Epe van toen: Overlast van wilde zwijnen is van alle tijden

Wilde zwijnen die in de bewoonde wereld schade aanrichten, het plaatsen van hekken om dergelijke overlast te voorkomen, scherpe tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders daarvan en kranten die vol staan met verhalen erover. Ik heb het niet over nu of vijf jaar geleden, maar over bijna een eeuw geleden. Overlast van wilde varkens is van alle tijden. In een serietje verhalen zowel aandacht voor - soms hilarische - gebeurtenissen als een leerzaam stukje geschiedenis.

We hebben het aan prins Hendrik te danken dat er wilde zwijnen in onze bossen en regelmatig in de door ons bewoonde wereld lopen. In Nederland waren ze decennialang uitgestorven. In 1826 werd het laatste inheemse bosvarken gesignaleerd. In 1907 liet prins Hendrik er enkele honderden uitzetten in de bossen van Het Loo. Hij was een hartstochtelijk jager en wilde dat graag op zijn eigen terrein kunnen doen. Dat deed hij aanvankelijk op een manier die nu massaal protest zou opleveren: hij liet ze bijeen drijven en in een kooi of omheind gebied zetten, waar ze vlak voordat de jacht begon zijn kant uit gejaagd werden. Hendrik en zijn vriendjes – adelijken en andere hotemetoten – reden te paard of in jachtbrikken met een vierspan ervoor of zaten ergens op een luie stoel met het geweer in aanslag om ze af te schieten. Na afloop ‘raapte’ het voetvolk de dode dieren bijeen en bracht ze naar een plek waar de jagers op de al dan niet succesvolle jacht toostten. Het hardnekkige verhaal gaat dat de prins op de terugweg nog wel eens even langs onder meer Vaassen ging om daar op vrouwen te jagen, maar dat terzijde. Soms joegen hij en zijn vrindjes twee dagen achtereen en schoten ze wel een paar honderd wilde zwijnen.

Aan één ding had Hendrik niet gedacht. Dat was een deugdelijke afrastering rond het gebied waar hij zijn prooien had uitgezet. Dus verspreidden de wilde zwijnen zich naar de omliggende bossen en ook naar akkers en aardappelvelden in onder meer Gortel, Tongeren, Wissel, Hoog Soeren en wijde omgeving. En dat kwam hem op een hoop bonje te staan, want boeren, vooral in Gortel en omgeving, klaagden steen en been over schade aan hun oogst. Ze eisten schadevergoeding van de prins. Die vroeg de Eper gemeenteraad in 1918 om tien hekken te mogen plaatsen op publieke wegen bij Gortel en Niersen die ’s nachts gesloten konden worden, maar daar voelde de raad helemaal niets voor. Ze wees een jaar later eenzelfde verzoek af van ‘een groot aantal bewoners van Gortel en omstreken’, zo meldt De Telegraaf van 14 juni 1919. ‘Het spreekt van zelf, dat de raad andermaal afwijzend heeft beschikt, er nog bijvoegende, dat aan de houtvesterij zou worden verzocht om een paar hekken, in strijd met het vroegere raadsbesluit, tòch in de bosschen aanwezig, onmiddellijk te verwijderen.’ De prins was dus burgerlijk ongehoorzaam geweest en had toch zijn zin doorgedreven.

Prins Hendriks opperhoutvester, G.E.H. Tutein Nolthenius, nam een paar maanden later weer contact op met de gemeente, opnieuw met het verzoek of er hekken geplaatst mochten worden op de wegen Vaassen-Niersen en Emst-Gortel, ‘zoodanig geconstrueerd, dat zij door de voerlieden van het voertuig af kunnen geopend en gesloten worden’, aldus onder meer de Arnhemsche Courant van 22 november 1919. Dat mocht dit keer wel, mede om nòg meer schade bij de boeren te voorkomen, maar wel onder voorwaarden en met veel kritiek op de hobby van prins Hendrik. ‘Naar aanleiding van dit verzoek, dat men besloot toe te staan, ontspon zich een uitvoerige discussie, waarin groote ontstemming tegen de gevaarlijke en voor den landbouw schadelijke jachtliefhebberij van den prins tot uiting kwam.’ De raadsleden vonden het maar ‘lapmiddelen’ die de prins voorstelde en lieten weten ‘dat aan het houden van zwijnen een einde gemaakt moest worden, desnoods door bij de regeering aan te dringen op een herziening van de jachtwet.’

De toestemming werd voor één jaar verleend en ging gepaard met de nadrukkelijke eis dat de prins voldoende maatregelen moest treffen om te voorkomen dat wilde zwijnen zijn gebied nog zouden kunnen verlaten.

Maar prins Hendrik had kennelijk meer invloed dan de Eper gemeenteraad in Den Haag, dus na enkele stevige debatten in de Tweede Kamer over de jacht mocht zijn hobby blijven uitoefenen. En de zwijnen? Die bleven er op uit trekken en op ongewenste plaatsen wroeten.

 

- Wordt donderdag vervolgd -

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.