Bij ons in Brazilië. 215: Een tweede familie en anderen

Epe 7 Custom CustomDeze vila is eens volledig afgebrand. Het jaar weet ik niet meer. De grote familie zocht haar onderkomen in een groot, wit huis aan de Hoefijzerweg, totdat het ouderlijk huis weer was opgeknapt. In deze vila woonde een goed katholieke familie die mij van alle kanten, inclusief financieel, heeft geholpen met mijn roeping naar het priesterschap. De heer des huizes was een industrieel en de grote familie van acht kinderen leidde een goed burgelijk leven zonder zich af te zonderen van de gewone burger.

En de gewone burger, dat was ik. Wij hadden het vooral tijdens de oorlog niet breed. Vanaf het begin van mijn schooljaren kwam ik veel bij hen thuis. Het huis lag op een steenworp afstand van de Bernardusschool en via de bosjes van de Quickbornlaan waren zij praktisch buren van de school. Met drie van hun acht kinderen was ik goed bevriend, twee jongens en een meisje. En zij nodigden mij veel uit om na school naar hun huis te gaan om in een speelkamer met hen te spelen. Daar speelden wij dan vooral met mecano en zo kon ik dus  mijn ruimtelijke kwaliteiten kwijt. Ook hadden zij elektrische treinen, iets nieuws voor mij, een gewoon burgerjongetje van de Parkweg. In de zomer kon ik zo rond acht uur, half negen in alle veiligheid naar huis gaan. Natuurlijk na met hen aan de grote ronde tafel aan hun broodtafel te hebben deelgenomen.

Daar heb ik ook geleerd om met mes en vork te eten en met een servet te leren omgaan. Mijn ogen waren mijn grote leermeesters. Ik immiteerde mijn speelgenoten door goed rond te kijken en wat ik zag toe te passen. Het was ergens toch anders dan wat ik gewend was, maar het trok mij wel. Ik begon van etiquette te houden. Van deze contacten heb ik later veel plezier gehad, omdat je je als pater in alle kringen moet kunnen bewegen.
En die vriendschap ging zo jaren door.

Toen ik het kleinseminarie afmaakte, werden wij getoogd in een speciale ceremonie. Je kreeg dan een toog aan die je hele toekomstige leven jouw zwarte kleding zou zijn. In de midden jaren 50 was er een discussie of wij boven de rivieren ook de toog zouden moeten dragen. En er kwam een oplossing. De clergyman deed zijn intrede: een zwart herenpak met een speciaal zwart overhemd met een rond boordje. Maar waar die te kopen? In Apeldoorn of Zwolle? Was het voor vader niet te duur? De tweede familie bracht uitkomst. Zij zouden er eentje voor mij laten maken en in de grote vakantie, na de 6-jarige studie van het klein seminarie, kwam er een kleermaker uit Bussum naar Epe die mij een pak aanmeette. Na twee weken kwam hij terug voor de laatste meting en daar in de grote kamer heeft hij de laatste veranderingen aangebracht en kon ik het pak passen. Het zat voortreffeljk. Na veel dank naar huis met het gevoel dat zij mij echt als hun zoon hadden behandeld.

Epe 7 (Custom)

De streek waar hun huis stond was mij ook goed bekend, vooral omdat ik ook wat vrienden had op de Schietbaan die rechts van de Darperkamp begon. Ik kwam als jongen ook veel op het Hogeland, een veld met weinig gras waar wij veel voetbalden en ik mijn keeperskwaliteiten ontdekte. Ik was intens goed in het tegenhouden van penalties. Dus vanaf het begin had onze jongensploeg al een keeper, wat de organisatie van het samenstellen van de elftallen vergemakkelijkte. Niemand immers wilde keeper zijn.

Met mijn vriend Meinie Koedijk en Leo Groensmit verkende ik die streek regelmatig. Het was een streek met kleine, lange bosjes. Je had die van het Sweertspark met een ‘crossing over’ van de Quickbornlaan naar de Wildforstlaan, met de mooie naam K.C van Nesslaantje. Dan had je de bosjes die van de Wildforstlaan via de Heuvellaan naar de Populierenlaan ging en ergens middenin nog een aftakking naar de Bloemstraat hadden. Nu staat daar een serie mooie huisjes en de bosjes werden gekapt, ofschoon in de erfenis was vastgelegd dat de gemeente, als erfgenaam, die bosjes nooit mocht kappen. Maar dat was een andere dan de huidige tijd. Vergelijk het maar met de tegenwoordige 'strijd' voor het behoud van de bomen langs de Heerderweg.

Op het einde daarvan was het huis van Leo Goensmit, waar ik veel kwam en zelfs nog wat bijlessen kreeg van zijn vader, onze hoofdmeester, voordat ik naar het seminarie kon gaan. Zij hadden drie priesterzonen van wie twee paters van de H. Geest, de congregatie waar ook ik in trad. Dat gebeurde allemaal in en rond het huis van de foto. Een groot deel van mijn jeugd werd hier geleefd.

Eén incident is mij altijd bijgebleven. Als kinderen waren wij, de twee vrienden, hun zusje en ik, eens dokter en patiënt aan het spelen op het grasveld voor het huis. Een tent was ons ziekenhuis. Een autoritaire stem van de vrouw des huizes onderbrak het spelletje en wij werden uit elkaar gedreven. Was zij bang voor seksuele spelletjes, heb ik later gedacht, al waren wij echt in het prille begin van die exploratieve activiteiten. Zo handelt de mens altijd vanuit zijn eigen tijd.

 

Tot slot een klein verslag van een wandeling door de elegantse straat van Epe, de Populierenlaan.

 

Vandaag wandelen we het eerste deel van een tripje door de bebouwde kom van Epe, met de Populierenlaan als mooiste weg. We vertrekken voor de Middenstip, het vroegere Hof van Gelre. Aan de andere kant van de Quickbornlaan kijk je mooi op het punt waar de Hoofdstraat en de Bloemstraat samenkomen. Bij de struiken en de berkenboom, links aan het begin van de Bloemstraat, stond heel vroeger het huisje van Gilles, de altijd bezige koster van de Sint Martinuskerk en een rappe goochelaar in zijn vrije tijd. Gewoon even een jeugdherinnering van de schrijver ophalen. Mag best!
Voorzichtig steken wij de nogal drukke Quickbornlaan over en wandelen de mooie Bloemstraat in, met aan de linkerkant twee grote villa’s en aan de rechterkant in de driehoek, vóór het oude postkantoor, een prachtig parkje. Je
vraagt je wel eens af hoeveel ‘oude postkantoren' Epe wel niet gekend heeft.
Als we een 50 meter verderop de Wildforstlaan oversteken, kun je rechts het voormalige postkantoor nog zien liggen, als dat tenminste inmiddels niet is afgebroken, wat mode schijnt te zijn in ons Epe.
Aan je linkerkant, op de hoek, staat een statig, vierkant huis met een rozenstruik. We hebben nog nooit zo’n mooie gezien. Wat zo fijn is in Nederland, in tegenstelling tot Brazilië waar alle huizen achter grote muren onzichtbaar zijn geworden, is dat het vrijwel geen hoge muren heeft. Je hebt een vrije kijk op de prachtige huizen, waar de bewoners er ook van alles aan doen om dat aspect van schoonheid te behouden.
We wandelen door en steken aan de linkerkant de mooie Heuvellaan over. Als je de laan even in kijkt, zie je een rij vrijstaande, gelijk gebouwde huizen aan de rechterkant. In mijn jongenstijd was daar een licht kronkelend voetpad
dat langs de laan door een dicht langgerekt bos met struiken liep. Wij namen dus nooit de verharde weg, maar liepen of fietsten over het pad, dat bij de Bloemstraat, naast een bloemisterij, begon, vóór het huis van meester
Groensmit en uitliep op twee andere loofbospaden achterin de Heuvellaan.
Een 40 meter verder de Bloemstraat in, komen wij bij een laan die Rosana, mijn vrouw, als de mooiste van Epe beschouwt, vooral door het lijnenspel van de verticale populieren in een horizontaal perspectief.
De Populierenlaan maakt ook deel uit van onze verplichte tochtjes door Epe, zoals een bezoek aan het kerkhof en een wandelingetje over de woensdagmarkt. En als wij het met elkaar zo hebben over waar wij in Epe zouden willen wonen, dan komt niet de mijn geboortestraat, de Parkweg, als eerste uit de bus, maar deze laan.
Genietend van de rust en de uiterlijke harmonieuze schoonheid, lopen we langzaam door die laan. De bomen worden al wat ouder en krijgen steeds meer knoesten op hun basten, maar behouden nog hun majestueuze uitstraling en geven aan het geheel de droomsfeer van wat oudere, veiliger tijden.
Aan het einde van deze laan, aan de linkerkant, moet je echt ooit eens een wandeling maken door het oude, diepe en wat vochtige bospad naar de Heuvellaan en Wildforstlaan, als het droog weer is en de ondergrond dus niet zo glad of modderig. Misschien kunnen wij daar op de terugweg even wandelen.
Wij komen nu bij de Lohuizerweg, die wij in een breed punt oversteken en dan gaan we het Pelzerpark in. Het is een van de mooiere wijken van Epe en bestaat maar uit twee straten, maar schitterend aangelegd met riante woningen temidden van veel groen. Bij een tweesprong, al in het begin, kun je rechtdoor of rechts aanhouden, want je komt, na een bocht, weer op dezelfde straat uit, die je rechts naar de Officiersweg leidt. Voor het laatste huis, bijna op de hoek van de Officiersweg, heb ik nog een foto naar achteren gemaakt. Zo nu en dan is het goed om ook eens achterom te kijken naar het gedeelte waar je net gewandeld hebt. Het zicht is anders en de appreciatie vanzelf ook.
Veel bloemen, omdat het toen lente was. Fijn ook om even in gedachten onder de bloeiende perenboom midden in het grasveld te zitten om zo wat weg te dromen.

 

En dromen doen wij nu, in 2016, nog steeds, wat eigen is aan ons mensen. De mens is altijd op zoek naar het tegenovergestelde van wat wij zo rondom ons zien.
De godsdiensten zijn ergens toch utopieën: landen en streken waar alles piekfijn in orde is en de mensen in een pastorale omgeving vreedzaam en respectvol met elkaar kunnen leven.

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

 

Iets melden of vragen?
[email protected]

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.