juf van klaveren

‘Zeer zware jongens’ in de nieuwe schuilplaats

plattegrond 2Ongeveer een week voor Kerstmis fietste hun zoon Mannes door de bossen en werd daar aangehouden door mannen van de S.D. Zij vroegen hem om zijn persoonsbewijs, hielden dit en zeiden, dat hij dit de andere morgen in Olst kon komen halen. Of hij nu al beweerde, dat hij pas 16 jaar oud was, het hielp niets, hij was zijn persoonsbewijs kwijt. Vader en moeder Van Essen dachten er natuurlijk niet aan, om hun zoon naar Olst te laten gaan. Maar nu was een ander gevaar ontstaan. Hun adres was bekend en bij een eventuele huiszoeking konden ook de andere jongens gegrepen worden, dus achtten zij het raadzamer, dat die beiden tijdelijk ergens anders heen gingen.

Jan ging weer naar zijn oom in de Laarstraat, waar ook Mannes naar toe ging en Marinus zocht een toevlucht bij zijn meisje. Toen waren Van Essen en zijn vrouw voor het eerst zonder "logé's". Alleen Gerrit en kleine Herman waren bij hen en in het huisje waren nog steeds vijf Joden. Toen dacht Van Essen er over, om een, nog veiliger, schuilplaats te maken. Op Eerste Kerstdag, want de tijd drong, maakte hij, geheel alleen, een gat in de kalverstal, groef naar buiten uit en kreeg een nieuwe schuilplaats van ± 2 bij 2,5 meter. Knap, wie daar een schuilplaats kon vinden.

Dezelfde dag werd de 13-jarige Gerrit ernstig ziek. Deze ziekte duurde lang en om het kind rust te bezorgen en de angst weg te nemen, die hij in zijn onderbewustzijn had, werden vóór maart door hen geen "gasten' meer aangenomen. Zo moesten zij ook twee Belgen, die uit krijgsgevangenschap waren ontvlucht en voor wie, bij hen plaats werd verzocht, weigeren.

En toen werd het maart. En daar kwam de eerste nieuwe onderduiker, namelijk Ernst de Klerk, een jongmens, wiens ouders in Indië woonden, en die in Holland zijn studies zou voltooien. Heel lang is hij echter niet bij Van Essen geweest. Toen hij weg was, werd aan de familie Van Essen gevraagd of zij een paar "zware jongens" konden hebben, wat natuurlijk kon. N. Rambonnet uit Elburg was commandant  van de groep "Old Putten", onderdeel van de verzetsbeweging. Ook zijn broer H. Rambonnet was daarvan lid. Op 13 februari 1945 deed de S.D. uit Apeldoorn een overval op de woning van genoemde heren. Deze waren beiden niet thuis. Hun moeder, die op de achtergrond eveneens illegaal werk verrichtte, werd echter meegenomen, evenals N.'s verloofde, hun tuinman en nog een lid van het personeel. Deze 2 laatsten werden naar Duitsland vervoerd. N.'s verloofde kwam na 10 dagen vrij, doch mevrouw Rambonnet zat eerst 5 weken in Apeldoorn, waarna zij naar Westerbork werd vervoerd. Op 11 april, toen de Geallieerde legers reeds in het noorden en oosten van het land waren, zou zij met nog 116 andere vrouwen via Assen en Groningen naar Leeuwarden worden gebracht, doch bij Grijpskerk werden zij door de Canadezen bevrijd en kon zij naar Elburg terugkeren. Het huis was door de S.D. leeggehaald en vernield en N. Rambonnet, die gezocht werd, zocht onderdak in Epe, wat hem bij de familie Van Essen werd gegeven.

Nummer 2 was de heer W. Tjeenk Willink uit Zwolle. Deze had zich ook aan het ondergrondse werk gegeven en was in 1943 bij de K.P. in Twente gekomen. Na enige tijd werd hij opgepakt door de S.D., doch wist met hulp van de marechaussee te ontkomen. Hierna werd hij rayons-verbindingsofficier van de K.P. op de Noordoostveluwe. Hieraan kwam ook plotseling een eind en hij moest onderduiken in Epe. Hij werd echter steeds opgejaagd en na nauwelijks ontkomen te zijn aan de S.D., die op zijn laatste adres een overval deden, kwam hij tenslotte bij de familie Van Essen.

Ongeveer half maart kwam weer een verzoek om huisvesting voor weer 2 "zeer zware jongens". Ook op dit verzoek werd volmondig "ja" gezegd. Nummer 1 was de heer Daamen, onder de ondergrondse werkers bekend als "Tonny". Het was dezelfde, die reeds eerder bij de familie Van Essen zulk een “grondige” huiszoeking had gedaan en die natuurlijk nadien veel beter bekend was geworden met het werk van de familie Van Essen. "Tonny" was commandant van de stootgroep, die eventueel, als het bevel daartoe kwam, het kamp van Oldebroek moest overvallen. Er was ook een munitie-depot bij de heer Van Pelt. Dit werd verraden en in de avond en nacht van 18 op 19 december 1944 werden toen door de S.D. de volgende personen gevangen genomen: J. Daamen, mevrouw Daamen, H. Hogervorst, N. Hogervorst, G. Prinsen, B.A. Gerardts, J. de Vos, M. Fontein, H. Aluin (twee ondergedoken Joden), S. de Vreede, B. Pannekoek, P. C. v. d. Ree, P. v. d. Ree, B. van Pelt, mevrouw Van Pelt, M. van Kleef, G. J. de Wilde en K. Couw. Zij werden allen naar de Willem III kazerne te Apeldoorn vervoerd.

 

- Klik hier voor het volgende verhaal: De zenuwslopende ontsnapping van ‘Tonny’ Daamen -

of klik hier om terug te gaan naar het overzicht

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • bart joosten

    De twee joodse mannen M. Fontein, H. Aluin zijn opgepakt samen met mijn Bernardus Arnoldus Geradts ik weet de mannen moesten gaan werken in gorssel en elten . maar de twee mannen zijn daar ontsnapt en weer terug gegaan naar epe .de dames Fontein en Aluin zijn achter gebleven bij mijn Gerritje geradts-kers . Gerritje geradts-kers vond toch iets te gevaarlijk worden toen zijn ze op een ander onderduik adres onder gebracht . en Mosek horn is ook op gepakt 18 dec 1944 en ook torsperre achte ze naam gekregen en helaas overleden op het schip cap arcona
    Is heel vreemd de militairen zagen niet het joden waren of hadden zo iets oorlog loopt toch op zijn eind ze worden aan het werk gezet met als dood als gevolg . wat mislukte ze konden ontsnappen

Voorzijde Oorlogsboekje Marca

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.