Geperst (2): Bedelaars

Bij een vol terrasje langs de hoofdstraat in een grote provincieplaats in de Franse Provence zitten twee ongeschoren mannen op de grond. Eén van hen kijkt me smekend aan en vraagt met een heel verhaal twee euro. Hij kan de pot op. Dat zal onderhand wel hard nodig zijn, want hij lurkt uit een halve-literblik bier en om hem heen liggen vele lege exemplaren.

Ik zie onder zijn jas nog wat volle liggen. In zijn bedelaarspet die voor hem op de grond ligt, liggen wat muntjes van één en twee euro. De hond die ik aan de riem heb is de beroerdste niet en wil hem wel wat geven. Hij ruikt aan de pet en tilt zijn poot op. Ik kan hem net op tijd wegtrekken. Goed en heel sociaal bedoeld, ook heel origineel, maar toch maar liever niet. Als ik nou vloeiend Frans zou spreken, zou het me wel wat euro’s waard zijn als hij de pet vol zou plassen, maar ik zie me niet in twee talen langs elkaar heen bekken met een dronken Franse zwerver.

Een dag later gaan we een oud centrum van een andere plaats verkennen. Bij de stadsmuur ligt een man opgevouwen onder dekens op straat, met een klein hondje dat ook een dekentje draagt. Er ligt een geldbakje naast. Aan zijn houding te zien vermoed ik dat de man gehandicapt is. Het gaat me een beetje aan het hart en ik neem me voor dat als we bij terugkeer wat muntgeld hebben, ik wat in zijn bakje ga mikken. We hebben ook nog een zakje Frolic in de auto liggen, misschien geef ik hem dat wel voor zijn hond.

Honderd meter verder staat een man midden op straat met een groot kartonnen bord voor zich en vier grote foto's op de grond. Hij zamelt 'in Jezus' naam' geld in voor een of ander tehuis ver weg, maar op de één of andere manier wantrouw ik dat. Hij ziet er uit alsof hij dat geld zelf ook goed kan gebruiken. Ik geef hem niets. Jezus’ naam is, onder anderen door geestelijken die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik, al veel te veel misbruikt.

Drie straten verder moeten we wachten voor het rode licht. Een jongen met nieuwe merkkleding en dito schoenen loopt met een kartonnen bordje langs de auto's. 'Mag ik alstublieft een muntje zodat ik wat eten kan kopen?', staat er op. Hij vangt overal bot. Had hij maar z’n oude kloffie moeten aantrekken. Of de autoruiten moeten wassen, zoals veel van zijn collega’s doen bij auto’s die wachten voor verkeerslichten. Die doen tenminste wat voor hun geld.

Als we terug lopen naar de auto en parkeerautomaat, zie ik tot mijn stomme verbazing de vermeende gehandicapte bedelaar soepel opstaan. Hij pakt zijn dekens en matras bij elkaar en leegt het geldbakje in zijn jaszak. Kennelijk gaat hij naar huis. Misschien wel met de auto. Genoeg 'gewerkt' voor vandaag.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento