Bij ons in Brazilië. 223: Pelzerkamp en omstreken

officiersweg CustomOp de foto zien wij links de ingangsweg die naar drie nieuwe flatgebouwen leiden die in de plaats van een beroemd vakantiehuis gekomen zijn. De grote villa Pelzerkamp is volledig afgebrand in 1980, maar de gewelven van de ijskelder dienden lange tijd (en misschien vandaag nog) als kelder voor (beschermde) vleermuizen.

Het huis op zich was voor ons jongens een verboden-toegangshuis, maar in het mooi aangelegd bos met paadjes tussen de Officiersweg en de Burgemeester van Walsemlaan speelden wij nog wel eens en we bouwden ook daar hutten met als dak afgebroken laaghangende beukenboomtakken.

Aan de rechterkant ligt nog steeds een grote kuil. Volgegroeid met allerlei soorten bomen en struiken. Een natuurlijk gat of een afgegraven zandput voor de aanleg van wegen? Als wij in die buurt liepen, dan was die kuil onze vaste doorgangsroute. Ook een gelegenheid om onder elkaar je snelheid te testen.

Wij lopen nu even door tot aan het punt waar de Burgemeester van Walsemlaan en de Jagtlustweg op de Officiersweg uitkomen. De Jagtlustweg behoorde niet tot onze normale doorgangsroute, al had je links bij de kruising met de Van Walsemlaan een ouderwets badhuis. Dat huis, of beter de wasgelegenheid ernaast, werd ook veelvuldig bezocht wanneer wij onze wekelijkse douchebeurt  ondergingen met een in wit geklede juffrouw als controledame, die vooral onze oren, nagels, knieën en ellebogen onderzocht of alles wel schoon was volgens de regels van moeder. Zij ontving ook onze centjes.

Iets verderop liep rechts de weg die ons in een rechte lijn naar de Nieuwe Vijver voerde. Soms namen wij de slingerpaadjes rechts van die weg die ons na de Kamperweg weer naar de Vijverlaan brachten.Vlak vóór de vijver had je links langs de Zeuvenbargweg ook slingerpaadjes, die elders mooi op de Hertenlaan uitkwamen. Wel met soms harde, gelukkig goed zichtbare boomwortels op de grond die je noodgedwongen nemen moest en fietsend met je achterwerk omhoog overwinnen moest. De vele bochten stimuleerden ons om hard te rijden met soms wat kleine ongelukken als je een bocht verkeerd inschatte en de struiken en bomen inreed. Mooi werk was dat. Op de slingerpaadjes van Epe en Heerde fietsen behoorde tot onze meest geliefde recreatieve activiteiten.

De Nieuwe Vijver met zijn bruine grondwater werd in mijn jonge jaren ook van alle kanten geëxploiteerd. In de winter, als er een flinke laag sneeuw lag, gleden wij met onze sleetjes de witte zandberg af om zo over een kleine ophoging vóór de vijver op het ijs uit te komen. Als het ijs niet de juiste dikte had, was het soms moeilijk om met je voeten vooruit als rem net vóór de waterkant te stoppen. Sommige wat rijke jongelui gingen op hun ski's die 'berg' af, wat bij ons veel  bewondering uitlokte. Vroeger sneeuwde het vaker in Epe en waren de winters wat kouder. De globale warmte neemt namelijk toe of minstens is het weer geweldig in verwarring.

De hertjes werden ook altijd even bezocht. Ik kan mij iets van mijn jonge jaren goed herinneren. Familie uit Deventer bracht eens twee volle zakken Amerikaanse eikels naar Epe, die zij tijdens een vakantieweek in de bossen van Salland bijeen geraapt hadden. Zij in hun auto en wij op de fiets naar de herten. Aan de Renderklippenkant liepen de dieren. Wij er naartoe en handenvol eikels  werden over het gaas gegooid tussen de dieren, die, met veel gekraak en geweld, de eikels in stukjes beten voordat zij in hun slokdarm verdwenen. Wat een feest voor die prachtige dieren en voor ons.

