Daar is ze weer! 76: Dwalen

We genieten van onze vakantie in het Zwarte Woud. We logeren in een vakantiebungalow in een piepklein plaatsje. Het is zo klein, dat de inwoners uit zichzelf al vragen of we bij ‘Familie Braun’ vakantie vieren.

Het ligt er prachtig. De natuur omsluit het dorp, welke kant je ook op gaat, je kunt er prachtig wandelen. Thuis wandel ik regelmatig en op een middag krijg ik het op de heupen, ik wil een eindje wandelen. “Hoe lang blijf je weg?”, vragen de achterblijvers, want ze vinden het veel te warm om te lopen.
“Mwah, uurtje denk ik!”

Vol frisse moed ga ik op pad, door het dorp richting het volgende dorpje. Dan kom ik een bord ‘Muhle’ tegen. Mmm, misschien iets voor een uitje, dus ik loop er heen. Het stelt weinig voor, maar ik zie nu een bord met ‘Natuurgebied, alleen voor wandelaars’. ( En dan in het Duits natuurlijk!)

Ik besluit deze weg in te gaan. Het is warm. Ik ben blij dat ik een flesje water bij me heb en zie dat ik een half uur onderweg ben. Eigenlijk zou ik terug moeten….

Ik loop door het natuurgebied. Het is hier erg heuvelachtig.  Aan de ene kant ligt een veld vol blond koren, dat fel afsteekt tegen de blauwe lucht. Aan de andere kant een weiland. En daar tussen loopt de weg. Tot die stopt. Wat nu?

Ik besluit om mijn weg door het weiland te volgen, in de verte zie ik ons dorpje al weer liggen. Als ik langs het water blijf lopen, kom ik vanzelf in het dorp, bedenk ik. Roofvogels vliegen in de lucht, bidden, op de loer naar een prooi. Ik geniet met volle teugen, voel me haast Heidi in de bergen.

Als ik straks langs dat maïsveld naar links ga, kom ik weer op de weg naar het dorp. Maar helaas, ik kan wel naar links, maar er ligt een diepe, brede sloot voor de weg. Daar kom ik niet overheen! Bovendien: heel veel bramenstruiken en brandnetels, dat gaat niet lukken. Rechts een weg naar het bos. Maar ik ken hier de weg niet. Toch moet ik erg dicht bij het dorpje zijn, maar ik durf het in m`n eentje niet aan…. stel dat ik verdwaal….

Er zit niets anders op dan via het maïsveld terug te lopen naar de molen.  Het is erg ver. Ik ben al meer dan anderhalf uur onderweg. Mijn water is op. De zon brandt.

Er schiet me een liedje van Daniel Lohues te binnen. “Niet alle dwalers zijn verdwaald…”

Het klopt als een bus! Ik dwaal en weet niet waar ik uit kom, toch ben ik niet verdwaald, want ik weet wel waar ik heen wil….

Na een enerverende tocht waarvan ik genoten heb, reageren mijn huisgenoten vrij laconiek op mijn wandeltocht. De volgende dag loop ik hetzelfde stuk met echtgenoot. Vanaf het punt waar ik terug liep langs het maïsveld, lopen we nu het bos in. Met vijf minuten zijn we in het dorp.

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Iets melden of vragen?
[email protected]

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.