Epe van toen: Van ellendige omgeving naar mooie villa

Beekzicht2 CustomEén van de mensen die in het begin van de vorige eeuw Epe mede gevormd heeft tot wat het dorp nu is, is ds. Jan Andries Prins, over wie Wim van ‘t Einde hier een mooi portret heeft geschreven. De predikant schonk Epe de Eper Gemeentewoning, maar zorgde er ook voor dat villa Beekzicht een doorgangshuis voor verwaarloosde jongeren werd. Drie foto’s van deze villa dit keer. Twee van net na de vorige eeuwwisseling en een (krantenfoto) van 1926.

Ds. Prins kocht de in 1880 gebouwde villa in 1901 en schonk het gebouw aan de Vrijzinnige Christelijke Vereniging tot Steun van Verwaarloosde kinderen. Twee jaar later trad hij ook toe tot het hoofdbestuur van deze landelijke opererende organisatie, die in het Algemeen Handelsblad van 27 mei 1903 ‘Vereeniging tot Steun van Verwaarloosden en Gevallenen’ werd genoemd. Volgens die krant waren in 1902 ‘niet minder dan 36 jonge levens aan hunne ellendige omgeving onttrokken en gebracht in een kring waar zij met liefde en zachtheid werden omgeven.’ In Beekzicht zaten blijkens het jaarverslag op 31 december 1902 15 jongeren.

In 1911 zaten er ook 15 en schreef het Algemeen Handelsblad een mooie sfeertekening: ‘Laten het groote gezinnen zijn, het zijn toch gezinnen, die met elkaar aan één tafel eten! Zoo kan bij strenge tucht toch een betrekkelijk groote mate van vrijheid bestaan. Wat een prettig gezicht om – zooals ik ’t onlangs in Epe trof - ,,de jongens’’ van Beekzicht zonder geleide met elkaar te zien wandelen naar een zweminrichting, een eind buiten de bebouwde kom. Natuurlijk leidt de vrijheid wel eens tot oogenblikkelijke moeilijkheden. ,,Een paar jongens’’, schrijft de directrice van Beekzicht leukweg in het laatste nummer van ‘t blad, ,,konden hun vroegeren zwerflust niet bedwingen en verlieten op een mooien lentemorgen heimelijk het schoolplein om een groot onbestemde wandeling te beginnen. Gelukkig duurde het niet zoo heel lang of ze kwamen tot de ontdekking, dat wegloopen en wegblijven nog lang niet hetzelfde was.’’

Volgens datzelfde verslag moesten de oudste meisjes voor bloemen in huis zorgen en daar zelf een boeketje van maken. ‘’t Is zoo aardig om te zien, hoe zij langzaam aan meer smaak krijgen en het ,,bonte bloemkooltje’’ verandert in een waarlijk goed gekozen en gerangschikt versierinkje.’

‘Nietwaar, dat is geen gestichts-leven!’, concludeert de verslaggever, die zich niet aan de resultaten van de inspanningen van de verzorgers waagt: ‘Laat mij hierover niet spreken. Optimisten noemen zeldzaam schoone cijfers, waarop de pessimist veel weet af te dingen. Maar beiden vinden het werk even noodig en daar is niemand, die zal durven zeggen: laat de misdeelden in hun ellende – tot ze sterven of erger te gronde gaan.'
beekzicht3

De meeste kinderen kwamen uit het westen van het land en gingen voor onderwijs naar de Wisselse School, waar ze het gevoel hadden in het buitenland te zitten omdat de meeste leerlingen daar dialect spraken. Ze groeiden volgens de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 31 mei 1941 op tot ‘nuttige en eerlijke menschen’. In die editie werd ook een beeld geschetst van de achtergrond van de tijdelijke bewoners: ‘De kinderen die er verpleegd en opgevoed worden, zijn meestal aan de ouderlijke macht onttrokken, en crimineele kinderen, die via Rijksopvoedingsgestichten naar een der doorgangshuizen worden gezonden. Thans zijn er 22 jongens in het huis opgenomen. Voor de leiders is het wel eens een moeilijken, doch ook zeer dankbaren arbeid. ’s Winters worden de kinderen bezig gehouden met knutselen, met postzegels en wordt hun wat voorgelezen. ’s Zomers doen ze veel aan sport, en werken ze in den tuin.’
In 40 jaar tijd waren er 473 kinderen opgevangen. Het werk werd deels met rijkssubsidie gefinancierd. Verder verpachtte de stichting een aantal landerijen en kreeg ze nog wel eens een erfenis, zoals in 1926 van 127.667 gulden. Ook Epenaren en verenigingen uit Epe steunden het werk van de stichting met acties. Volgens de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 3 november 1933 had de vereniging ‘Tot Steun’, zoals ze meestal kortweg werd genoemd, in Epe dan ook een ‘voorbeeldige naam’ en had de gemeente ‘groote waardering’ voor haar werk. Dat was voor een deel te danken aan het populaire echtpaar Wiepjes, dat van 1911 tot 1933 de leiding over het doorgangshuis had.

De vereniging maakte tot 1949 gebruik van villa Beekzicht. Vier jaar later nam de BLO-school Prinses Marijke haar intrek in het gebouw. Hoofd van der school van Jan van der Reijden sr, die de tot 1976 bleef. Als hommage aan hem werd de naam van de school veranderd in Van der Reijdenschool. Sinds die naar haar huidige locatie verhuisde, heeft Beekzicht een woonfunctie.

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.