de kegelclub af (nu ruim twee jaar geleden), bestond er bij onze club steeds meer animo voor de kegelsport, die echter zeer werd bekoeld omdat de baan eigenlijk meer een kruiplank dan een echte kegelbaan was. Dank zij de medewerking en de ondernemingsgeest van onzen hotelhouder Geerlings en onze clubleden-ambachtslieden, zijn wij thans in staat gesteld om onze krachten te meten op mooie banen in een aangenaam zaaltje.’’

Wellicht was men in 1924 nog niet officieel aangesloten bij de Oost-Geldersche Kegelbond (OGK).

Foto 3. Hotel Veluwe - 1921 (Custom)

Foto 3. Wederom Hotel Veluwe vanuit een andere positie – 1921.


Van de OGK waren twee bestuursleden afgevaardigd en tevens was er een afvaardiging van de Apeldoornse kegelclubs ‘Jumbo’, ‘Natte Spons’ en ‘Apeldoorn’. Deze kegelclubs speelden veelal hun wedstrijden in de ‘De Poort van Cleef’. Namens de OGK werd er door de heer Duursma aan de kegelaars van Epe een prijs uitgereikt in de vorm van een gouden kegeldasspeld. De Apeldoornse vertegenwoordiger de heer G.J. Eikelboom bood als aansporing een zilveren lauwertak aan met de woorden: ,,Als aansporing voor de Eper kegelaars om door flink oefenen ook in deze sport lauweren te behalen, als bewijs van hun kunnen en willen.’’

De ‘GOOI OM’-voorzitter H. Hendriks uit zijn misnoegen door te constateren dat: ,,Waar op verschillende plaatsen bij ’t openen van een concours de Burgemeester aanwezig is en Epe, zeker de vooruitstrevendste plaats op de Veluwe genoemd mag worden, daar had ik gedacht den Burgemeester hier ook te zullen aantreffen, doch tot mijn spijt constateert ik dat dit niet het geval is.’’

De burgemeester was toen D.F.J. (Daniël Frederik Johannes) van Walsem (burgemeester van Epe 01-10-1926 t/m 16-09-1938). Het zijn mejuffrouw A. Stindt, secretaresse van de dames-kegelclub ‘ALLE NEGEN’ en de heer Duursma, bestuurslid van de OGK, die met hun eerste worp het concours openen. Het concours had plaats op 14,18, 19 en 26 december 1926. De eerste prijs was een Oud-Hollandsch ameublement  en de 2e t/m de 6e prijs waren mooie kunstvoorwerpen.

Foto 7. Kegelen 13-07-1929

Verslag in de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 13-07-1929.


Hieronder enkele artikelen uit het REGLEMENT van de Kegelclub ‘ALLE NEGEN’.

Art. 1 – De Kegelclub draagt den naam van „Alle negen” en bestaat uit hoogstens 16 leden. Art. 2 – Om als lid te worden aangenomen, moet het candidaat-lid zich schriftelijk bij een der bestuursleden opgeven en wordt als lid toegelaten, indien hij algemeene stemmen erlangt.  Art. 3 – Om lid te kunnen worden moet men den leeftijd van 21 jaar bereikt hebben. Art. 4 – Om iemand van het lidmaatschap vervallen te verklaren, is het noodig, dat minstens drie-vierde der leden zich daarvoor verklaart. Een met redenen omkleed voorstel wordt door hen bij het Bestuur ingediend. Art. 5 – De maandelijkse contributie bedraagt ƒ 2.- en wordt bij het begin van ieder maand geïnd. Het lidmaatschap kan met 14 dagen worden opgezegd bij het bestuur. Nieuwe leden betalen ƒ 1.- entrée. Art. 6 – Buitenleden zijn zij, die vroeger lid zijn geweest en nu niet meer in de gemeente Epe wonen. Zij betalen ƒ 2.- contributie per jaar. Art. 7 – Elk lid heeft het recht van introductie van één persoon per keer. Ieder persoon kan niet meer dan 5 maal per jaar geïntroduceerd worden. Art. 8 – Donateurs zijn zij, die een jaarlijksche bijdrage betalen van minstens ƒ 2,50. Art. 9 – Ieder jaar worden er, indien de kas dit toelaat, twee onderlinge concoursen gehouden, t.w. één in ’t voorjaar en ’t voorjaar en één in ’t najaar. Art. 10, 11 en 12 gaan over het stemmingsprotocol. Art. 13 – Op iedere kegelavond kan de Voorzitter, of bij diens afwezigheid een der Bestuursleden, een baan aanwijzen, aan wiens uitspraak elk lid zich onvoorwaardelijk heeft te onderwerpen. Art. 14 – Bij verschil van mening over het aantal der omgeworpen kegels is de uitspraak van den kegeljongen onherroepelijk. Art. 15 – Voorstellen van ingrijpende aard kunnen niet in stemming komen, wanneer deze niet op de convocatie-biljetten zijn vermeld. Art. 16 – In de gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur, zooveel mogelijk in overleg met de leden.

Aldus opgemaakt en vastgesteld in de vergadering van 6 Januari 1927.

W. JANSEN, Voorzitster     

D. KUYTERS, Secretaresse  

A. STINDT, Penningmeesteresse

 

Foto 8. Kegelen 25-09-1930

Verslag in het Algemeen Handelsblad van 25-09-1930


Kegelen is een spel waarbij je met een bal een aantal kegels omver probeert te gooien. De kegels en de bal zijn vaak van kunststof.
Een kegelbal heeft ongeveer hetzelfde formaat als dat van een bowlingbal (max. ø240mm), meestal zelfs iets groter. Het grootste verschil tussen een bowlingbal en een kegelbal is het aantal gaten dat er in zit. Een kegelbal heeft maar één gat waar je alleen je duim in steekt. Met deze bal moeten de 9 kegels aan het einde van de baan in één keer allemaal omgegooid worden. Het aantal kegels dat in één keer wordt omgegooid, is beslissend voor het aantal punten van die worp. Er mag dus geen twee maal gegooid worden.


De stand van de kegels is hieronder afgebeeld.


      9
   7     8
4     5     6
   2     3
      1


Om de kegels te kunnen raken, moet er over een twintig meter lange baan van 30 tot 30,5 centimeter breed worden gegooid.

Foto 9.  Kegelen 17-02-1940

Verslag in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 17-02-1940

 

Foto 4. Heren Kegelclub Gooi Om - 1935 (Custom)

Op bovenstaande foto ziet u alle heren van de Kegelclub ‘GOOI OM’ verenigd  ca. - 1935.

Staand v.l.n.r.: dhr. J. Hulshof, had een winkel in huishoudelijke artikelen op de hoek Hoofdstraat – Asseltseweg; dhr. J.H (Jan Hendrik) Jansen, had een wasserij genaamd ‘De NIJVERHEID’ in Wissel; dhr. Sijmen de Vreede, was molenaar aan de Burgweg in Wissel; dhr. A.J. Wensink, was bakker en had tevens een kruidenierswinkel genaamd VIVO (De Vrijwillige In- en Verkooporganisatie) aan diezelfde Burgweg in Wissel; dhr. R.C. Poll Jonker, was werkzaam bij de manufacturenzaak van de weduwe H. Wagenaar aan de Hoofdstraat, nu de Fleur In; dhr. J. van Huffelen, was politieagent; dhr. H.J. Wassink, had een elektriciteitszaak aan de Hoofdstraat, nu Scheer en Foppen;  dhr. Hein Schans, was juwelier aan de Hoofdstraat, nu Zeeman en dhr. G.E. (Gerard) Jansen, had een kruidenierswinkel aan de Parkweg.

Zittend v.l.n.r. dhr. J. Simons, was architect en woonde aan de Heerderweg; dhr. G. Kwakkel, woonde aan de Emmastraat en had daar een aannemersbedrijf; dhr. H. Hendriks, was voorzitter van deze kegelclub ‘GOOI OM’ en tevens architect en woonde aan de Hoofdstraat waar nu bakker Marcel Commandeur zijn winkel heeft; dhr. J.W. Jonker, had een boerenbedrijf aan de Slathstraat en dhr. Paul Wagenaar, was eigenaar van een manufacturenzaak aan de Hoofdstraat.
 
U ziet op deze foto dat er toen ook al met reclameborden werd gewerkt. Het  bord van J. Hulshof ‘de pannen en potten kearl’ staat prominent in beeld. Ook hangt er een (gesponsord?) uurwerk van juwelier Hein Schans. De mannen staan en zitten hier keurig in kaarsrechte witte pantalons en strak gestreken witte overhemden. Het was vroeger gebruikelijk dat er gespeeld werd in een net pak en het liefs met een stropdas strak om de nek. U ziet ook dat zelfs het schoeisel is aangepast. Deze heren voldoen helemaal aan dat tijdsbeeld van toen.

Foto 5. Het Hof van Gelre 1944 (Custom)

Hotel Restaurant  ‘t Hof van Gelre met rechts de Quickbornlaan - 1944.

