Bij ons in Braziliƫ. 214: Rond de Grote Kerk

epe 6 Custom CustomAchter ons binnenhof wordt een hoog gebouw neergezet van zo'n 12 verdiepingen, de fundamenten meegerekend. Er is plaats voor 15 apartementen. Als ik recht onder dat complex naar boven kijk, dan krijg ik dezelfde gewaarwording als toen ik een tijdje terug weer even onder de toren van de Grote Kerk ging staan tussen de achterdeur en de Beekstraat.

Door het voorbij vloeien van de wolken leek het of de kerk boven op mij zou vallen. En zo zal zelfs hier in een tot nu toe rustig straatje van Belo Horionte op het associatieve vlak de Grote Kerk een blijvende rol spelen.

De Grote Kerk ligt ook op de mooiste plek van Epe, omgeven door twee intieme pleintjes, één met gras bedekt en het andere met wat grote stenen uit de ijstijd. De stenen eerbetuiging aan de schrijfster Elisabeth Post is naar Tongeren vergeplaatst. Het fietspad langs de 'Toko' (van mijn jeugdjaren) naar de Beekstraat is het meest gefietste pad in Epe. De villa Vijvervreugd vervolmaakt de schoonheid van de plek in alle zin, met haar vrije zicht op de kerk en erachter de loop van de beek die door een met bomen begroeid parkje pastoraalrustig naar de Hoofdstraat doorstroomt, waaronder het verdwijnt.

En dan de Beekstraat zelf, met links, aan de andere kant van Vijvervreugd, de vroegere grutterswinkel van (de naam ben ik vergeten) waar ik wel eens naartoe werd gestuurd om aparte artikelen te kopen. Nu staan er moderne huizen. Dan had je Jansonius met zijn meubels. Daarnaast het gerestaureerde boerderijtje met erachter de werkplaats van schilder Van Vemde. Harry Nitert begon daarnaast als kapper. Verder de schoenenzaak van Nitert, de groentewinkel van Gandria en de verschillende opeenvolgende winkels op de hoek met de Willem Tellstraat. Die straat is geloof ik nu een beschermd deel van Epe en daar mag uiterlijk niets aan veranderen, wat maar goed is.

Wat mij nu bijzonder aantrekt, is dat de rol van de kerk ook steeds centraler  wordt, of al is, in het normale dorpsleven. Muzikale voorstellingen, zanguitvoeringen, lezingen met dia’s, kerstpresentaties, oecumenische en religieuze bijeenkomsten, samenkomsten van actiegoepen om de natuur te beschermen, tentoonstellingen van kunstwerken, enzovoorts; bijna alles krijgt een plaats in dat mooie Middeleeuwse bouwwerk. Ik denk dat dit een hele vooruitgang is voor het dorp.

In mijn jongenstijd leefde ik - en bijna iedereen in Epe - in de verzuilingsperiode. Door de ligging van ons ouderlijke huis konden wij precies zien wie naar de kerk ging en naar welke kerk. Als onze buurman Van Oene over de Stationsstraat liep om naar zijn kerk te gaan, dan wisten wij dat onze tijd ook naderde om naar 'onze' kerk te gaan. De klokken van de Grote Kerk maakten ons een paar minuten later daar nog meer attent op. De hervormden gingen naar de Grote Kerk, de gereformeerden naar hun kerk iets verderop aan in de Beekstraat. Kleinere groeperingen, ieder naar hun kerk, of die nou lag aan de Asseltseweg of de Hoofdstraat hoek Enkweg. De katholieken gingen ook plichtsgetrouw naar hun kerkje iets verder aan de noordkant, ook aan de Hoofdstraat.

Na de oorlog begon het al iets te veranderen, al waren het kleine dingen. Pastoor Som was daar een van de voorlopers van. De manier waarop hij naar buiten trad was heel gunstig voor de verdraagzaamheid onder de verschillende gezindten. Mijn zus Annie was zeer goed bevriend met de dochter van het uitzonderlijk goede mens dominee Ter Braak, die in de Hervormde pastorie aan de Stationsstraat woonde. Zij kwam daar veel en andersom was dat ook het geval.

De nieuwe klokken van de Grote kerk werden afgestemd op die van de  Roomsen. De zondagsmis werd daar opgedragen toen zij het oude kerkje aan het afbreken waren en de nieuwe werd gebouwd. Zelfs pater Van Breen droeg daar zijn eerste mis op. Maar de verdraagzaamheid tussen de kerken was nog in de religieuze sfeer. Langzaam gingen de deuren van dat bouwwerk verder open en culturele evenementen werden daar ook georganiseerd. En dat proces zet zich gelukkig voort, wel met het bewustzijn dat bijvoorbeeld de carnavalsfeesten in De Middenstip en niet in de kerk moeten worden gevierd.

epe 6 (Custom)

 

Ik eindig met twee stukjes die ik een tijdje terug heb geschreven.


Als afsluiting van ons bezoek aan Epe maken we altijd een rondje rond de Grote Kerk en brengen we een bezoekje aan de Katholieke Kerk aan de Hoofdstraat, waar we onder andere wat kaarsen opsteken voor het traditionele beeld van Maria. Hier is het religieuze en culturele centrum van ons dorp. Steeds meer wordt er van alles aan gedaan, vooral op muzikaal gebied, om dat centrale punt ook een centraal punt te laten zijn. De praktisch totale dorpsbeweging moet van harte toegejuicht worden.
Jammer dat er nog steeds, buiten dit centrale gebouw, aparte kerken nodig zijn om iedere geloofsrichting van dienst te zijn. Zij kunnen nog lang niet elkaar ontmoeten aan de Tafel des Heren. De tegenstellingen zijn nog zo groot, dat ieder zijn geloof en nestsfeer in eigen omgeving wil vieren. Jammer eigenlijk!
Nu gaan we dus even noordwaarts en langs de Hoofdstraat, met zijn eigen sfeer, wandelen we naar de Martinuskerk, in de hoop dat die open is. Omdat het ‘heilige’ steeds meer door leden van onze gemeenschap wordt vertrapt en
geschonden, sluiten zij ook kerkgebouwen af, alsof een sleutel de verslechtering van de maatschappij kan voorkomen.
Toen ik dit zo aan het schrijven was, vernam ik bijvoorbeeld dat op het gemeentelijke kerkhof in ons buurdorp Heerde zo’n 50 graven zijn vernield door mensen bij wie het dierlijke de overhand heeft gekregen. Vreselijk, maar het verklaart mijn vraag of de Martinuskerk wel open zou zijn. Gelukkig staat er in het achterste deel een klein Mariakapelletje, wat de hoofdreden is dat de kerk open is. Veel mensen van alle denk- en geloofsrichtingen steken daar een kaarsje op, wat ook wij even wilden doen. Het is een kapelletje van de Hoop dat eens allen bewust mogen worden dat zij van het ene licht dat ons verbindt niet alleen afhankelijk zijn, maar dat zij ook, ieder op zijn eigen manier, door het Licht worden gevoed. Het is het licht dat neergezet wordt op de plaats van kleine en grote rampen met slachtoffers. Het is het licht dat op tafel staat tijdens een romantisch etentje in het schemerlicht van een restaurantje. Het is het licht dat doorgegeven wordt bij een doopplechtigheid. Het is het licht dat wij branden bij het sterfbed van een familielid. Het is het licht dat ons begeleidt naar het kerkhof of crematorium. Het is het licht dat opgestoken wordt tijdens de feesten van de decembermaand. Het is het licht dat ons aan elkaar smeedt: de gezamenlijke bewustwording dat wij bij elkaar horen.
In dat mooie en bijna intieme hoekje van een overigens koud kerkgebouw staken we wat kaarsjes op en dachten we aan allen die op een of andere manier deel uitmaken van onze familie- en vriendengemeenschap. Het altijd met verse bloemen versierde Mariabeeld stamt nog van de vorige, helaas afgebroken kerk.
Ik bleef wat op de achtergrond, toen Rosana knielde op de oude, historische bidstoel van pastoor Som en zich in alle stilte verplaatste naar iedereen van haar nogal grote familie- en vriendenkring. Ik stond daar maar met mijn vragen en twijfels. Maar ook met dat heimweegevoel naar het oude kerkgebouw van mijn kinderjaren, met zijn pracht aan geschilderde muren en eenheid in rituelen, samen met een geloofstandvastigheid, die als een vaste rots mijn jeugd karakteriseerde.

Dat is nu zo anders. Alles is zo’n beetje weg, op het licht van de opgestoken kaarsjes na. Geen fel licht, maar meer een sfeerlicht, dat de harten week maakt en de hoop weer doet opleven dat er iets nieuws geboren gaat worden, te midden van al die in aantal gelovigen afnemende traditionele religies.
Ik hoop met die laatste zin trouwens geen olie op het religieuze vuur in de gemeente Epe te gooien. Iets nieuws dus, waarin ook wij ons weer als vernieuwd of wedergeboren kunnen voelen.

 

Nog een tweede, nu nostalgische vertelling over de Grote Kerk.


Dat de Grote Kerk in Epe langzamerhand weer het sociale en religieuze middelpunt van het dorp aan het worden is, staat buiten twijfel. In en rond dat statigmooie gebouw spelen zich vele culturele evenementen af. Hoeveel keren gingen mijn vrouw en ik niet door die deftig zwarte hoofddeuren aan de oostkant naar binnen om van wat koormuziek te genieten. Of door het 'kleine' achterdeurtje aan de westkant om in het ruime en eerbiedige vertrek het Meereorgel te horen bespelen. Of op het kerkplein ernaast, zittend op die muurtjes, de Bloaskapel frisse muziekstukjes te horen spelen, of op het grasveld aan de zuidkant om voor een paar centen een authentiek stukje
Epe te kopen op de ieder jaar terugkerende pleinmarkt.
De Grote Kerk met zijn tradtioneel klokgelui op het middaguur en nu ook met het typisch Nederlands geluid van het carrillon, dat het personeel van het gemeentehuis naar de kerktoren verjaagde omdat dat geluid, zoals mij eens
verteld werd, hen uit de concentratie haalde.
Ook dominee Henk Vreekamp heeft de Grote Kerk als middelpunt van de gemeenschap weer eens bevestigd.
En heel vroeger maakte de Grote Kerk al deel uit van mijn jongensjaren, alhoewel ik in de Katholieke Martinuskerk ter kerke ging. Mijn doordeweekse gang naar de Bernardusschool liep langs dat bouwwerk.

Naast dezelfde toren zagen wij, een dag vóór de bevrijding, met een groep 'vluchtelingen' achter een huis aan de Oenerweg een grote straal zand en modder omhoog schieten toen in het centrum, voor de winkels van Beumer, Jonker en Mulder, de wegtrekkende Duitsers bommen lieten ontploffen.
En dan de oriënteringsfunctie van de toren tijdens onze tochten door het Slath om konijnenvoer te vergaren in grote jutezakken.

Herinneren is leven.

Ik heb nog een recente, bovenmatig ontroerende herinnering aan de Grote Kerk. Rosana's tweede zoon liep stage in Parijs en Luigi, haar jongste, was bij hem en zijn vrouw aan het logeren. Gaan die in een gehuurde wagen een
tochtje maken naar Nederland, om naast Amsterdam ook Epe aan te doen om met eigen ogen te zien waar ik het in langdurige gesprekken altijd over had. ,,Epe, het mooiste dorp van de Veluwe, van Gelderland, van Nederland,
enzovoorts van de wereld."
Ze liepen door het centrum, aten wat, maakten nog een foto van een 'verkeerd' huis met een groot nummer 2 erop gegraveerd dat zij mij naderhand opstuurden als zijnde mijn geboortehuis. En ze genoten van de rust en ruimte. Mooi, maar weet je wat mij zo ontroerde?
Op de dag van hun bezoek aan Epe ging hier thuis al vroeg de telefoon. ,,Hei, Gê, escute bem." ("Hoi, Gerard, luister goed!") En op dat moment hoorden Rosana en ik het diepe en unieke geluid van de slagen van twaalf uur van mijn Epe en ook een stukje van de carillonklokjes. Het klonk zo helder, alsof ik er zelf bij was.
Rosana heeft het telefoongesprek afgemaakt.

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
Powered door Komento