Bij ons in Brazilië. 218: De overweg naar buiten

Epe 10 Custom CustomDeze plek is misschien wat moeilijker te raden, maar bevat een groot deel van mijn jeugdherinneringen. De foto is genomen vóór het huis van de vroegere wethouder Bibo, de grote vriend van mijn vader, die voor de KVP ook een tijdje in de gemeentepolitiek heeft 'gewerkt'.

Verder aan de andere kant op de hoek van de Kweekweg een bakkerij waar wij wel eens brood of andere artikelen haalden. Na het voormalige spoorbaantracé even voorbij de bocht toe zie je rechts boven de letters Google earth een breed wit huis. Naast dat huis stond een grote groene pomp buiten. In dat huis woonde een familie met een voor ons vreemde zoon, iets ouder dan wij. Hij had een heel groot hoofd, wat toen een ‘waterhoofd’ werd genoemd. Meestal was hij binnenshuis, soms stond hij buiten aan de weg en een keer of twee, drie hebben wij hem bij de pomp gezien waar wij hem met nogal wat lawaai water uit de grond zag pompen. Het was een vredige figuur en hij was niemand tot last. Wij zeiden altijd 'goedendag' en meer niet. Hij kwam voor ons wel wat angstwekkend over. Hoelang hij daar nog geleefd heeft, weet ik niet.

Als wij verder richting het voormalige spoor lopen hebben wij naast het witte huis een klein metaalfabriekje wat naderhand in een kantooruimte is veranderd. We raapten er wel eens kleine zinken rondjes die als afval rond dat gebouwdje lagen.

Wij gaan nu links de Antonieweg in zoals die vroeger was. Rechts, zo langs het spoor, het gebouw van Van Gendt en Loos met zijn drie of vier grote deuren waardoor goederen via een metershoge loopgalerie direct op de vrachtwagen of paard en wagen konden worden gezet. Ik zie dat nog zo voor mij.

Zes jaar lang heeft die oeroude firma mijn mandje met wasgoed van huis opgehaald en per trein naar Weert gezonden, waar het via Van Gend en Loos Weert aan het missiehuis of het kleinseminarie afgegeven werd. De vuile was ging dan weer op Epe aan. Mooie diensten waren dat, natuurlijk tegen betaling.

Het station zelf had nooit afgebroken moeten worden, maar in die tijd was het historisch gevoel nog wat primitief met de heersende gedachte van 'opgeruimd staat netjes'. Tegenover het station heeft iemand een bijzonder bouwwerk neergezet, het Waeghuijs, dat er hedendaags maar verpauperd bij ligt. Later speelden wij wel in de grote verlaten tuin achter het trapgevelgebouw. Slebos had daar een kledingfabriekje en ik geloof dat daar ook de eerste nachtclub van Epe gevestigd was.

En als je dan de Sint Antonieweg doorloopt , dan kom je uiteindelijk bij de Vlijtweg aan, waar rechts een pareltje van oude traditiebouw staat met de mooie naam van 't Hemeltje. Mijn tweede huisje in Belo heet dan ook 't Hemeltje als eerbetoon aan dit boerderijtje. Wij jongens gebruikten de lage dakrand om onze eigen grootheid te meten.

Aan de andere kant, op de hoek Dwarsweg, Prinsweg en Sint Antonieweg, staat het huis van de klompenmaker Berends, die onze klompen met veel perfectie uit een stuk iepenhout sneed en met zijn kundige handen en allerlei instrumenten fabriceerde in het kleine werkplaatsje schuin achter zijn huis. In de winkel voor verkochten zij sigaren, sigaretten en andere rookartikelen.

Laten wij maar gauw teruggaan naar de spooroverweg een eindje terug. Daar zaten we vaak vlakbij om de trein langs te zien komen. Het was een brede overweg met vier rails. Ons station had twee perrons. Perron één voor de vertekkende trein die naar 't Loo ging. De trein die naar Heerde en Zwolle ging kwam op perron twee aan. Nog twee rails voor het goederenvervoer lagen aan de Slathkant.

Wat ons altijd aantrok was de witgrijze rook die vooral bij vertek uit de locomotief kwam en ons soms omwikkelde met een rookgordijn als wij, zittend op het roodwitte houten hekwerk, de machinist en zijn stoker begroetten.
Daar is de liefde voor het spoortransport begonnen en die zet zich voort tot op de dag van vandaag. Een van mijn hobby’s is om beelden van treinreizen op Youtube te zoeken, er eentje uit te kiezen, vooral uit de reeks 'meerijden met de machinist', en al fietsend op mijn hometrainer te kijken naar het voorbij gaan van het bekende of onbekende landschap op het scherm. Alsof ik naast de machinist zit of over zijn schouders meekijk.

Het spoor was ook belangrijk voor de export van producten van de Niers vlees- en margarinefabrieken iets verderop richting Vaassen. Of Gosschalk ook varkens- of rundvlees via spoor exporteerde, weet ik niet meer.

Over de slachterij gesproken, die was in mijn jeugd nog heel klein en lag net over het spoor. Één keer ben ik daar met mijn vriend Meinie Koedijk wezen kijken. Wij mochten eens zien hoe zij een koe slachten. Als ik alles van tevoren geweten had, was ik daar nooit naar binnen gegaan. Ik zie nog dat arme beest een beetje groggy vanuit een donker zaaltje door twee lederen gordijnen de verlichte ruimte betreden, waar het bij het naar binnen stappen een flinke slag met een moker recht op het voorhoofd kreeg en toen meteen op de grond viel, waar twee mannen vliegensvlug haar keel doorsneden en het bloed opvingen in een kleine opening in de vloer, waar het bewaard werd voor bloedworst, denk ik zo.

Afgrijselijk, die hele scène, vooral toen zij het dier optakelden aan grote haken in het plafond. Wij zijn gauw naar het kantoortje van vader Koedijk gegaan om daar maar weg te zijn. Nee, daar ben ik eigenlijk te gevoelig voor. Ik weet wel dat dieren zich van dat alles weinig bewust waren en dat de pijn van de mokerslag gauw in het flauwvallen verdween, maar ... nee!
Ik ben een vleesliefhebber, maar de dieren moeten een goed leven geleefd hebben in grote en open ruimtes met alles wat zij volgens de natuurwetten nodig hebben. Niet zoals bij kalfjes die bij hun moeder worden weggerukt en in donkere stallen in een kistje worden ‘klaargestoomd’ om de vermeende malsheid van hun vlees te behouden. Of varkens die zonder bewegingsmogelijkheden op de geboorte van hun zuigelingen of op hun dood liggen te wachten. Varkens moeten kunnen wroeten. Koeien moeten al dansend de wei in. Kippen moeten kunnen kakelen in de vrije ruimte en hun eieren leggen in zelfgekozen verborgen nesten.
Wij mensen helpen de natuur niet en gebruiken en exploiteren haar voor ons eigen economisch of culinair belang.

Het laatste oorlogsjaar en het jaar erop gingen broer Jan en ik op onze oude fietsjes of lopend vaker het spoor over om bij bevriende boeren achterin ‘t Slath of aan de oude Oenerweg melk en andere agragrische producten op te halen die vader tegen verf had geruild.
Het spoor en de overweg hebben dus een grote rol gespeeld in mijn jongensleven en zitten vastgeroest in mijn geheugen.

Epe 10 (Custom)

 

Als slot iets dat ook vast in mijn geheugen staat en een deel is van mijn herinneringen aan de laatste dagen vóór de Canadezen ons bevrijdden.

 