 

Op vrijdag 2 september 1938 werd er in het Hotel Restaurant ’t Hof van Gelre, waar de heer J.J. Teune het scepter zwaaide, een nieuw Kegelhuis geopend. Het was voorzitter J.W. Jonker van de kegelclub ‘Gooi Om’ die de opening verrichtte. Het kegelhuis werd ontworpen door architect J. Simons, die tevens lid was van ‘Gooi Om’ en de aannemer was Joh. Kwakkel Gzn. Tijdens de opening komt naar voren dat er nog een aantal nieuwe kegelclubs in Epe zullen worden opgericht.  Behoudens genoemde kegelclubs zijn er nog vier clubs in Epe actief geweest, te weten: ‘Houdt Plank’, ‘TOP’, ‘DIA’ en ‘’t Poedeltje’. Van deze vier clubs heb ik tot op heden geen enkele informatie voorhanden. Dus als er mensen zijn die wat weten, dan graag reageren.

 

Foto 6. Het Hof van Gelre - 1968 (Custom)

Hotel Restaurant ’t Hof van Gelre – 1968.

In het boek 'Gastvrij Epe' van auteur Jan Paasman lees ik in het hoofdstuk over ’t Hof van Gelre op blz. 131 dat scholen wel eens een feestavond hielden in ’t Hof van Gelre. Zo voerde de kinderen van de Dorpsschool bijvoorbeeld kinderoperettes op, zoals ‘Goudhaantje en de troubadour’ of ‘Repelsteeltje’. Schoolmeester Van Gulik, die ook regisseur van de Heikneuters was, voerde de regie. De deelnemers verkleedden zich in de voormalige kegelbaan en werden, voordat ze het toneel op gingen, door kapper Herman Detmers geschminkt. (We hebben het hier over 1948/1949).

Waarschijnlijk heeft de kegelsport in Epe zo’n 20 à 25 jaar bestaan.

 

DE GESCHIEDENIS VAN HET KEGELEN

Het kegelspel betekent in de meest primitieve vorm, het met een bal omgooien van een aantal kegels. Werd oorspronkelijk op plat gestampte klei een baan uitgezet en met stenen gegooid, nu zien we in moderne gebouwen een aantal banen liggen van hout en kunststof, die volkomen glad en geschaafd zijn, compleet met automatische opzetmachines voor de kegels en terugloop van de ballen.

De Oervorm

De oervorm van het kegelen, het rollen met een steen, later met de kogel of bal, heeft vermoedelijk zijn oorsprong in Egypte. In een Egyptisch kindergraf, uit ongeveer 5000 voor Chr., vond men delen van een kegelspel lijkend op het huidige spel. Hieruit blijkt dat het kegelen een der oudste sporten is.

In veel ons omringende landen was het kegelspel bekend. In Frankrijk werd het kegelen in 1254 door Lodewijk IX verboden omdat het een gevaarlijk hazardspel was geworden. Men heeft in Europa, uit de archieven, kunnen opmaken dat in ieder geval midden in de 12e eeuw de kegelsport al gespeeld werd. Toen had dit spel kennelijk een ander doel. Het was geen sportieve krachtmeting of kunst, maar veeleer een zakelijke wedijver. Het ging soms om grote bedragen. Dit wordt in oude oorkonden aangetoond. Zo'n oorkonde is in een kroniek van de stad Rothenburg (Duitsland) te vinden, van het jaar 1157. Hier wordt vermeld dat een jonge edelman de gelofte moet doen om zich tien jaar lang te onthouden van het kegelspel om geldbedragen! Zo niet, dan wordt hem zijn vermogen ontnomen en zal hij de stad moeten verlaten. Dit voorval geeft aan dat in die jaren het kegelen misbruikt werd ten bate van..... (vult u zelf maar in)

 

Foto 10. Kegelen 24-09-1930

Verslag in het Algemeen Handelsblad van 24-09-1930

 

Ook andere oorkonden bevestigen zo'n gedrag. Stadsraden en gemeenteraden moesten toen steeds weer verboden uitvaardigen omdat het prijskegelen ontaardde. Ondanks dit werd de kegelsport toch voor het nageslacht behouden.

De Romeinse historie heeft slechts zeer sporadisch melding gemaakt van een dergelijk spel. Het weinige dat wij van het spel uit die tijd weten, is dat de Germanen een zware keil, een meer op een kegel of knots gelijkende steen, tijdens hun werpspelen voor dit doel gebruikten. Het aantal voorwerpen dat omgeworpen moest worden, (meestal negen, soms zeven of drie) had wel iets te maken met hun ‘Wodans- of Donarsfeesten’. Het getal negen was een heilig getal. Wodan was de god van oorlog en van donder. Als het nu dondert, hoort men nog wel eens de uitdrukking: "Zijn ze hierboven aan het kegelen"?

