Woar blif de tied: Graaf Otto II gaf Epe in 1233 Stadsrechten

stadsrecht (1)Bij het restaureren van een oude perkamenten zeventiende-eeuwse boekband uit het oude archief van Epe is een nog veel ouder stuk perkament tevoorschijn gekomen. Op zich is dat niet heel bijzonder. In het verleden gebruikten boekbinders vaak oudere stukken perkament opnieuw aan de binnenkant van boekbanden. U weet wel: zuinigheid met vlijt…

 

Vooral kort na de reformatie (ca. 1580) zijn veel katholieke, door monniken met veel geduld en liefde op perkament geschreven boeken kapot gesneden en aan fragmenten in de banden van nieuw gemaakte registers terecht gekomen. Vaak zijn het juweeltjes en kun je je er als archivaris alsnog over opwinden dat men destijds dergelijke cultuurbarbarij bedreef. Dit keer was het echter een compleet stuk met een handschrift dat op hoge ouderdom wees. De restaurator belde er over op en in overleg is besloten om het stuk niet weer op zijn oorspronkelijke plaats in de boekband terug te zetten, maar te vervangen door een nieuw blanco stuk perkament.

Belangrijke archiefvondst

Het document blijkt namelijk een voor Epe zeer bijzondere inhoud te hebben. Het is in het Latijn en gedateerd anno domini MCCXXXIII dies veneris bonus. Dat is het jaar van onze Heer 1233 goede vrijdag. Veel meer kon onze streekarchivaris er niet van maken, want hij is het Latijn in middeleeuws handschrift niet helemaal machtig. Dus moest er een deskundige naar kijken en die kwam met de verrassende mededeling dat het gaat om een stadsrechtoorkonde van Otto II graaf van Gelre en Zutphen voor Epe!

Stadsrechtoorkonde in het Latijn

stadsrecht (2) 
Ad totius ingorantie scrupulum amputandum, ego Otto, Comes Gelrensis et sutphaniensis, universis cupio innotescere, quod de concilio fiedelium ac ministerialium meor ville mee in Epe eandem libertatem imperiali michi auctoriate indultam concedo quam alie ville mee in Embrica et  in Genth ex concessione mea noscuntur habere. Et ad huius rei cuidentiam et firmitatem perpetuam presen-
tem cartam sigilli mei munimine roboravi. Testes huius rei sunt: dominus Henricus de Monte dominus Arnoldus de Walheijm, Stephanus, miles de Lancdorp, Gerlacus dictus Lucius, Wilhelmus,  miles de Wisepe, magister Goijfredus, Andreas, canonicus Zutpheniensis, Nicolaus et quam plures  alii. Acta apud villa Schon Uver. Anno domini MCCXXXIII dies veneris bonus.

De Nederlandse vertaling

Om het bezwaar van algehele onwetendheid af te snijden, begeer ik, Otto, graaf van Gelre en Suthpen, aan allen te doen weten dat ik op raad van mijn getrouwen en raadslieden aan mijn villa Epe dezelfde vrijheid, aan mij verleend door de keizerlijke autoriteit, toesta, die ook mijn andere steden Emmerik en Gendt door mijn toedoen hebben, zoals bekend is. Ter voorziening hierin en ter eeuwige bevestiging hiervan heb ik dit charter met de waarborg van mijn zegel bekrachtigd. Getuigen hiervan zijn: heer Hendricus van den Berg, heer Arnoldus van Walheijm, Stephanus, ridder van Lancdorp, Gerlacus, genaamd Lucius, Wilhelmus, ridder van Wisepe, meester Goyfrodus Andreas, kanunnik van Zutphen, Nicolaus notaris en nog vele anderen.
Gedaan te Schoonoever in het jaar ons Heren 1233 goede vrijdag.
(Goede Vrijdag in 1233 viel op 1 april)


Nu zult u meteen zeggen dat het niet bekend was dat Epe een stad was en dat er geen eigen rechtspraak, noch een stadsmuur noch een stadsgracht is geweest. Dat klopt, maar het is in het verleden wel vaker gebeurd dat een stadsstichting op een mislukking is uitgelopen, tenminste in zoverre dat er geen stad is gegroeid. Dat is bijvoorbeeld het geval met Staverden onder de gemeente Ermelo op de Veluwe dat in 1298 stadsrechten kreeg, maar niet eens is uitgegroeid tot een dorp, laat staan tot een stad. Een ander voorbeeld is Eemnes. Hoe het ook zij, Epe is geen stad geworden en misschien is men daarom later nonchalant met de stadsrechtoorkonde omgesprongen.

Voor ons in de 21ste eeuw is het in daarentegen een belangwekkend historisch document. De inhoud is overigens niet erg spannend: Epe kreeg dezelfde vrijheden die de steden Emmerik en Gendt ook van de graaf hadden gekregen, zoals ook de stadsrechtoorkonde van Lochem luidt. Graaf Otto, ‘de Lamme’ of ‘met de paardenvoet’, ook wel ‘de Stedenstichter’, maakte zich er wat dat betreft met weinig woorden van af. Hij had het recht om stadsrechten te verlenen in 1231 gekregen en maakte er in die jaren kort daarna veelvuldig gebruik van.

 

Publiek gemaakt te Epe. 1 april 2015
 
Bron: Archivaris Gerrit Kouwenhoven - Gemeentearchief Epe Hattem Heerde

(Gert van den Esschert – lohuizerbrink-epe.nl – 005-2015)

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Epe mien däärpien 3

EMD 3 cover Aangepast

Als er een prijs zou worden uitgereikt voor het boek dat bij de lezers het meeste enthousiasme losmaakt, gaat die zonder twijfel naar 'Epe mien däärpien 3'. Hier een persbericht en hier een interview met auteur Gert van den Esschert. Verkrijgbaar bij Boekhandel Bosch, de Read Shop en Uitgeverij Gelderland.

buukies

Twee prachtige boeken van Gert. De eerste druk van deel 1 was uitverkocht, maar er is een herdruk gekomen die onder meer bij Uitgeverij Gelderland te koop is. Deel 2 is nog bij de boekhandels Bosch en Bruna in Epe verkrijgbaar en bij de uitgever aan de Hoofdstraat ook online.

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.