Iedere keer als ik hier in Belo onder één of andere marktkraam, of in een bar, of boven een imitatie houtfornuis in een supermarkt, of waar dan ook een reeks vette metworsten zie hangen, gaan mijn gedachten altijd even terug naar die vroege morgen, een dag of twee, drie vóór de bevrijding van Epe. Mijn broer Jan van 12 en ik werden al vroeg de toen enige Oenerweg op gestuurd om bij een boerenklant van vader wat melk te halen. Mijn zus Nel was toen nog een baby. Iets voorbij de bocht bij Woldine, links aan de weg, staat, bij de haakse hoek naar rechts, een grote boerderij (van Bonhof, als ik mij niet vergis). Wij liepen daar langs naar rechts over de dorpsbeek en na een kort stukje naar links en zo door het lange rechte stuk richting het kanaal naar de ons al bekende boerderij, waar wij moesten zijn. Met de nogal zware last van de melk gingen wij toen weer blij terug op Epe aan. Het lange, rechte stuk door tot aan de eerste bocht naar rechts. Opeens zagen wij toen een groep mensen bij, laten wij maar zeggen, Bonhof onder de eikenbomen onze richting inslaan, misschien 20 tot 30 mensen. Ze liepen nogal gehaast. Sommigen hadden kinderen aan de hand. Opeens ontdekten wij tussen hen wat bekenden en iets verder naar achteren vader en moeder, met Annie aan de hand en Nellie op de arm. Wat waren zij blij toen zij ons zagen en wij hen. Zij waren expres vanuit Epe deze kant opgevlucht, omdat wij daar ergens zouden lopen. Toen vader de melk overnam begon ineens het voor ons onbekende kabaal. Zware knallen met scherpe echo’s uit de richting van ‘t Slath of van de Heerderweg weerkaatsten over ons heen. ,,Er wordt geschoten”, was het algemene commentaar. ,,Het zijn kanonnen”, voegden anderen daaraan toe. Het hield maar niet op. Paniek brak uit. Het hele groepje keerde snel terug, richting de boerderij van Bonhof. Onder het voortdurend geknal werd het lage tuinhekje praktisch opengerukt en de meute rukte op naar de voordeur. De harde knallen maakten onze paniek steeds groter. Het was alsof het lawaai ons op de hielen zat, of tegen de borst stuitte. Er werd aangebeld, wat niet echt nodig was, want de deur werd al voor ons opengemaakt. De groep ging ordeloos naar binnen en verspreidde zich in de woonkeuken en in het melkhokje. Alsof het bomvrije schuilkelders waren. Buurman Slijkhuis ontdekte de kelderdeur en mijn moeder duwde ons om veiligheidsreden naar beneden. Het waren houten treden en de ruimte voelde wat kouder aan. Beneden zag ik een groot aantal rode inmaakpotten, net als thuis, met zware rivierstenen als deksel. Ik keek even naar boven en daar, tot mijn grote verbazing, zag ik ze hangen. Nooit zoveel samen gezien. Grote reeksen met- en braadworsten hingen ons daar verleidelijk aan te kijken en iets dieper in de kelder rijen gerookte of gebruinde lagen spek. Voor ons, niet-boeren Epenaren, symbool van de nog steeds verwachte Bijbelse overvloed. Nooit zoveel onbereikbaar lekkers samen aangetroffen.
Het kabaal was opeens begonnen en hield ook opeens op. Wij werden teruggeroepen en een beetje beschaamd vanwege de niet geplande inval, zeiden wij goedendag tegen die mensen en gingen we weer op Epe aan. Maar iets voorbij Woldyne werd er weer gestopt. Er zat een soort verwachting in de lucht. Iedereen keek maar in de richting van het dorp. Wanneer zou het gebeuren? Omdat er veel hoge bomen stonden, al in hun frisgroene lentetooi en dus de vrije kijk op de kerk verhinderden, gingen wij even, samen met bekende  bewoners, achter de huizenrij vóór Woldyne richting Epe kijken. Wij konden de toren van de Grote Kerk goed zien. Na een paar minuten van angstige afwachting zagen wij, weer onverwachts, een bruinzwarte sliert omhoog schieten, bijna ter hoogte van de kerktoren zelf, en hoorden wij iets later de klap van een explosie. De moffen hadden de bommen, ingegraven ter hoogte van de winkels van Mulder, Beumer en Jonker aan de Hoofdstraat, opgeblazen om de eventuele doorgang van de bevrijders te verhinderen.
Later vernamen wij ook dat de oorzaak van de paniek op de Oeneweg veroorzaakt was door de moffen die toen al de bomen op de Heerderweg door ontploffing hadden laten vallen om ook daar de weg te versperren.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Gerard van de Schepop

    Rijk, bedankt voor de uitgebreide reactie en de correctie van de ligging van de bakkerij.
    Abraços, Gerard

  • Rijk van Ark Jzn

    Gerard, dank voor je verhaal. Ik herinner mij ook nog veel van deze dingen, omdat ik een groot deel van mijn jeugd aan de Dwarsweg heb gewoond en daar dus ook speelde. Mijn grootvader was in die tijd stationschef, dus zijn dat ook voor mij herinneringen aan het spoor. De bakkerij die jij bedoelt is op de hoek van de Stationsstraat en de Diepenweg en was eigendom van bakker Lammerts van Buuren. En de muntjes die jij bij "stamp en trekwerk" vond hebben wij later nog wel gebruikt in de automatiek van Kanis aan de Willem Tellstraat. Een jeugdzonde. Volgens mij heeft Gosschalk ook gebruik gemaakt van het spoor. Mijn grootouders van moederskant hebben tijdens de spoorwegstaking onder gedoken gezeten bij de Barry en Driekus Bonhof, op de "Overbosch". In mijn jeugdjaren hielp ik daar regelmatig op de boerderij, o.a. hooien, maar wel nadat ik eerst brood bezorgd had bij de klanten in Dijkhuizen (fam.'s van Essen en Vosselman). Hartelijke groet Rijk

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.