In die buurt begint ook een serie slingerpaadjes. Die bij het hertenkamp begint, gaat eerst in een uitloper de Renderklippen over om daarna al slingerend naar de Dellenweg te trekken, ter hoogte van de Ossenstal.
Een andere beroemd paadje begint links van het Princesshotel en gaat  al klimmend en dalend richting de Ossenstal. Tegenover de 'Stal', op de hoek van twee wegen, een langzaam klimmend pad naar de Haelberg. In mijn tijd kon je vandaar de radiomasten van Kootwijk goed zien. Alleen even op een ronde soort molensteen klimmen en op de naam Kootwijk gaan staan om zo de juiste richting te kijken. Dat alles is nu verleden tijd, maar in Brazilië heb ik jarenlang naar de Wereldomroep geluisterd, die vanuit Radio Kootwijk de wereld over gezonden werd. Wat moeilijker was het om Vaassen te zien omdat de twee kerken niet tegen de horizon afsteken. Bij helder weer kwamen de kerken van Deventer en Olst in zicht.

We gaan nu weer terug naar de Nieuwe Vijver. In de buurt van die vijver lagen wat goede en afgelegen, bijna verborgen plekken waar het goed cantharellen plukken was. Als slot van deze column gaat het volgende verhaal over dat onderwerp.

officiersweg Custom 2

Cantharellen zoeken en dan bakken met uitjes

Boerenkool met worst, zuurkool met spek, appelbeignets, nieuwe haring, roggebrood met gerookte ham, gebakken vis van de markt, gerookte paling, kruudmoes, karnemelkse pap, enz. enz. Het zijn smaken die van jongs af aan in je onderbewustzijn zijn opgeslagen en deel uitmaken van je historisch–cultureel gevormde achtergrond, waar men zich ook bevindt op deze wereldbol.
En daar is, in de loop der jaren, tenminste wat mij betreft, een andere smaak bij gekomen die ik vanuit mijn geheugen zo kan beschrijven: gebakken antharellen, met fijn gesneden uitjes. Vader wilde er nooit aan. Die was bang voor vergiftiging. Hij had daar zogenaamd al zo veel over gelezen en gehoord. Hij vertrouwde het niet. Hij bleef gewoon een buitenstaander die met geen geld te verleiden was om die lekkernijen alleen maar te proeven. Echt ‘wat een boer niet kent, eet hij niet’. Van moeders kant kwamen er alleen maar positieve, versterkende geluiden om toch maar weer eens op pluktocht te gaan, op zoek naar die prachtige gele paddenstoelen, in ‘onze’ bossen in de buurt van de Nieuwe Vijver. Broer Jan en ik deden die excursies te voet, omdat het gevaarlijk was om je fiets zomaar ergens neer te zetten en dan urenlang door die dichte, gemengde bosjes van jonge eiken- en dennenbomen tegen en langs meterslange houtwallen te trekken.
Zo gingen wij weer op cantharellentocht, in die tijd nog niet verboden, al hebben wij misschien onbewust bijgedragen aan de totstandkoming van die wet. Met twee lege boodschappentasjes liepen we door het centrum van ons dorp op de toen nog niet verharde Burgemeester van Walsumlaan aan, Officiersweg over, Vijverlaan in tot aan de Kamperweg. Iets achter de twee (nu vier) villa’s, tussen de Kamperweg en de Ossenweg, lag ons toen pas ontdekte terrein. Veertien dagen daarvoor waren wij daar voor het eerst geweest. De toen aangetroffen hoeveelheid van cantharellen deed ons opnieuw naar die plek terugkeren. Je loopt de Kamperweg een stukje in, tot iets achter de huizen, dan rechts een bospad in recht op de Ossenweg aan. Tegen het einde van dat pad begon onze speurtocht. Onder het kreupelhout, tussen de vochtige, verbruinde bladeren van hoge en lage eiken – en dennenboompjes, zochten wij de zo geliefde gele paddenstoelen. Het was laag zoeken, niet altijd gemakkelijk door de vele dode takken van sprokkelhout of laaghangende eikentakken. We droegen overhemden met lange mouwen, om eventuele krassen en schaafwondjes te voorkomen. Het was of de hanenkammen op ons stonden te wachten. Even wat bladeren opbeuren en wegschuiven en daar stonden hele kringen van die kleine gele harmonicatrechtertjes ons verleidelijk aan te kijken. De wat grotere plukten, of beter, trokken we behoedzaam uit de losse humusgrond. Wat torretjes en andere insecten zochten een veilig heenkomen.
De kleinere lieten wij staan voor onze toekomstige expedities. Wat later gingen wij ook bovenop de daar liggende houtwal zoeken. Het was daar minder donker en minder laag bebost. Er stonden wat hoge gemengde bomen. Je kon er beter lopen. De zon maakte wat blinkende vlekjes tussen de dode eikenbladeren op de bemoste grond. Ook daar waren ze te vinden, maar in mindere mate.
Na een zoektocht van zo’n twee uur hadden we voldoende cantharellen in onze tasjes om vooral moeder blij te maken. Wij zaten dan wat ogenblikken op de bank waar de Hertenlaan op de Ossenweg uitkomt, aten onze meegenomen appel op en gingen weer op huis aan, vaak door de donkere slingerpaadjes ten zuiden langs de Ossenweg. De niet al te zware tasjes gingen de hele terugweg van de rechter naar de linker hand en andersom.
Het was altijd heerlijk thuiskomen. Moeder, met beide uitgestrekte armen, maakte de boodschappentas open en keurde de hoeveelheid met een blijde lach. De zusjes kwamen ook verheugd even kijken. Vader, in de werkplaats of in de winkel, maakte niet zo veel woorden vuil aan de door ons meegebrachte schat. Één ding had hij wel in zijn voordeel: hij wilde ze wel zelf bakken. Wij drieën ontdeden de cantharellen van het zwarte onderstukje. Dan maakte moeder ze schoon en waste ze in een vergiet. Daarna sneed zij ze in wat kleinere stukjes. Het uitjes snijden liet vader ook aan moeder over, want ´huilen` was niet zijn gewoonte. Een flinke portie rauwe paddenstoelen werd voor het weekend of voor later bewaard onderin de kelder.
In een grote en diepe koekenpan bakte vader de fijn gesneden uien even in de boter, deed de gesneden cantharellen erbij in, wat zout naar smaak en bleef maar roeren tot die heerlijke reuk door het huis ging, het teken dat het goed
was. De cantharellen slonken wel behoorlijk, maar er bleef genoeg over om van te smullen. Het feest daarna, met bruin brood en daarbovenop de bruingebakken cantharellen, hoef ik niet te beschrijven.
Of er hedentendage nog ‘hanenkammen’ bestaan in ´onze´ bossen, weet ik niet. Ze schijnen in de afgelopen jaren bijna of volledig te zijn uitgeroeid. En wat nu nog een beetje knaagt in mijn geweten, is dat wij daar (samen met vele anderen, vooral Duitsers) onbewust aan hebben bijgedragen. Moet ik nederig toegeven.
Sorry!

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Henk Posthouwer

    Hallo Gerard,


    Zoals zo vele Epenaren volg ik je nauwkeurig, en hoewel ik andere, Puttense, wortels heb vind ik die verhalen van toen heel leuk. Er zit zo veel gemeenschappelijk in! Het lijkt wel of iedere dorpsjongen hetzelfde doormaakt!
    Op het punt van de cantharellen kan ik je geruststellen, ook ik heb bijgedragen aan de uitroeiing van deze smakelijke paddestoel. Wisten wij veel en we hebben ervan genoten. Het schijnt trouwens dat er op diverse plekken weer heel veel worden aangetroffen!
    Tot morgen!

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.