Epe van toen: Het wild zwijn is ineens gewild

Het was prins Hendrik en zijn gevolg door de massale kritiek, de vele schadevergoedingen die betaald moesten worden en de forse landelijke publiciteit wel duidelijk geworden dat hij de overlast van zijn hobby eindelijk eens goed moest aanpakken. Het moest afgelopen zijn met de buiten zijn terrein wroetende wilde zwijnen. Alleen hekken en rasters waren niet voldoende, besefte hij nu ook.

Begin 1920 voert de opperhoutvester van het koninklijk huis overleg met het college van burgemeester en wethouders van Epe. Ze maken een reeks van afspraken. Er worden op verschillende wegen trekhekken geplaatst die door voerlieden kunnen worden geopend zonder dat zij van de bok hoeven te stappen. Op een aantal niet-openbare zandweggetjes komen hekken waarvoor wel afgestapt moet worden om ze te openen. Alle hekken worden roodwit geschilderd en van lantaarns voorzien zodat niemand er in het donker tegenaan rijdt, zoals elders al enkele malen is gebeurd. Voorts worden alle wilde zwijnen achter een speciaal daarvoor te maken afrastering gebracht. Alle bosvarkens die zich daar buiten bevinden, worden onmiddellijk afgeschoten. Opperhoutvester Tutein Nolthenius belooft het Eper gemeentebestuur plechtig alles te zullen doen om overlast en schade voor vooral de boeren te voorkomen.

Kennelijk hebben de maatregelen waarbij het Kroondomein een hermetisch afgesloten leefgebied voor wild is geworden effect, want de media schrijven nauwelijks meer over wilde wijnen. De Apeldoornsche Courant meldt in februari 1923 nog wel dat tijdens een jachtpartij op grofwild in de ‘Wiesselsche bosschen’ drie herten worden geschoten, ‘terwijl een der Hofjagers het geluk had een exemplaar der nog sporadisch voorkomende wilde zwijnen neer te leggen’. Maar dezelfde krant bericht in november 1925 dat er toch nog veel ‘knorrepotten’ in de bossen rond Gortel en Niersen zitten. Jagers hebben namelijk zeven herten en veertig wilde zwijnen geschoten. ‘In het totaal zijn er op deze drie dagen met ongeveer 25 geweren geschoten een 70-tal herten en 40 wilde zwijnen.’

Ook dichter bij Epe zitten ze nog. Want het sociaal democratisch dagblad Voorwaarts schrijft in datzelfde jaar dat bij een jachtpartij op Welna een groot wild zwijn is aangeschoten. ‘Toen maandag een paar personen gingen zoeken of het dier ook ergens lag, vonden ze het inderdaad. Het was nog krachtig genoeg om een paar menschen ondersteboven te loopen en het verwondde een daarvan zoo, dat de dokter hem verbinden moest. Door jagers is het dier tenslotte doodgeschoten.’

In de jaren daarna wordt alleen nog over wilde zwijnen geschreven als er verslag wordt gedaan van jachtpartijen van het koninklijk huis op eigen grond. Uit een stukje in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 31 oktober 1935 blijkt dat de dieren af en toe nog wel kans zien om buiten de afrastering te komen. ‘Nochtans zien nu en dan deze beestjes kans te ontsnappen en zoo was het ook dat een drietal van deze hoogpotige zwarte knapen zich op verboden terrein bevonden nabij Halfweg tusschen Nunspeet en Elspeet. Vandaar dat in allerijl de beste schutters onder de vele plaatselijke jagers werden opgeroepen deze zwijntjes te verschalken. De lust daartoe was groot en zodra de sporen waren ontdekt werd door vele medewerkers een groot vak afgezet. Jammer genoeg bleek al die moeite die men zich gaf tevergeefsch; de zwijntjes hadden nog juist kans gezien een veiligen uitweg te vinden en lieten de jagers niets anders dan hun sporen zien.’

Het gaat goed tot de Tweede Wereldoorlog. In die periode ontsnappen er veel wilde zwijnen uit het Kroondomein. Bovendien willen beheerders van andere omrasterde gebieden na de oorlog ook wel wat van die wroeters op hun terrein. Niet zozeer om op te jagen, maar ook omdat ze geweldige opruimers zijn en met hun gewroet de grond los en luchtig houden, waardoor een rijkere vegetatie ontstaat. Het wild zwijn is dus ineens gewild.

Over overlast en schade berichten de media niet meer. Sterker nog, in de decennia daarna duikt het wild zwijn steeds vaker in advertenties van pensions en hotels op als lokkertje. De recreatiesector begint het belang van grofwild te zien en adverteert ermee. ‘Gelegen in de directe omgeving der bossen en heidevlakten, waar U herten en wilde zwijnen in hun natuurlijke omgeving ontmoet.’ Er worden zelfs wandelingen naar voederplaatsen georganiseerd. De toon wordt dus duidelijk anders.

 

- Wordt zondag vervolgd met het laatste deel van deze serie -

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.