Volksfeesten

Op volksfeesten hield de kegelsport eeuwenlang stand als volksvermaak. Niet slechts het gewone volk, maar ook de geestelijkheid, de hoven van ontelbare vorstenhuizen en vroede vaderen waren door de kegelliefde aangetast. In kloosters werd het kegelspel met de volgende bedoeling gespeeld: de kegel stelde het kwade voor en dit moest, door hem om te werpen, uitgebannen worden. De eerste bezitters van een eigen kegelspel waren de kerkgenootschappen. In de tijd van reformatieverordeningen van 1529 in Bazel ging het al over kegelen. Op zon- en feestdagen mocht tijdens de kerkdienst en voor één uur ‘s middags niet gekegeld worden. De wijze waarop de kegelsport beoefend werd, kon ook vaak geen instemming vinden bij burgerlijke- en kerkelijke besturen en autoriteiten. Het gaf vaak aanleiding tot onenigheid en ruzie. Het was in die tijd jammer genoeg soms een spel waarbij grote geldbedragen, soms een heel bezit van een speler, verkegeld werden. Meestal zijn het alleen maar de uitwassen die in de geschiedenisboeken vermeld staan, maar het onschuldige plezier dat menige burger in zijn vrije tijd in het kegelspel heeft gevonden, vond de schrijver niet.

Nederlandse schilders

In de 17e eeuw is het kegelen een echt volksvermaak. Ook in Engeland kende men toen de Ninepin Alley kegelbaan (ook wel Skittle Alley genoemd). Het kegelen heeft zich door de volksverhuizingen verspreid over alle werelddelen.

In Rusland heet het ‘Gorodka’, in Italië is het ‘Boccia’, in Schotland ‘Curling’ en in Frankrijk is de benaming ‘Quiller’. Overal werd op een kegelplaats naar kegels gegooid of men schoof een bal op een kegelbaan met een aanloop naar de kegels.

In de 17e eeuw zien we dat Nederlandse schilders de kegelsport weergeven in hun schilderijen. Hieruit kunnen wij opmaken dat ook in Nederland de kegelsport tot een der oudste sporten gerekend mag worden. Enkele zeer bekende schilders laten het ons zien, o.a.: David Teniers (1582-1649), met het schilderij van vier boeren bij het kegelspel. Pieter de Hooch (1629-1683) schilderde in zijn Delftse tijd de hoge adel bij hun edel kegelspel.

Kegelsport

Ook in de hofkringen had men belangstelling voor het spel, zodat in de tijd van onze koning Willem II op ‘Het Loo’ een kegelbaan werd aangelegd. In die tijd beleefde men de overgang van het kegelspel naar de kegelsport. In de 18e eeuw beginnen de eerste clubs te ontstaan in sociëteitsverband. Deze clubs beoefenen, naast de ontspanning van het spel, ook een sociale doelstelling. Men organiseert van daaruit ondersteuning met een filantropische gedachte. Deze doelstellingen werden, door maatschappelijke verbeteringen, niet zo belangrijk meer en het kegelspel werd meer en meer een uitdaging voor onderlinge krachten en prestaties. Overal werden dergelijke wedstrijden georganiseerd.

Algemene Nederlandsche Kegelbond

Om meer eenheid in deze tak van sport te brengen, werd op voorstel van de heer H.Wijnands uit 's-Hertogenbosch op 30 maart 1890 de Algemene Nederlandsche Kegelbond opgericht. Bij de oprichting sloten zich aan de clubs uit: Alkmaar, Amsterdam, Breda, Enschede, 's-Gravenhage, 's-Hertogenbosch, Leerdam, Nijmegen, Rotterdam, Tiel en Vugt.  In 1895 telde deze bond 50 clubs. Jammer genoeg heeft de Algemene Nederlandsche Kegelbond het jaar 1900 niet gehaald.

Nederlandsche Kegelbond

Maar, men bleef kegelen en in 1909 besloten enige stedelijke en gewestelijke bonden weer te gaan samenwerken en te komen tot de oprichting van een landelijke bond. Zo kwam op initiatief van de Utrechtse Kegelbond op 20 juni 1909 de oprichting van de Nederlandsche Kegelbond. Tot deze bond traden toe de volgende bonden: Zwolle, Noord Nederland, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Haarlem. Op 16 september 1911 werden de statuten van de Nederlandsche Kegelbond, Koninklijk goedgekeurd.

Koninklijke Nederlandsche Kegelbond

logo (Custom)Inmiddels is de Koninklijke Nederlandsche Kegelbond (KNKB) uitgegroeid tot de organisatie waarbij alle kegelbonden in Nederland zijn aangesloten. Om de slagvaardigheid van het KNKB-bestuur te garanderen zijn er districten gevormd. Hierin zijn ongeveer en naar evenredigheid een 800 clubs met 10.000 leden opgenomen. Door een goede communicatie, die efficiënt en effectief werkt bij de districten, is het mogelijk dat alle wedstrijden worden gespeeld onder de vlag van de KNKB. Hiermede is te alle tijde het streven aanwezig om te bereiken wat de doelstelling is van de Koninklijke Nederlandsche Kegelbond, nl.: 'De beoefening van de kegelsport te bevorderen als middel voor lichamelijke ontwikkeling, alsmede het houden van onderlinge, nationale en internationale wedstrijden.'

Inmiddels neemt het ledental weer af doordat weinig jongeren zich tot de sport voelen aangetrokken. Ouderen haken af doordat de leeftijd gaat tellen en ze daardoor de zware ballen niet meer kunnen hanteren. De belangstelling voor de wedstrijdsport neemt ook af doordat men niet meer zo ver van huis wil gaan als men op leeftijd is.


Foto 11. Gooi Om en Alle Negen  1932 (Custom)

Hier ziet de heren- en dameskegelclub ‘GOOI OM’ en ‘ALLE NEGEN’ in de kegelzaal van Hotel Veluwe zo rond 1932.

Heren achterste rij v.l.n.r.: J. Hulshof, ?, Kwakkel en J. Simons.

Middelste rij v.l.n.r.: ?, H. Hendriks, Van Putten, Stindt, Kwakkel, Weusenk, Hein Schans en Bosch, op de bank voor Bosch zit Van ’t Land.

Dames v.l.n.r.: ?, Stindt, J. Kwakkel v.d. Horst, Annie Beumer, Liskje Dijkstra, ? en zittend naast de kegelbal mej. A. Stindt.


Met betrekking tot bovenstaand verhaal liet ik mij inspireren door het prachtige boek ‘Epe in Prenten en Verhalen’ van auteur Jan Gerard, die een hoofdstuk schreef over de kegelsport in Epe. Tevens had ik al eens van mevrouw Marie Nieuwenhuizen-Kwakkel (83 jaar) uit de Emmastraat de twee foto’s gekregen waarop de damesploeg van Kegelclub ‘ALLE NEGEN’ en het herenteam van ‘GOOI OM’ staan afgebeeld. Tevens kreeg ik van haar van beide kegelclubs een ledenlijst met daarop nagenoeg alle namen, en het reglement. Het was de moeder van Marie, mevrouw J. Kwakkel v.d. Horst, die deze spullen in huis had, zij was een periode voorzitster van de dameskegelclub ‘Alle Negen’. Haar man Gerrit Kwakkel liet de kegelbal rollen voor ‘GOOI OM’.

(Gert van den Esschert – lohuizerbrink-epe.nl – 001-2013)

 

Bronnen:

Boek „Epe In Prenten en Verhalen” – van auteur J. (Jan) Gerard uit 2002.

Boek „Gastvrij Epe” – van auteur J. (Jan) Paasman uit 2009.

Website Ampt Epe (ampt-epe.nl ) – De Tijdlijn van Epe.

Website Koninklijke Bibliotheek (kb.nl) – Historische kranten.                                                                                                       

Website Wikipedia (wikipedia.org) - De vrije encyclopedie.

Website Koninklijke Nederlandsche Kegelbond (kegelbond.nl) – Oorsprong van de kegelsport.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Epe mien däärpien 3

EMD 3 cover Aangepast

Als er een prijs zou worden uitgereikt voor het boek dat bij de lezers het meeste enthousiasme losmaakt, gaat die zonder twijfel naar 'Epe mien däärpien 3'. Hier een persbericht en hier een interview met auteur Gert van den Esschert. Verkrijgbaar bij Boekhandel Bosch, de Read Shop en Uitgeverij Gelderland.

buukies

Twee prachtige boeken van Gert. De eerste druk van deel 1 is uitverkocht, maar er komt vermoedelijk een herdruk waarvoor hier kan worden ingeschreven. Deel 2 is nog bij de boekhandels Bosch en Bruna in Epe verkrijgbaar en bij de uitgever aan de Hoofdstraat ook online.

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.