Epe van toen: Rond de bevrijding

bevrijdingsfeestIn Epe van toen gaan we vandaag en morgen terug naar de oorlogsjaren. Niet met een afgerond verhaal, maar met puntsgewijs enkele zeer diverse onderwerpen in willekeurige volgorde die ik tegen kwam in oude kranten en op internet.

  • Een indrukwekkend verhaal over verzetsheld Aalt van Vemde staat op de site van de familie Van den Bremen. Scroll naar onderen tot het kopje Oorlogstijd en lees de uitzonderlijke belevenissen van de Wisselnaar die in 1965 is overleden en drie jaar geleden postuum de Yad Yashem onderscheiding kreeg voor de hulp die hij tijdens de Tweede Wereldoorlog bood aan joodse onderduikers.
  • Advertentie in het Veluwsch Nieuws van 14 juni 1945: ‘Een mof gapte mijn fiets (Royal Enfield) eenige dagen vóór de capitulatie! Hij zal die voor vertrek wel verkwanseld hebben. Goede belooning voor hen, die mij aanwijzing kan geven waar hij rijwiel terig te krijgen is. H.Zeegers de Beijl, ’t Zeuvenbergje, Epe (Gld).’
  • Idem: ‘Hoogstwaarschijnlijk moet onder Epe een paardetuigje van een groot model Shetl.pony door Duitschers zijn achter gelaten, daar pony en wagen onder Epe zijn gevonden. Wil eerlijke houder dat s.v.p. tegen belooning berichten aan Fa.van der Horst te Marle I25, Wijhe?’
  • ‘De Veluwe was en is gastvrij, maar na den oorlog zal er hier voor welgedane Duitsche vakantiegangers geen plaats meer zijn’, weet dagblad Trouw op 4 mei 1945. ‘,,Hier komen ze niet meer in huis, zoolang ik leeft’’, zegt de Veluwenaar. De Veluwe is de Veluwe gebleven, maar er is veel beschadigd en er zal in verschillende dorpen hard gewerkt moeten worden. Wageningen, Renkum, Heelsum, Oosterbeek, Wolffheze en Otterlo hebben het hard te verduren gehad. Ede, Lunteren en Epe zijn er in het algemeen goed afgekomen en in vele andere plaatsen, zooals Harderwijk, is helemaal niet gevochten. Hier gaat het leven in verschillende opzichten weer zijn ouden gang.’’
  • Hoog bezoek kreeg Epe in juni 1945, meldt het Parool van 23 juni 1945. ‘Min.pres.proff. Gerbrandy bracht zaterdagavond een geheel onverwachts bezoek aan een bijeenkomst van gemeente-ambtenaren in Hotel Gude. Het eigenlijke doel was een bezoek aan zijn zoon, die reeds geruimen tijd was ‘ondergedoken’ ten huize van de heer Van der Slik, alhier. Genoemde heer werd van de bijeenkomst weggeroepen en verscheen later weer in gezelschap van den min.pres. Burgemeester Diepenhorst stelde den hogen gast aan het gezelschap voor en heette hem van harte welkom. In zijn beantwoording van deze begroeting wees prof. Gerbrandy er o.a. op dat wij weliswaar bevrijd zijn, doch dat er nog heel veel moet gebeuren, voor de wederopbouw van ons land. Z. Exc. wendde zich ook tot de aanwezige Canadese officieren met enkele woorden van begroeting en waardering. Het gezellig samenzijn werd hierna voortgezet.’
  • Toos Buijk, een Rotterdamse die op 7-jarige leeftijd door een vriendin van haar moeder mee naar Epe werd genomen omdat ze zo veel had geleden tijdens de hongerwinter, schrijft in het Nationaal Archief over een briefje aan een boom: ‘Wat ik me het allerbeste kan herinneren is het briefje op de boom. Wanneer ik voor mijn lessen het Molenpad was afgelopen kwam er links een vlakte waar bij de bevrijding voertuigen van de Canadezen stonden. En op de hoek van dat terrein, waar links de weg naar Tongeren ging, stond De boom. Op die boom was een briefje bevestigd. Een briefje van de PRINSESJES! Beatrix en Irene hadden zelf hun naam er op gezet, maar Margriet was nog te klein om haar eigen naam te zetten. Die had getekend met een kruisje. Dat het briefje slechts een afdruk was drong niet tot me door en deerde ook niet. Een briefje waarin ze schreven dat ze gauw weer in Nederland hoopten te zijn. Een briefje dat ook voor mij bestemd was en dat ik zelf lezen kon. Ik weet nog dat ik allerlei smoezen verzon om maar zo veel mogelijk langs die plek te kunnen komen om weer een glimp op te kunnen vangen van dat briefje.’
    In datzelfde verhaal belicht ze een zwarte kant van de bevrijding in Epe: ‘Wat ik me heel goed herinner is het eerste stukje chocola dat ik bewust opzoog. Nog nooit had ik zoiets heerlijks geproefd! Een andere herinnering is een groot gat in het wegdek, waarschijnlijk door een bom veroorzaakt. Naast dat gat stonden mensen. In het midden zat een jonge vrouw. Mannen knipten haar haar af. Sommigen scholden haar uit. Het fijne er van begreep ik niet, maar ik vond het zielig voor die vrouw.‘
  • Schrijver/dichter Remco Campert werd in 1942 bij de familie Moody in Epe ondergebracht en schreef er onder meer in ‘Vandaag ben ik een lege kartonnen doos’ over. ‘In Het jongensuur schrijft Andres Burnier: ‘Elke nacht vlogen vliegtuigen over, met donderend geraas. Later bleek dat zij geallieerde parachutisten dropten op de schonkig geworden weide.’ Andreas Burnier was ondergedoken in Epe, het dorp waar ik als evacué uit Den Haag was terechtgekomen, dus moeten we dezelfde vliegtuigen gehoord hebben. En gezien. Ik herinner me de aangeschoten bommenwerpers, die na in Duitsland dood en verderf gezaaid te hebben, laag overvlogen met een spoor van zwarte rook achter zich in een poging Engeland toch nog te bereiken. Ik herinner me de luchtgevechten tussen de Spitfires en Messerschmitts in de grijze wolken boven Epe, het gieren van de vliegtuigen en het geratel van boordmitrailleurs. Soms kwam er uit die wolken een vliegtuig naar de aarde dwarrelen.’
    Campert en Burnier staan allebei in het centrum van Epe als de Canadezen het dorp binnen rijden en een paar dagen later staan ze er opnieuw als in de muziektent vrouwen die met de Duitsers hebben geheuld onder luid gejoel worden kaalgeschoren.
  • ‘Zaterdagmiddag werd op de Algemene Begraafplaats ’t stofffelijk overschot bijgezet van vijf Engelsche vliegers. Zeer velen woonden deze plechtigheid bij. De N.B.S. was met een vuurpeloton aanwezig, dat de gebruikelijke schoten loste. De heer M. sprak een kort woord en sloot met het Onze Vader’, staat in het Nieuws- en Advertentieblad voor Epe en vele andere dorpen van 11 mei 1945, het bevrijdingsnummer.

Vanavond leidt de Stille Tocht langs die graven.

bevrijdingsfeest

Een van de mensen die in Epe ondergedoken heeft gezeten, schilderes H.S.Gmelig, schonk de gemeente kort na de oorlog een door haar gemaakt olieverfschilderij over het bevrijdingsfeest in Epe op 19 april 1945. Het schilderij werd tentoongesteld bij Scholtens’ boekhandel, bevindt zich nu in het gemeentehuis en is gereproduceerd op onder meer ansichtkaarten. Centraal op de achtergrond het oude gemeentehuis, nu Grand Café Cornelis.

 

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento