Bij ons in Braziliƫ. 219: Stationsstraat en Platvoet

Epe 11 Custom CustomDit is dan dicht bij mijn ouderlijke huis met natuurlijk een hele hoop herinneringen aan mijn kinder- en tienertijd. Links was de Platvoet, een open feestweide waar alle grote gebeurtenissen van het jaar gehouden werden en optochten eindigden.

Tussen de winkel van schoenmaker Slot, uiterts links en (niet zichtbaar) de schoenenwinkel van Waaijenberg lag tot bijna aan de Brinklaan een groot open grasveld. Het was gelukkig wel omgeven door een hoog hek om de kwajongens buiten te houden.Of bestonden die toen niet?

Ik kan mij wel herinneren dat tijdens de oorlog daar volkstuintjes werden aangelegd en de boerenkool van ons veldje was bijzonder lekker. Ook een heinneringsvlaag van iets dat bij Circus Rens gebeurde. Vóór de pauze kwam daar een ezeltje de arena binnenrijden. Zijn baasje rustig op zijn rug gezeten. Toen werd de honderden aanwezigen gevraagd of iemand vanuit het publiek ook een rondje wilde rijden en één minuut op dat grijze beest zou volhouden. Wat vrienden en broer Jan waren ook aanwezig en hitsten mij op. Ik gaf gehoor aan hun ophitserij, stond op en werd naar beneden geroepen. Ik dacht ondertussen bij mijzelf wel dat ik het wel een minuut kon volhouden met dat nieuwe zadeltje en het beloofde tientje wel in mijn zak zou stoppen. Pa en ma waren ook aanwezig, maar zaten ergens sjiek beneden in de loges. Vol zekerheid beklom ik het dier, maar voordat ik goed en wel zat, werd ik er meteen van af gegooid. Ik gaf zo maar niet op, maar iedere poging om te blijven werd de grond in geboord en ik werd er steeds af gegooid. Het begon wat zeer te doen en ik moest dus opgeven. Het gelach van de toeschouwers klinkt nog steeds in mijn oren. Mijn ouders en andere bekenden vooraan moesten wel lachen, of zij wilden of niet en moesten voor het grote publiek plezier tonen, maar vanaf dat moment af heb ik mij nooit meer publiekelijk laten bespotten, want dat dacht ik dat het was.

De Platvoet was heel vroeger ook de plaats van speciale markten en bijeenkomsten. Ook het Koninginnedagfeest werd daar gehouden, maar de kermis was altijd op de markt vóór ons ouderlijke huis, met zo'n lawaai dat de meeste bewoners van de Parkweg en Stationsstraat maar moeilijk konden slapen.

Van die kermis nog een klein voorval. Pa zou ter gelegenheid van de kermis voor ons wat paling gaan kopen. Hij kwam in de buurt van het café van Stindt een oude bekende uit Vaassen tegen en ze zijn samen een borreltje gaan drinken. En nog een, en nog een. Heel Vaassen werd er in hun conversatie bij gehaald. Toen hij naar huis ging, dacht hij aan de belofte om paling te kopen. Hij kocht wat er nog over was: een bosje oerdunne en droge paling en kwam daarmee alsnog thuis. In de keuken pakte mijn moeder het mooi ingepakte bosje aan, maakte het voorzichtig open en zag de bedroevende inhoud. In een opwelling van onderdrukte verbittering over het lange wegblijven van pa pakte zij de in vetpapier ingepakte palingen en smeet alles in zijn gezicht. Na wat schoonmakerij hebben wij nog wel een paling kunnen eten. Mooie tijden.

Nu weer terug naar de foto.

Epe 11 (Custom)

Rechts stond (niet zichtbaar) het grote woonhuis en de winkel van slager Horst. Daar kwam ik veel omdat ik een vriendje van Leo was. Naast hun woning stond het grote imposante huis van dokter Van Twisk, onze huisdokter. In die tijd was hij een voorbeeld van een goede dorpsdokter. Hij maakte van zijn beroep, net als dokter Mijs, een waar priesterschap. Hij was er voor zijn clientèle.

Hij heeft de vier kinderen Van de Schepop op de wereld gezet, met de vakkundige bijstand van mevrouw Van Viegen en kwam nogal eens over de vloer thuis. Aan de oostkant van zijn villa had hij zijn spreekkamer die met de wachtkamer bijna de helft van zijn huis in beslag nam. Achter zijn mooie woning ging de goed verzorgde lange tuin door tot bijna aan de Dwarsweg. In die tuin kwamen wij nooit, net als in de reuzentuin van de Zimmermans, die iets meer op het dorp aan woonden.

Ik heb eens het idee gehad om van dat vierkant - Stationsstraat, Parkweg, Dwarsweg en ds Prinsweg - een eeuwig te behouden vierkant te maken waarin nooit gebouwd zou mogen worden. Een soort long voor dat stukje dorp, zoals Epe zo veel longen had. Het plan voor een nieuw aan te leggen straat vanaf het huis van Logen aan de Parkweg tot aan de Ds Prinsweg werd later ook terecht afgeketst. De inhoud van dat vierkantje knaagt dus nog wel eens aan de hebzucht van de gemeente of particulieren. Niet doen dus.

Gaan wij weer even terug naar de foto.
Het grote huis tussen dokter Van Twisk en dat van de Zimmermans heb ik in verschillende functies gekend. Wat mij het meest is bijgebleven, was het tijdperk dat er tijdens de oorlog Duitsers ingekwartierd waren en dat na de oorlog het postkantoor van de Hoofdstraat naar dat toch wel deftige huis is vergeplaatst. Pa is nog een keer naar de militaire leiding van een bataljon gegaan om de hiep die twee mensen van de landmacht van ons hadden afgepakt of geconfiskeerd  langs de spoorlijn over de Dellenweg, daar op te halen.

De witte woning naast Zimmerman was de Vivowinkel van Van Oene, fijne, oerdegelijke en oerchristelijke mensen bij wie wij eens per maand alle boodschappen deden. Vader en moeder waren nogal verdeeld en wilden iedere kruidenier helpen om zo ook zelf in de schilderszaak geholpen te worden. De meeste boodschappen natuurlijk bij de Sparwinkel van Jansen. Dan wat boodschappen bij de Zijlstrawinkel van kruidenier Lip, naast de schoenenzaak Slot en dan wat wij in de Vivozaak van Van Oene kochten. Hun dochter was bevriend met zus Annie en die kwamen dus veel bij elkaar over de vloer. Voor speciale dingen werden wij ook vaak naar Jurriëns bij ons in de Parkweg gestuurd, een winkel die gespecialiseerd was in koloniale producten.
Ik heb anders nog nooit zoveel kruideniers bij elkaar gezien als in ons hoekje van Epe. Je had tegenover de loodgieter Van Dijk ook nog de coöperatiewinkel van de beroemde tweeling Broer. Daar kwamen wij heel zelden, omdat wij geen lid van de coöperatie waren.
De Stationstraat was ook de weg die wij tientallen keren met de Dijkstrabus of met de fiets hebben afgelegd.

Over die bus kan ik ook nog wel wat melden. Als op woensdagmiddag de winkel dicht ging, dan kwam bij moeder wel eens het idee op om even op en neer naar Deventer te gaan om haar moeder en onze oma op te zoeken. Meestal nam zij een of twee kinderen mee en vader moest op de rest passen, wat hem in die rustige tijd goed af ging. Een keer was ik aan de beurt. Het was tijdens de kerstvakantie, met nog wat sneeuw verspreid hier en daar, maar het dooide. Schuifelend door de natte sneeuw langs de Stationsstraat gingen wij naar het begin van het marktplein, schuin rechts vóór het oude gemeentehuis, waar de Dijkstrabus om half twee zou wegrijden. Het was geen grote bus, maar groot genoeg om het reizen op zich een aantrekkelijk avontuur te noemen. Of er verwarming in zat, weet ik niet meer, maar moeder had mij goed ingepakt.

In die tijd waren er drie vaste stopplaatsen. In het centrum van Oene, iets voorbij het mooie kerkje voor café Dorpszicht. In Nijbroek voor het bruggetje over de wetering of de sloot die naar de Hervormde Kerk leidde en in Terwolde iets voorbij de bocht bij de Grote Kerk bij café-restaurant Dorpszicht aan de Dorpsstraat. Maar iedere passagier was behoorlijk vrij om zijn eigen stopplaats te bepalen en de chauffeur deed dan, zittend, met een lange hendel de deur voor hem open. Meestal vertrok de bus maar halfvol uit Epe en moest de chauffeur het van de passagiers onderweg hebben. Koffers, toen bovenop de bus, waren ook een uitzondering.
Het was een voorspoedige reis. Wel zat er achter ons een vrouw die waarschijnlijk net de afwas gedaan had, want een niet zo prettige reuk van sanitair water omringde haar. De eau de cologne van moeder kon daar niet tegenop en de ramen van de bus waren dicht.

Eindelijk kwamen wij aan waar wij zijn moesten, de Worp bij Deventer. We stapten uit en gingen te voet de vier- of vijfhonderd meter naar de Spaarpotstraat, waar oma haar kleine huisje bewoonde, samen met tante Ans en ome Harry. Blij weerzien, maar wat doe je als kleine jongen de hele middag? In je eentje op een stoel zitten natuurlijk niet. In één van de twee beddesteeën (ja, oma had beddesteeën!) te gaan liggen, met je aandacht bij de gesprekken in de grote kamer, was ook geen optie. Buiten was het wat koud. Dus voor mij was het lezen geblazen of tekenen, ranja drinken of aan een koekje knabbelen, vlakbij het salamandertje, terwijl aan tafel de familieaangelegenheden over de vrouwentongen gingen. De middag werd echter gauw avond en wij zouden met de laatste bus terug, die om negen uur precies vanaf het station in de stad zou vertrekken. Hij zou de Worp passeren om goed negen uur en om tien uur thuis, als het God belieft. Maar het beliefde God niet. Het was behoorlijk koud toen wij instapten en de chauffeur vertelde ons meteen dat het wel eens glad kon worden. Wat angstig namen wij plaats tussen de weinige passagiers. Maar alles ging gelukkig goed. De bus trok zich goed tegen de dijk op, net na de Spoorbrug en reed kalm over de dijk en naar beneden bij Terwolde. Wij waren al wat rustiger. De rechte stukken vóór en na Nijbroek, met aan beide kanten hoge iepen, werden langzaam maar perfect overwonnen en wij kwamen in de buurt van al die flauwe bochten, een paar kilometer vóór Oene. Aan beide kanten gingen de bomen als verlichtte schimmen voorbij en de lichten van de koplampen beschenen het besneeuwde ijs van de beken. Bij de tweede flauwe bocht naar links begonnen de achterwielen opeens te slippen naar de rechterkant, maakten wat sporen in het witte gras en gleden, tussen twee bomen door, over het gelukkig dikke ijs van de volle beek ernaast. En daar stonden wij dan: schuin op de weg met het achterstuk op het ijs, zeven kilometer van ons Epe af.

Gelaten, maar met wat angst naar die wat overhellende bus kijkend, stapten wij uit in de witte winterse koude. De vier mensen uit Oene hadden het al gauw gezien, gingen onmiddellijk op stap en verdwenen in het donker. Een jonge man die iets vóór het kanaal zou uitstappen, een stel uit Epe en moeder en ik bleven met de chauffeur achter. Gedachten werden uitgewisseld, ideeën geopperd. Nee, de bus zat vast en hij kon er niets meer aan doen. Vragen vlogen door onze hoofden. Hoe thuis te komen? Dat hele eind lopen? En pa en de anderen? Hoe die te waarschuwen? Je had in die tijd geen mobieltjes om de politie te bellen en auto’s reden er ‘s avonds niet over dat stuk weg. In het halfduister van de bus namen wij vijven het initiatief om lopend naar Epe te gaan.

En daar gingen wij in het hartstikke donker, zonder lantaarns, altijd goed de witte lijn van de sneeuw aan de rechterkant volgend, waar wij trouwens ook beter konden lopen, want het asfalt was glad. Het absolute donker werd langzamerhand wat lichter. De witheid van de sneeuw reflecteerde wat licht, waardoor we ook makkelijker konden lopen. De twee haakse bochten door, even langs de wetering, links de brug over en zo het zwakverlichte Oene binnen. Alles was donker en dicht. Er werd weinig gepraat, al voelden wij ons wel samen op dat uur. Het was al over elf uur. De resterende vier kilometer zouden wij in een goed uurtje afleggen. De man bij het kanaal nam afscheid en wenste ons moed toe. De laatste twee kilometers waren wat vermoeiender,  maar tenslotte staken wij de spoorweg over. Het stel ging verder de Stationsstraat door naar hun huis, terwijl wij naar rechts de Parkweg in gingen. Vader had ons al door de grote ramen zien aankomen en eindelijk waren wij weer thuis. Wel een avontuur rijker. Het bezorgde ons wat angstige momenten, maar liep gelukkig goed af. Het werd nog wel verlengd met een minuten durend commentaar, vooral door moeder, voordat de slaap de winnende hand kreeg en ons naar boven stuurde.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento