juf van klaveren

Zelfs onderdak voor paarden en … Duitsers

21. Van Essen BoerderijIn die tijd werd het steeds onrustiger. Men hoorde van vorderingen van dit en vorderingen van dat. Op 1 april kreeg Van Essen een nieuw soort logés. Er werden namelijk 3 paarden van buren gebracht, die onder moesten duiken, omdat allerwege paarden gevorderd werden. Eén buurman kwam zelf ook mee en dook meteen bij Van Essen onder, waar hij tot de bevrijding is gebleven.

Voor de paarden was het daar ook niet langer veilig. Zij werden toen naar de "Ossenstal" gebracht. Dit was net bijtijds, want al heel gauw kwamen de Duitsers, die op hoge toon hooi eisten voor hun paarden, wat Van Essen weigerde. Zij moesten het hebben en Van Essen hield vol, dat hij het niet had. Tenslotte zei hij, dat hij naar de Ortskommandant zou gaan, wat hij ook deed. Deze was nogal inschikkelijk en antwoordde hem, dat, als hij geen hooi had, hij het ook niet behoefde te geven. Had hij wel, welnu, dan moest hij wat afstaan. Het eind van dat alles was, dat Van Essen hun 30 pond hooi gaf en niets meer.

Enige dagen later moesten zij 3 Duitsers kwartier verschaffen. Zij kregen een plaatsje in de schuur, waarmee zij tevreden moesten zijn. Weer een paar dagen later kwamen er nog 2 Russen en 4 paarden bij. Van het eerste groepje hadden zij weinig last, doch één van de 2 Russen wilde persé in huis een kamertje hebben, wat zij natuurlijk niet meer over hadden. Van Essen hield echter voet bij stuk. Hij kon met de anderen in de hooiberg slapen, voor hem werd geen uitzondering gemaakt. Uit wraak daarover liet hij van de vroege morgen tot de late avond een grammofoon, die zij natuurlijk ergens gestolen hadden, draaien. Het was om er dol van te worden, maar Van Essen zei hier wijselijk maar niets van.

Vrijdagnacht werd hij door de heren uit bed gehaald om de paarden in te spannen. Zij moesten vertrekken, maar zij waren zo stomdronken, dat zij dit onmogelijk gedaan kregen en daarom Van Essen riepen. Hij deed dit, om ze maar zo gauw mogelijk kwijt te zijn. De andere morgen ging Van Essen eens kijken op de plaats, waar in het bos nog meer paarden hadden gestaan. De Duitsers lieten in hun dronkenschap nog wel eens wat achter en nu wilde hij zien of er soms hoefijzers waren achtergebleven. Terwijl hij weg was en zijn vrouw net was opgestaan, begon de hond geweldig te keer te gaan. Toen zij keek wat er gaande was, zag zij tot haar schrik de Grüne Polizei verschijnen. Zij deed de deur meteen op het slot, waarschuwde alle "jongens" om naar de schuilkelder in de stal te gaan en vloog naar boven om de bedden af te halen. Zij vouwde vlug de dekens op, nam de lakens mee naar beneden en gooide ze als "vuil wasgoed" op de deel, keek nog eens goed rond, of alles weg was, wat op "gasten" kon wijzen en ging toen eindelijk naar de buitendeur. In die tijd was ook Van Essen van zijn tocht teruggekomen. Hij was anders voor geen klein geruchtje vervaard, doch nu schrok hij toch geweldig. En toen bleek, dat de heren in de verste verte niet dachten aan huiszoeking, maar daar wensten te slapen en hun auto te stallen. Van Essen beweerde, dat dit niet kon, dat zij geen slaapplaatsen meer hadden en dat zij ook de auto niet konden stallen. Zij werden natuurlijk kwaad en begonnen op de bekende Duitse manier te bulderen en te schreeuwen. Het zou en het moest! En Van Essen hield doodkalm vol: het gaat niet! Tenslotte trokken zij weg en toen Van Essen even later ging kijken, bleek ook de auto verdwenen. Het hele gesprek was aangehoord, door de nu in "letterlijke" zin ondergrondse jongens. Een zucht van verlichting was hun ontsnapt, toen zij hoorden dat het niet om een huiszoeking te doen was en zo gauw zij maar konden, kwamen zij uit hun schuilplaats tevoorschijn.

Op 9 april kwamen bij hen de heren H. Rambonnet, de broer van N. Rambonnet en J. van Delden, leden van de "ondergrondse beweging" te Elburg. Zij moesten in Heerde "werk" verrichten en kwamen bij Van Essen de kortste weg daarheen vragen. Op 13 april had het drama in Heerde plaats, waarbij 14 mannen, hoofdzakelijk leden van de verzetsbeweging wreedaardig door de Hunnen werden vermoord. Diezelfde dag kwamen H. Rambonnet en J. van Delden weer bij Van Essen terug om te informeren, of Nic. dààr was. Door die catastrofe te Heerde had hun werk geen doorgang kunnen vinden en nu waren zij hevig ongerust over N., van wie zij niets meer hadden gezien of gehoord en die dezelfde tijd ook in Heerde geweest moest zijn. Zij vroegen zich zelf nu af, of hij ook bij de slachtoffers was, omdat er ook onbekenden bij waren. Na de bevrijding bleek dit ook werkelijk het geval te zijn. Toen de Duitsers de leden van de verzetsbeweging hadden neergeschoten, knalden zij tegelijk ook maar neer, die voor hun ogen verschenen. Nic. Rambonnet was, zonder enig flauw vermoeden, ook langs komen fietsen en werd ook meteen door de onverlaten doodgeschoten. H. Rambonnet en J. van Delden bleven nu ook bij Van Essen. De spanning werd al groter. Het front kwam steeds naderbij. Dat de bevrijding niet ver meer af was, bleek uit alles. In de "ondergrondse kring" heerste dan ook groot optimisme. Alleen juffrouw Van Essen deelde dit optimisme niet. Zij hield het op: "Wij zijn er nog niet zo gauw van af. Het duurt nog wel tot september". En dan kreeg zij heel wat te horen van de anderen. "Zij moest zich schamen, om zo te denken. Straks, als de bevrijding er is, dan weet je je niet te bergen van schaamte over je veronderstelling. Ja, dan moet jij nog onderduiken, maar je behoeft er niet op te rekenen, dat je dan bij ons kan komen. Bij ons is dan geen plaats voor je". Deze woorden kreeg zij dan te horen. Ook verweten zij haar, dat zij "heulde" met de Duitsers. Iedere keer, als zij, vol zorg en angst voor haar "jongens" weer zo'n Mof van de deur had gepraat en zij allen het gevaar weer afgewend zagen, dan kregen zij praatjes en "heulde" juffrouw Van Essen met de Duitsers! De stemming onder elkaar was, trouwens al die tijd dat zij daar waren, uitstekend. Niettegenstaande de angst voor mogelijke ontdekking, hadden zij toch verbazend veel plezier.

21. Van Essen Boerderij

Links tussen de bomen de boerderij van Herman van Essen. Wie de wandelende dames met kinderwagen zijn is onbekend. Nu liggen hier links de parkeerplaatsen van de s.v. Epe en de Tennisvereniging Epe – 1950.

 

- Klik hier voor het volgende verhaal: 's Avonds hielden ze zangrepetities. "Ssstt, ssstt, stil toch jongens. Zij kunnen jullie in de verte al horen.''

of klik hier om terug te gaan naar het overzicht

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Voorzijde Oorlogsboekje Marca

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.