Bij ons in Braziliƫ. 216: Eendjes voeren

Epe 8 Custom CustomDe foto in dit artikel is één van de meest bezochtje stukjes Epe: het Sweerts de Landaspark. Al van het eerste begin van mijn leven was dit een verplicht bezoekje waard. Van jongs af aan ging ik er eendjes voeren en kijken. Ik zou niet graag alle oude boterhammen willen optellen die wij naar de eendjes hebben gegooid.

Vanaf mijn prille jeugd werd ik er naartoe geleid in een kinderwagen met moeder en/of vader er achter of zelfs mijn grote broer Jan. Tijdens een van die bezoeken vond nog een klein incident plaats. Natuurlijk weet ik daar niets meer van af, ik heb alleen onthouden hoe moeder het later verwoordde.

Tante Ans was over vanuit België, waar zij aan de luidruchtige spoorlijn Antwerpen, Brussel, Parijs woonde, en kwam ze in Epe tot rust. Zij bracht ome Jos mee, een echte Belg die als favoriete lekkernij Limburgse stinkkaas had, maar dat is niet mijn onderwerp van vandaag. Natuurlijk met tante Ans en ome Jos en broer Jan even naar de eendjes. Oud brood werd bij elkaar geraapt en weg gingen wij over de markt, naast de Toko het pad naar de Beekstraat en zo op naar de vijver. De eendjes vlogen gehaast van hun groenwitte huisje in het midden van de vijver en ook vanuit het niet al te schone bruine water en kwamen ons al tegemoet alsof zij wisten dat er brood in aantocht was. Eenden kunnen iets leren en dat wilden zij even tonen.

Goed, mijn begeleiders gingen aan de oostkant, zo tegen de kant van de Muloschool aan, het brood uitdelen, terwijl ik zittend in de kinderwagen hun activiteiten kon volgen. Opeens begon het wagentje achter hen naar beneden te rijden. Zij grepen laat in en konden de wagen niet vlug genoeg weer onder controle krijgen. Als een kinderloos stel waren zij ook niet gewend aan kinderwagens. Gelukkig ging het wagentje met alleen de voorwielen over de rand van de kleine, in de grond gestoken ronde stukjes hout en bleef het met zijn achterwieltjes daar aan hangen. Pas toen konden zij het wagentje weer pakken. Ondertussen hadden zij al de broodrestjes op het gras laten vallen, wat een hele groep eendjes samenriep die van een overvloedige broodmaaltijd kon genieten. En ik schijn de grootste pret te hebben gehad. Natuurlijk werd thuis het drama wat aangescherpt en zo werden zij als grote helden bejubeld.

Epe 8 (Custom)

Wie van de Epenaren heeft nog nooit de eendjes bezocht? Was het niet de gewoonste gang van zaken om het oude en vaak beschimmelde brood aan die beestjes te voeren en zo voor een zeer goed tijdverblijf van de kinderen van Epe te zorgen? Net als de hertjes bij het hertenkamp, die ook altijd een doel zijn van de logées die hier een paar dagen komen doorbrengen.

En dan had je ook het schaatsen in de winter. In het park heb ik voor de eerste keer mijn zelfbinders onder gehad en met wat slepende bewegingen over het niet al te beste ijs geschaatst, vaak aan de hand van broer Jan, een vriend of zelfs alleen. Ik zie nog zo voor mij hoe de grotere jongens een baan maakten door de sneeuw wat weg te vegen waar zij hun baantjes konden trekken. De beginnelingen bleven in het midden van het ovaal. Natuurlijk heel wat eenvoudiger en primitiever daar dan op het kanaal, waar je zelfbinders al gauw  als museumstukken werden beschouwd.

Bij een bezoek aan Epe van mijn eerste vrouw en twee nog kleine jongens hebben wij dat daar in het park nog eens overgedaan met wat oude zelfbinders en een schaatsje met twee paralelle ijzers voor de jongste.

Op de officiële ijsbaan heb ik ook vele keren kunnen schaatsen en daar heb ik voor de eerste keer met een meisje naast mij samen geschaatst, wat mij een gevoel van mannelijkheid gaf. Arm in arm maakten wij wat rondjes voordat wij samen chocolademelk dronken bij het tentje bij de ingang tegenover Ladders Post. Mooie tijden.

Achter langs het park liepen wij ook vaak als wij gingen voetballen op het Hogeland. Natuurlijk wel met een blik naar rechts naar het veel doorkruiste K.C.van Nesslaantje en links naar de eendjes van het park als wij de verbindingsweg, de Polweg, namen. Dan de Lohuizerweg over waar dan iets hoger rechts, achter het wat lager liggend weiland, het stoffige voetbalveld lag met twee doelpalen en een lat aan de Eper kant. Aan de Schietbaankant maakten wij zelf een goal van wat grasplakken.

En zo is dit plekje in Epe ook vol met kleine en mooie herinneringen.Ik denk ook aan de Muloschool met daarachter de voor ons imposante fietsenstalling. Soms gingen wij terug naar het centrum door de Weemeweg en Willem Tellstraat. Soms door de Beekstraat en Emmastraat zo naar de Hoofdstraat. Dan langs garage Rempt, drogisterij Kuyters en de speelgoedzaak op de markt aan.
Veel later heb ik ook een paar keer de doden van de laatste wereldoorlog geëerd, voordat ik naar het seminarie vertrok. De trieste en monotone trommelslag van de man voorop staat ook vast in mijn geheugen.

 

Ik sluit dit af met een kort artikel over de zwemmogelijkheid in Epe voor kleine en minder kleine jongens.


December is in onze staat Minas Gerais de regenmaand bij uitstek. Wat koelere temperaturen van zo rond de 25 graden. Praktisch geen zon. Bijna iedere dag overspoelt de grijze lucht ons met bakkenvol water, dat soms moeite heeft om in de grotendeels geasfalteerde grond van onze stad opgenomen te worden, als een reserve voor de droge tijd. Soms komt het met zo’n kracht en in zo’n hoeveelheid uit de lucht, dat de straten in een lichtbruine stroom water worden veranderd, dat vooral vuilnis naar lagere gedeelten van onze stad brengt. Dan heb ik toch liever de hittegolf van een paar weken terug, van meer dan 30 graden in de schaduw, toen de drie generaties Schepop zich konden overgeven aan een ludiek samenzijn in het frisse zwembadje in ons Binnenhofje. En als je dan de zwempogingen van je kleinzoon Iantje aanschouwt, die, hangend in zijn moeder Joanna’s armen of in die van zijn oom Bernardo, wil wat nog niet kan, dan denk je toch ook weer even terug aan je eigen zwemervaringen van je jonge jaren in Epe.

Wij hadden in die tijd eigenlijk maar twee mogelijkheden. Allereerst de Nieuwe Vijver, waar wij lopend of met de fiets via de toen kaarsrechte Vijverlaan naartoe gingen. Er was wel een nadeel: er zat soms weinig water in en het was stilstaand, dus als een echte zwemmogelijkheid kwam het daarom niet zo in aanmerking. Het was meer een hard naar beneden rennen vanaf de hoge gele bult zo de poel in om dan wat water op de anderen te gooien.

De echte enige zwemmogelijkheid was De Wijerd, zo tegen Heerde aan, die twee gemeentes van een mooie zwemgelegenheid voorzag. Veelal lopend overbrugden wij die toch wel forse afstand, met de S-bocht bij Huize Norel en het lange stuk tot aan de Badweg. Dan was het nog een heel stuk lopen tot het bad. Als je door de ingang links je paar centen entreegeld had betaald, zag je de voor ons grote wateroppervlakte met het ronde eilandje. En al die mensen in badkleding.

Meestal gingen wij rechtstreeks, voorbij de kleedhokjes voor de volwassenen, naar de omkleedgelegenheid voor de jongens, links om de bocht richting het strandje. Een grote collectieve ruimte was dat toen.
Ik herinner mij goed de afstandjes die je al zwemmend wilde halen. Iedere keer een paar slagen meer, tot je, na veel pogingen, naar het eiland kon zwemmen. Dat was dus de eerste uitdaging. Aan de kant van de duikplank kwam je nooit: te diep en dus veel te gevaarlijk. Wij hadden ook geen geld voor zwemles. Je leerde het door ook veel naar anderen te kijken. En de afstand vanaf het eiland tot waar het zwemwater vanuit de beek aan de noordkant werd ververst, was dan de tweede uitdaging. En zo ging je op eigen kracht vooruit. En toen ik in 1947, op 12-jarige leeftijd, naar het seminarie ging, had ik het zwemmen onder de knie. Mooie tijd.

Vanuit de lucht gezien is er niet veel veranderd aan De Wijerd. Ik weet niet wat er mee gaat gebeuren. Maar één ding staat voor mij vast: nooit dichtgooien!

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
Powered door Komento