Woar Blif de tied - Een toevluchtsoord in bangen tijd (4)

Hun aller leven stond steeds op het spel

11. Uitspanning De Ossenstal CustomJan Albertus had de schrik te pakken gekregen en ging een tijdje weg naar een andere oom van hem, M. van Essen in de Laarstraat. De Joodse familie, nu natuurlijk in hevige angst voor een tweede bezoek van De Leeuw, waarbij alles wellicht zou uitkomen, vertrokken naar Utrecht, waar ze 14 dagen bleven. Na die 14 dagen ging Van Essen met zijn vrouw naar Utrecht om te vertellen, dat De Leeuw niet meer terug gekomen was, dus dat het huns inziens weer "veilig" was. De Joodse familie schreide van blijdschap, toen ze de familie Van Essen zagen en gingen nog dezelfde avond mee terug naar Epe. Een paar dagen later kwamen ook de ouders van het echtpaar "Kamps" uit Heerde terug, waar ze tijdelijk hadden vertoefd.

In het begin van dat jaar werd Van Essen aangezocht voor de illegale beweging. Hij ging daar niet zo grif op in, omdat hij eerst inlichtingen wilde inwinnen. De inlichtingen waren van dien aard, dat hij besloot zich bij de "ondergrondse" strijders te voegen.

Plotseling moesten de fabrieksarbeiders uit Vaassen naar Duitsland om te werken. Toen kwamen 's nachts bij hen slapen Van Doorn en zijn zoon en Koedijk Jr. zolang tot het voor hen weer veilig was thuis te slapen. En daarna kwamen ineens de meldingen voor Olst. Daaronder vielen alle mannen van 18-45 jaar, dus ook Van Essen zelf, die 40 jaar was. In de schuilplaats durfde hij het nog niet te wagen, daar de aarde er boven, nog los lag, waardoor er de aandacht op gevestigd kon' worden. De eerste schuilplaats was daardoor ook onbruikbaar, want de beide schuilplaatsen waren slechts door een wand van beton van elkaar gescheiden. Kwam men in de schuilplaats 2 en klopte men op de wand, dan merkte men dadelijk door het holle geluid, dat zich daarachter ook een ruimte bevond. De hut bij de "Ossenstal" leek hem beter. Er waren intussen al meerdere personen bij hem gekomen en zo trokken op die bewuste woensdag Van Essen en zijn toen 16-jarige zoon Mannes, die voor zijn leeftijd flink ontwikkeld was, zijn broer N. van Essen en diens zoon Mannes, G. Dijkgraaf, G. Visser en M. Schoots naar de "Ossenstal".

11. Uitspanning De Ossenstal

Uitspanning De Ossenstal op een eerder genomen foto – 1954.

 

Een goede ligging was daar niet, dus brachten ze de eerste nacht door op de houten planken van de hut, toegedekt met enkele dekens en wat jassen. De andere dag zochten ze mos en plukten wat hei en spreidden ze zich daarvan een bed. Dit bed verschilde echter nog heel wat van 't geen, waarop ze thuis sliepen, zodat voor sommigen van hen, ook deze nacht niet zo rustig was. Ze draaiden zich eens om en om en opeens hoorde G. Visser geritsel op de planken, waar hun voedselvoorraad was. Z'n buurman J. Albertus ontwaakte ook en hoorde eveneens het spektakel, want het geluid was steeds sterker geworden. Muizen! Na enig overleg besloten ze op muizenjacht te gaan. Een lucifer werd aangestreken en een klein olielampje aangestoken en de beide jongens trachtten de muizen te vangen, echter tevergeefs. Daar ontwaakte ook Gr. Dijkgraaf uit zijn rustige slaap. Hij zag het flikkerend lichtje, wist zich niet goed te herinneren, waar hij was, kwam tot het besef, dat hij dorst had en zei slaapdronken: "Zeg Jan, he'j ok een bittien water veur mien?". "Ja jong ku'j wel kriegen", antwoordde Jan en hij pompte wat water voor hem. (Er was een pomp in de hut). Nog steeds slaperig, dronk Gr. Een paar slokjes en prevelde toen suffig: ,,'k Gleuve, da'k koortse hebbe"! En toen sliep hij weer in. De beide anderen brulden van 't lachen en lagen een tijd daarna nog te schudden om die "koortsige stakker", die de andere morgen kerngezond ontwaakte en zich niets meer van het nachtelijk intermezzo kon herinneren.

Overdag vermaakten ze zich met wat spelletjes, "kookten" koffie op het kacheltje en volgden de vliegmachines, die geregeld overtrokken, met hun ogen. In die wijde eenzaamheid hadden ze daar een prachtig zicht op. En 's avonds ondernam de dappere juffrouw Van Essen de onbehaaglijke tocht door de stille, donkere bossen met een grote pot eten, om haar "mannen" hun voedsel te brengen. Erg aangenaam vond ze die tochten ook niet, doch het maakte haar nog niet zo angstig, als het verschijnen van vliegmachines. Zij heeft in deze jaren met haar man veel gewaagd, veel gedaan. Hun aller leven stond steeds op het spel. Veel angst heeft ze ook wel uitgestaan, doch die angsten waren niets in vergelijking met de angst, die ze voor vliegtuigen had. Zodra ze 's nachts het geronk der motoren hoorde, brak het angstzweet haar uit en stond ze ogenblikkelijk naast haar bed. Nu was daar ook wel enigszins reden toe. Meermalen had ze brandende vliegtuigen over hun huis zien komen en soms leek het of zo'n aangeschoten vliegtuig recht op hun woning aankwam. Die vliegmachines waren een nachtmerrie voor haar. Pas, als het geronk van de laatste motor in de verte wegstierf, zocht zij haar bed weer op, om er dan bij het eerst volgend geluid weer uit te vliegen. Gelukkig behoefde ze die tochten naar de "Ossenstal" niet lang te maken, want vrijdagavond kwamen de mannen al weer thuis. Toch was juffrouw Van Essen 's nachts nooit alleen geweest, want in haar huis sliepen verschillende jongens uit de buurt.

- Wordt morgen vervolgd: Tranen van blijdschap en opluchting -

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento