Epe van toen: Vuil, vuur en stank op de Wachtelenberg

wachtelenberg a CustomDrie mooie foto’s uit de oude doos van de Wachtelenberg dit keer. En hoera, er is een deel van een toen al oud pand op te zien dat er nog steeds staat. Een zeldzaamheid in Epe.

Het is het door de Stichting Behoud geredde voormalige boerderijtje Hans en Grietje op de hoek Wachtelenbergweg-W.G.v.d.Hulststraat. Het zou al vanaf 1870 bewoond zijn. Het is nauwelijks voor te stellen dat er zeer kinderrijke gezinnen hebben gewoond. Wat ‘zeer kinderrijk’ is? Met acht en elf kinderen! Je zult als vrouw maar zo veel kinderen ter wereld moeten brengen!

Op de andere foto staat de zandafgraving, waarin nu tennisvereniging De Kuil zit.

Op de derde foto is de Kniptorre te zien, de boerderij van Jan Knippenberg alias ‘de Knippe’. Op de achtergrond zijn nog wat boerderijtjes te zien.

Het was daar een bijzonder stukje Epe. De Veluwsche Hut en Belvédèretoren hebben er ook gestaan.

En er heeft lange tijd een vuilstortplaats gezeten, op de plek waar nu 't Dallletje is. Zelf nog ruim voordat die in 1937 een officiële status kreeg en in het kader van de werkverschaffing werd gecreëerd, met ‘eenige plantage als doelmatige afrastering’. Alleen heette het toen geen ‘vuilstortplaats’ maar ‘vuilverbranding’ en ‘vuilnisbelt’. Er werd gewoon allerlei zooi gedumpt zonder dat iemand zich daar druk om maakte. Nou ja, dat is ook niet helemaal waar, want de brandweer is er regelmatig druk mee geweest. In de Nieuwe Apeldoornsche Courant van 25 juni 1932 bijvoorbeeld staat dat de brandweer moest uitrukken voor een fik op ‘het terrein der vuilnisverbranding’. ‘Door de sterke Noordenwind liep de woning van wed. S. op de Wachtelenberg gevaar in brand te geraken. Het vuur werd door de brandweer gedoofd. Een en ander bracht heel wat publiek op de been.’ Volgens dezelfde krant rukte de brandweer op 30 mei 1935 uit ‘voor een brand in de richting Wachtelenberg. Met vol materiaal werd uitgerukt en bij aankomst bij de vuurzee bleek dat een gedeelte van de vuilnisbelt in lichte laaie stond. Of het nog mogelijk smeulende vuur door den wind is aangewakkerd dan wel of hier kwaadwilligheid in het spel is, zal nader worden onderzocht.’ Maar ja, de spuitgasten stonden er met de handen in de zij naar te kijken. Want: ‘Daar geen water ter plaatse is te verkrijgen, kon de spuit spoedig weer inrukken.’

Er zijn trouwens in de loop der jaren opmerkelijk veel branden op de Wachtelenberg geweest. Hooimijten, schuurtjes en huisjes vlogen regelmatig in de fik. Het gebeurde niet zelden doordat kinderen met lucifers zaten te spelen of dat de brand ontstond door een niet geveegde schoorsteen. Het bracht een verslaggever van de Nieuwe Apeldoornsche Courant ertoe om op 19 maart 1925 te schrijven: ‘Misschien is te Epe voor de schoorsteenvegers wel een vruchtdragend arbeidsveld.’

Ik kwam ook nog een bericht tegen in een krant van 24 maart 1899, waarin de zoon van een bewoner bij de rechter moest verschijnen omdat hij het huis van zijn vader in brand zou hebben gestoken. Hij bekende. Maar het zij hem vergeven, want, zo schreef de verslaggever, de jongen ‘schijnt idioot te zijn’.

Nog even terug naar het vuilnis. Herman Veldhuis, die járen aan de verlengde Bloemstraat heeft gewoond, vertelt in o.a. het boek ‘Ons dorp van vroeger’ hoe kinderen er vroeger regelmatig speelden, hoe vreselijk het stonk en stikte van de ratten. Er stond meer in die buurt, getuige een verslag van een raadsvergadering die in juli 1938 werd gehouden: ‘Bij de rondvraag vestigt de heer Jansonius de aandacht op een kippen-slachtplaats op de Wachtelenberg, welke veel stank veroorzaakt. Wethouder Lammers deelt mede, dat deze zaak vroeger al eens onderzocht werd, doch een tweede onderzoek zal plaats hebben.’  Hoogstwaarschijnlijk was die stankoverlast afkomstig van Remkes, die daar ook in de buurt woonde en zijn kippen bij huis slachtte. In die tijd heette de hele buurt die we nu ‘Hoge Weerd’ noemen de Wachtelenberg.

Overigens is bij het creëren van de zandafgraving op het terrein van burgemeester mr. E.F.J.Weerts in 1984 iets bijzonders gevonden. Op een diepte van 1½ meter lag een aarden urn die was gevuld met menselijke beenderen. Maar helaas, die werden 'door onvoorzichtigheid’ stuk gestoten. De stukken zijn naar het Oudheidkundig Museum in Leiden gebracht.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.