Woar blif de tied: Willem van Tongeren de ‘kissieskêêrl’ 1864–1942

WvTDit keer een verhaal over de bekende marskramer Willem van Tongeren, een historische Epenaar van wie in Vaassen een standbeeld staat. Het verhaal, waarin alle beschikbare informatie is verwerkt, schetst meteen een beeld van het dorpsleven in de periode waarin de ‘kissieskêêrl’ het straatbeeld verlevendigde en van de strijd om te overleven die arme Epenaren voortdurend moesten voeren.

Op de oude foto uit plm. 1905 ziet u de gebroeders Van Tongeren; links Hendrik en rechts Willem. Hun moeder was Teuntje Palm en hun vader heette ook Willem. Links ziet u nog een gedeelte van het voormalige R.K. Kerkje dat in 1966 werd gesloopt. Rechts de boekwinkel van Japie Scholten van Scholten's Boekhandel.

Het gezin Van Tongeren telde zeven kinderen. Over twee van die kinderen zal ik het met u hebben. De bekendste van de zeven kinderen was de marskramer Willem van Tongeren, die als vijfde in de rij op 20 januari 1864 in Epe werd geboren. Vader en moeder waren ‘dagloners’, d.w.z. het gezin behoorde tot de armste groep van de bevolking. Zij woonden eerst in de buurtschap Norel, daarna in Lohuizen en tenslotte weer in de buurtschap Norel.

Foto 1. WvT

De gebroeders Hendrik links en Willem van Tongeren met kruiwagen met zand – 1905.

 

Willem van Tongeren was dagloner, geb. Epe op 30-11-1821 – overl. Epe 14-01-1902. Hij was de zoon van Hendrik Egberts van Tongeren en Petertje van den Burg. Hij huwde te Epe op 13-09-1845 met Teuntje Palm dagloonster, geb. Epe 27-03-1826 overl. Epe 04-03-1905, dochter van Aaltje Palm, vader onbekend.

Er werden 7 kinderen geboren: Hendrikje geb. Epe 27-09-1843. Albert geb. Epe 06-12-1850. Petertje geb. Epe. 21-09-1861 overl. Epe 19-03-1865. Peter geb. Epe 21-09-1861, overl. Epe 19-03-1865. Willem geb. Epe 20-01-1864 overl. Beekbergen 07-11-1942. Hendrik geb. Epe 21-09-1870 overl. Epe 11-04-1909. Teuntje geb. 21-09-1870 en overl. Epe 06-10-1886.

De huwelijksakte in1845 van Willem van Tongeren en Teuntje Palm is door hen zelf in keurig schrift ondertekend.
 
De zonen van Willem en Teuntje trokken veelal met een kruiwagen vol schoon zand door het dorp Epe en probeerden dit zand aan de man te brengen. Het witte zand werd gebruikt om op de betonnen vloeren in de kamers te strooien, wat dan dienst deed als een soort tapijtachtige bedekking. Ook werd het zand gebruikt voor het schuren van klompen.

Foto 2. WvT

Het ‘Huisje van Hanekamp’, met Johanna Cornelia Hanekamp-Vrielink in de deuropening – 1930.

 

Huisje Hanekamp

De gebroeders moeten hebben gewoond in het witte boerenhuisje van Hanekamp aan de Dellenweg hoek Holleweg. In alle gevallen woonden ze in een plaggenhut, die zoals aan de Dellenweg, langzaam werd omgebouwd tot een klein landarbeidershuisje. Na de familie Van Tongeren woonden hier vrouw Johanna Cornelia Hanekamp-Vrielink geb. 05-10-1862 overl. 17-02-1947  en haar man Johannes geb. 25-11-1865 overl. 17-02-1947. In de volksmond sprak men over ‘vrouw kúkelekú’ en ‘Hans de Hane’. Zij trouwden op 14 april 1894.

Johannes is op een ongelukkige manier om het leven gekomen. Hij was hout aan het sprokkelen in de ballastput, achter de Eper Veste. De ballastput is een kuil die ontstaan is doordat er in vroegere jaren zand werd gegraven dat gebruikt werd voor de aanleg van de Lokaalspoorweg ‘Willem III’, de spoorbaan Apeldoorn-Hattemerbroek. De spoorbaan werd feestelijke geopend op 2 september 1887. Johannes was dus hout aan het sprokkelen, is waarschijnlijk gestruikeld over een stobbe en kwam vervolgens met zijn hoofd tegen een uit stekende boomtak terecht. Hij verloor zijn bewustzijn en is door de koude ter plekke overleden. Ene Appie Mulder heeft hem toevallig gevonden onder de sneeuw, in bevroren toestand.

In de dertiger jaren woonde Dine van Eek geb. 09-08-1878 overl. 19-04-1956 ook op deze plek, tot het huisje vervallen was en werd afgebroken. (In brand gestoken!)  In 1948 werden de restanten van het huisje van Hanekamp gesloopt in verband met het bouwen van een nieuwe woning. In december 1949 betrok de familie J. Rabius de woning.

Foto 3. WvT

Het ‘Huisje Hanekamp’, met Johannes Hanekamp in de deuropening – 1940.

 

Hard werken

Vader Willem en moeder Teuntje hebben altijd hard moeten werken om aan de kost te komen. Ze probeerden op alle mogelijke manieren wat te verdienen. Zij werkten in het voor- en najaar bij de boeren op het land. In de winter ging Willem van Tongeren de bossen in om daar te werken, voornamelijk op de landgoederen Tongeren en Welna. Van berkentakken werden bezems gemaakt. En hij maaide de hei om daar boenders van te maken. De bezems en de hei moesten worden gebonden. Dat was een mooi klusje voor thuis, daar kon iedereen mee helpen. De verkoop was voor moeder en de kinderen.

Zelf ventte Van Tongeren net als zijn beide zonen later met wit zand langs de deur, dat zaterdags na een grondige boenbeurt in de kamers gebruikt werd. Voor de paar geiten, die op de deel stonden of aan een spikke langs de weg, moest geitenvoer ingezameld worden. Dat was moeder haar deel, zij zorgde met de kinderen dat zij voldoende voer hadden voor zich zelf, maar ook voor de verkoop aan haar vaste klanten.

De familie Van Tongeren was één van die gezinnen in Epe die op de onvruchtbare grond woonden en een voortdurende strijd moesten voeren tegen honger en kou.

 

Nauwelijks naar school

De kinderen moesten natuurlijk meehelpen, zo gauw dat mogelijk was. Van naar school gaan was dan ook nauwelijks sprake. De Dorpsschool van meester Paulus Vasseur, die van 1865 tot 1897 leiding gaf aan de school, kostte veel geld en dat was er niet. Bovendien konden de kinderen al vroeg meehelpen op het land en zo een paar centen verdienen. Mogelijk dat zij ’s winters wel naar school gingen, daar was het ieder geval warm, maar zeker is dit niet. Behalve misschien broer Hendrik, want Willem was in latere jaren vreselijk trots op zijn broer Hendrik, die ‘zo geleerd was!’. Nu was dat in de ogen van Willem al heel gauw, want voor hem was het leren niet weggelegd. Hij was een ‘eenvoudige van geest’, die als kind al graag in de berm van de weg lag te dromen. Hij groeide op als een goedmoedige jongeman, maar was heel erg eigenwijs. Hij wist precies wat hij wilde en vooral wat hij niet wilde. En werken vond hij maar niks, dat was voor de dommen.

Foto 4. WvT

De Dorpsschool aan de Hoofdstraat, waar nu ongeveer het VVV-kantoor is gevestigd – 1910.

 

Kinderen gaan bij boeren werken voor de kost

Zoals gebruikelijk werden de jongens en meisjes uit deze gezinnen naar de boer gebracht om daar te werken voor kost en inwoning en een zeer kleine vergoeding (één keer per jaar). Willem heeft verschillende boeren als werkgever gehad, goede en minder goede, maar het werd steeds weer een mislukking. Hij moest werken en dat deed hij niet graag en ook wel verkeerd. Bij de boeren kwamen op gezette tijden de marskramers aan de deur met textiel, met potten en pannen of met manden. Vooral de ‘kissieskêêrls’ trok Willem erg aan, zodat hij dit ‘vak’ ook maar ging doen. Met een ladenkistje negotie, zoals garen, band, knopen, doosjes lucifers en zeep als handel langs de huizen en bij voorkeur langs boerderijen. Het was allemaal niet te zwaar en een heerlijk vrij leven. Van boerderij naar boerderij zwervend, hier en daar een praatje, daar koffie en op bepaalde boerderijen mee met de knechten aan het eten.

 

Willem van Tongeren wordt marskramer

Zijn broer Hendrik van Tongeren werd boerenknecht. En Willem dus marskramer, hij kon je voor 3 cent een doosje luzepotten, striekzwavels en zwaluwen of te wel lucifers verkopen. Maar als hij de centen had gebeurd, kwam er een linnen geldbuideltje met een touwtje uit zijn broekzak tevoorschijn om de ‘beuring’ op te bergen. Er volgde dan steeds zijn stereotype vraag: ‘De lucifers hei’j zeker niet neudig?’ Hij wachtte het antwoord niet af, maar borg de lucifers weer op in zijn ‘kissie’.

Hij was een man in een boerenkloffie met maar anderhalve tand in zijn mond, een puntige neus, waar zo nu en dan ook een druppel aan hing, maar daar was de rode boerenzakdoek dan weer goed voor. Willem had ook nog ander bronnen van inkomsten, op verzoek en tegen betaling zong hij liederen. Met een doodernstige blik en met de pet af zong hij meestal het Wilhelmus of zondagsschoolversjes die hij van zijn moeder had geleerd. Vaak zong hij op de wijze van Kortjakje: God is zo oneindig goed, dat ik Hem beminnen moet. Leven, leven gaf Hij mij, en ook daar nog eten bij. God is zo oneindig goed, dat ik Hem beminnen moet.

Foto 5. WvT

Willem van Tongeren als marskramer in de Beekstraat, in de nabijheid van ‘Villa Vijvervreugd’ – 1930.


Koninginnedag

Willem volgde de stem van zijn hart en trok jarenlang met ‘zien kissien op de rugge’ over een groot deel van de Veluwe. Op het negotiekistje stond schots en scheef ‘Jan Willem’ geschilderd. Het kistje hield hij altijd angstvallig onder zijn arm geklemd, alsof de schatten der aarde er in waren verborgen. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd Koninginnedag altijd gevierd op 31 augustus, de verjaardag van Koningin Wilhelmina. Het was voor Willem het hoogtepunt van het jaar. Het ‘Oranje boven’ werd op zijn repertoire gezet. Zijn negotiekistje werd versierd met oranje linten en de Nederlandse vlag. Hij dronk dan bij hoge uitzondering een oranjebittertje, maar verder dronk hij nooit alcohol.

Hij was altijd vrolijk en keek schalks met kleine pretoogjes van onder zijn pet de wijde wereld in. Ook was hij zeer koningsgezind en op de revers van zijn jas hing ook vaak een behoorlijk aantal medailles. Volgens zijn eigen zeggen en hierbij olijk uit zijn ogen kijkend, waren hem die door de ‘kooneginne’ persoonlijk opgespeld.

 

Nieuwjaarsdag

Nieuwjaar wensen kun je nog dagenlang na 1 januari doen vinden de melkrijder, de bakker, de wisselloper, de koopman, de bezorger van veevoer en noem maar op. Willem van Tongeren houdt het de hele maand januari stug vol.
Willem was niet een marskramer als de anderen. Hij opereert vanuit een vaste verblijfplaats in de omgeving. Het kleine mannetje draagt een kleine mars aan één riem opzij van zijn lichaam. Willem gebruikt maar één groet bij komen en gaan of zo maar gedag zeggen: ‘Saam!’. Wanneer een klant een keuze heeft gemaakt uit zijn magere assortiment en geld gaat halen, roept hij hem of haar als een volleerd koopman na dat hij nog veel meer heeft aan te bieden, bijvoorbeeld: ‘Pèperbuss’n he’k ok!’.

De eerste dagen van januari heeft Willem ’s morgens een opgevouwen sloop in de zak van zijn veel te lange jas. Aan het eind van de dag torst hij die vaak, halfvol met ‘oeuliekrappen’ en ‘pufferties’ die hij bij zijn clientèle heeft gekregen na zijn oprecht gemeende goede wensen, op zijn rug mee. Zij geestelijke mars heeft weinig gewicht, daar hoeft hij zich niet aan te vertillen.

Foto 6. WvT

‘Villa Vijvervreugd’ op een prentbriefkaart  - 1919.

 

De kost op lopen

Willem was een markant figuur en zwierf veel langs boerderijen en kwam ook vaak in Vaassen en bleef dan veelal slapen in de buurtschap het Laar. Bij de boeren kon hij veelal rekenen op een kop koffie en kon hij vaak mee eten. Willem kon niet rekenen en ging af op de grootte van de muntstukken. Hij vond tien losse centen meer waard dan één zilveren dubbeltje. Een artikel van 35 cent moest betaald worden met een kwartje en een dubbeltje, anders was het niet goed.

Hij had een prachtig leven en thuis werd er goed voor hem gezorgd. Maar er kwamen voor Willem droeve tijden. Eerst overleed vader, in 1902. Hendrik kwam thuis om moeder te helpen, maar in 1905 overleed ook moeder Teuntje. Hendrik en Willem bleven alleen achter en Willem moest ook thuis helpen. Hendrik kon het niet alleen af. Als in 1909 zijn broer Hendrik, die ongetrouwd is gebleven, op 41 jarige leeftijd ook sterft, blijft Willem alleen en vrij hulpeloos achter. De diaconie ontfermt zich over hem en hij wordt ‘bestedeling’, d.w.z. de diaconie betaald de kost en inwoning bij een gezin, dat Willem wil opnemen. Dat lukt wel, de gezinnen willen hem best in huis hebben, omdat hij goed gehumeurd is,  weinig eisend en veel weg. Wel vindt hij zelf, dat er wel eens iets niet goed gaat. Hij verhuist nog wel eens. Tot 1923 gaat het goed in en rond Epe.

 

Geld beheerd door de politie

Maar dan vertrekt hij op 3 oktober 1923 naar een neef in Wiessel, waar hij een tijdje in huis komt. Maar ook in Apeldoorn blijft hij de zwerver. Hij houdt het niet meer uit bij gezinnen en zoekt nu vaak de logementen op. Ook verblijft hij vaak in het logement van Willem Eikendal, de paardenkoopman, aan de 2e Wormenseweg hoek Nachtegaalweg in Apeldoorn. En de logementhouders (de goede!) zorgen dat de financiën in orde blijven. Al het geld dat hij op zijn tochten ‘verdient’ wordt door anderen beheerd, soms een tijdje door de politie. Maar er zijn natuurlijk ook anderen die profiteren van Willems goedheid. Op zijn regelmatige zwerftochten moet hij nogal wat geld krijgen, maar het verdwijnt even vlot weer.

Foto 7. WvT

Willem van Tongeren zwierf langs vele wegen en sliep op diverse boerderijen – 1935.


Voor zijn kleding hoeft hij niet veel geld uit te geven. Kleren en schoenen krijgt hij wel. En we zien hem dan met veel te grote kleren, een broek, met een touw om zijn middel opgehouden, de pijpen als een harmonica op zijn schoenen. Een veel te wijde jas, waarvan de mouwen veel te lang zijn en in plooien over zijn handen vallen. Schoenen, te groot, nu een hoge, dan een lage, dan weer sierlijke, ook wel twee verschillende. En dan een vette pet schuin op zijn hoofd.

De laatste jaren van zijn leven worden zijn zwerftochten minder en laat hij zijn kistje thuis. Hij gaat alleen op pad met een doos, waarin lucifers en wat ander klein spul en een zak, waarin hij dingen opbergt die hij krijgt. Hij is zo bekend en sympathiek, dat de verkoop bijzaak is geworden. Bij de verkoop van een doosje lucifers worden de 2 of 3 cent in dank aangenomen en het doosje lucifers wordt ook maar weer in de doos gedaan.

Opvallend is dat hij zijn hele leven geen last gehad heeft van de jeugd. De jongens lieten hem met rust, scholden hem niet uit en liepen hem zelden na.


Standbeeld en gedenksteen voor Willem van Tongeren

In de dertiger jaren - hij is dan rond de 70 jaar - worden de zwerftochten, die vroeger 20 tot 30 km per dag waren, ingekort. En wanneer hij met zijn waren in Vaassen of Epe was geweest, ging hij met de trein terug naar Apeldoorn. Kort voor de Tweede Wereldoorlog brak Willem zijn been en vond men hem langs de kant van de weg. Hoe hij dat been gebroken had, is niet te achterhalen. Hij werd met zijn beenbreuk verpleegd in het Julianaziekenhuis in Apeldoorn – een hele gebeurtenis voor hem – en na genezing werd hij opgenomen in de Hogeland stichting in Beekbergen. Op 75-jarige leeftijd werd de klap van de beenbreuk en de gedwongen rust, eerst in het ziekenhuis en daarna op de ziekenzaal van het ‘Hietveld’, te veel voor de oude zwerver. Hij werd niet meer de oude. Hij bleef op de ziekenzaal, waar hij op 7 november 1942 op 78-jarige leeftijd overleed.

Foto 8. WvT

Het standbeeld van Willem van Tongeren werd vervaardigd door Paul Akkerman. Het heeft een mooie plek naast de Vaassense Dorpskerk aan de Dorpsstraat. Willem tuurt hier al jaren met zijn schalkse pretoogjes de Jan Mulderstraat in - 1985.

 

Willem was een markant figuur en kwam vaak in Vaassen. Hij bleef dan veelal slapen in de buurtschap ‘’t Loar’. De bevolking van Vaassen is Willem gelukkig niet vergeten, want op initiatief van dat zelfde buurtschap werd op 10 oktober 1985 tijdens de Jaarmarkt een beeld van Willem van Tongeren onthuld. Het heeft een mooie plek naast de kerk aan de Dorpsstraat.
De bekende Vaassense troubadour Frans Nieuwenhuis heeft een lied gemaakt op Willem van Tongeren, genaamd ‘De Laatste Marskramer’.

Willem van Tongeren ligt begraven op de begraafplaats te Beekbergen. Zijn graf werd daar later ontruimd. Maar op 4 augustus 1993 werd door de toenmalige Hietveld-directeur een gedenksteen op de plek van het geruimde graf onthuld. Ook in Beekbergen waren ze Willem van Tongeren gelukkig niet vergeten.

 

De blijmoedige marskramer

Op de website van de vereniging oud-Apeldoorn kwam ik nog een krantenartikel tegen over ‘de blijmoedige marskramer’ Willem van Tongeren. Met name de oud-Apeldoorners waren erg gecharmeerd van de oude marskramer. In het artikel stond ook een lied (in het dialect) geschreven die ik u niet wil onthouden:

Hee sloff’n dageluks zien gangetjen langs stroate en langs plein
met zien kissie op de rugge; och ’t keerltjen was maar klein.
Hee verkoch zo langs de deure heel wat deussies luusiefars
en dan zong’e as toegif een of ander geest’luk vers.
Veur twee cent lei’e dan de luusiefars d’r neer
maar met ut geld pakken’de ok ’t deussien weer.

Willem van Tongeren wie wiss’n amper woar ie kwam vandan
maar veur ons blief ie nog altied die eenvoudige goeje man.
Die tevree was wat met wat veur um op aard was weg’eleg
en die vaak teeg’n mien moeder disse woorde hef ‘ezeg:
„och die luusiefars, ’t is maar een cent of twee,
Zu’j wel niet neudug he’m, ik neem ze maar weer mee!”

Met zien petjen schuuns noar achter en zien lintjen op de bors
zo kwam Willem deur zien bliedschap en zien eenvoud an de kos.
Zett’n mie moe een sneedjen brood of bordjen pap veur Willem neer
dankbaar zong’e dan iets uut de bundel van Johan de Heer.
A’j dat noe nog is met disse tied vergeliek,
wat arm bint wuule dan toch a’j ut goed bekiek.

In het krantenartikel stond verder: het lied is geschreven om het op te dragen aan een mens, die zo intens heeft genoten van het simpele feit dat hij mocht leven, dat alle materiële zaken daarbij voor hem in het niet vielen. Hoe kunnen wij van deze Willem van Tongeren leren.

Foto 9. WvT2

Hier ziet u Willem van Tongeren zijn rust nemend – 1938.

 

Bronnen:
Verenigingsblad Historische Vereniging Ampt Epe – Nummer 164 – van auteur G.S. van Lohuizen uit 1984.
Boek Herinneringen aan de Kiefkamp – het boerenleven op de Oost-Veluwe in de jaren twintig - auteur T.R. (Tiemen)  Stegeman uit 1986.
Bron: Boek „Epe In Prenten en Verhalen” – van auteur J. (Jan) Gerard uit 2002.
Boek: Streekverhalen – van auteur Freek Bomhof uit 2011.
Website: verenigingoudapeldoorn.nl

Foto’s:

Foto 1 t/m 7 en 9 - Collectie Lohuizerbrink.
Foto 8 - Privé-archief Bert Hanekamp.


(Gert van den Esschert – lohuizerbrink-epe.nl – 011-2013)

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Epe mien däärpien 3

EMD 3 cover Aangepast

Als er een prijs zou worden uitgereikt voor het boek dat bij de lezers het meeste enthousiasme losmaakt, gaat die zonder twijfel naar 'Epe mien däärpien 3'. Hier een persbericht en hier een interview met auteur Gert van den Esschert. Verkrijgbaar bij Boekhandel Bosch, de Read Shop en Uitgeverij Gelderland.

buukies

Twee prachtige boeken van Gert. De eerste druk van deel 1 was uitverkocht, maar er is een herdruk gekomen die onder meer bij Uitgeverij Gelderland te koop is. Deel 2 is nog bij de boekhandels Bosch en Bruna in Epe verkrijgbaar en bij de uitgever aan de Hoofdstraat ook online.

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.