Bij ons in Braziliƫ. 212: De Bernardusschool

Epe 4 Custom CustomBijna niemand kan zeggen dat zijn lagere school het middelpunt van zijn leven is of is geweest. De school is een onderdeel van een geheel of van een gemeenschap. Voor mij, die in het dorp woonde, was de kleine katholieke Bernardusschool gedurende zes jaar het gebouw dat op mij, naast mijn ouders en Pastoor Som, de meeste invloed heeft uitgeoefend.

Omdat ik in het dorp woonde was mijn komen en gaan heel anders dan dat van de leerlingen die bijvoorbeeld in Wissel, Gortel of Zuuk woonden. Ik had ook een klasgenoot, Clemens Spijkers die, als naaste buurman, alleen door een tuinhekje het schoolterrein aan de achterkant kon betreden. Maar de Schimmelpenniks moesten helemaal van de Papenstraat komen, om nog maar niet de naam Leerkes te noemen die helemaal achteruit Wissel moesten lopen of de Bourgonjes die uit Zuuk vanaf de melkfabriek Gelria de lange voettocht moesten ondernemen om op tijd op school te komen. De Gorkinks kwamen van de Langeweg (Jan en Wim) en de meisjes Gorking van nog verder weg, uit Gortel. Naar school gaan was voor hen die ver weg woonden geen gemakkelijke opgave, vooral als de weersomstandigheden tegen stonden of als ze tegenwind hadden.

Epe 4 Custom

De schooluren begonnen om half negen en gingen door tot twaalf uur. (Oh, het geluid van de 12-uurklok van de Grote Kerk! Ik hoor het nog.) De middaguren waren van half twee tot half vier. Dan weer naar huis, de één verder dan de ander. Ik ging in de zomermaanden nogal eens mee met Hein Bourgonje naar zijn boerderij in Zuuk. Heins moeder en het roggebrood, door zijn oom in de molenbakkerij gebakken, met daarop eigen gerookte ham, staan dankbaar vast in mijn herinneringen.

Van waar wij woonden was de wandeling naar school een tochtje van vijf tot tien minuten. Wij staken de rustige Parkweg over. Dan het smalle stukje van de met jonge bomen bedekte markt achter de tuinen van de twee villla's, dan iets naar links richting het plein waar de bussen stopten, langs wat zaken, om dan vóór de serre van het Wapen van Epe weer de wat drukkere Hoofdstraat  behoedzaam over te steken. We gingen dan rechts achter de hoofdingang van de Grote Kerk, via een mooi met grote stenen van de ijstijd bedekt kerkplein naar de Willem Tellstraat, de straat waar onze school gevestigd was.

Op een van die tochten gebeurde iets waarmee ik lang heb moeten lopen. Ik had net uit mijzelf geleerd om een steen over mijn hoofd naar achteren te schoppen. Ik pakte een klein rond steentje vanaf het grind bij het plein, hield het vóór mij, gooide het een klein stukje de lucht in en gaf het een flinke schop met mijn rechterbeen. De steen vloog over mijn hoofd. Van de honderd geslaagde pogingen ging er eentje (de laatste) mis. Hij kwam tegen mijn bovenkaak aan en brak een klein stukje van mijn voortand. Met dat euvel heb ik jaren geleefd, totdat een kopbal van een voetballende tegenstander de hele voortand brak en er een nieuwe voor in de plaats moest worden gezet. Kleine dingen van het leven.

Soms gingen wij ook over de markt naar rechts, tussen de muziektent en de eierhallnaar het Postpad bij het huis van Jonker en staken bij Mulder de Hoofdstraat over en gingen dan vóór de Fordgarage langs om zo richting de Willem Tellstraat te lopen. Het grote pand van het graanbedrijf, toen gerund door de familie Van 't Land in het begin van de straat rechts, was mij ook wel bekend, vooral door een soort vriendschap in de tijd van de kleuterschool. Meinie Koedijk, mijn buurjongetje, de tweelingmeisjes Van 't Land en ik hebben samen eens in een groot gevlochten nest met ooievaar en al bovenop een paard en wagen gezeten bij een optocht. Wat zal er van die lieve meisjes terecht zijn gekomen en waar zijn zij nu?

Voordat wij bij de school arriveerden en door het brede hek rechts naar de achterdeur werden geleid, even een vraag aan de oudere Epenaren. Ik ben toch de naam vergeten van een kleermaker die bijna altijd achter het open raam (als het weer dat toeliet) met zijn benen gekruist op de werktafel zat en de voorgesneden stukken goed aan elkaar naaide of met een krijtje lijntjes op een stuk stof trok. Was het een Van Mekeren? Het was aan de rechterkant schuin tegenover de zaak van kapper De Bruin. De rest van de huizen en sommige bewoners staan nog goed in mijn geheugen, maar ik ga de lezer daar niet mee vermoeien.

Wel even een opmerking in verband met twee schoolgenoten, Theo en Corrie Nitert, wiens vader een schoenenreparatiezaak had. Theo maakte deel uit van het piepkleine groepje van mijn broer Jan en Corrie zat bij mij in de klas. De bekende kapper Harry Nitert was van een veel latere lichting. Net vóór de Makaskewinkel ging je dan linksaf en ergens achterin zat dan de oude Nitert zijn interessante beroep uit te oefenen. Soms moesten wij even wachten tot dat hij klaar was met onze bestelling en dan keken wij vol bewondering naar zijn stevig gerichte hamerslagen waarmee hij de kleine spijkertjes vast hamerde in een stukje nieuwe zool onder de schoenen. Hij had ook altijd een serie spijkertjes tussen zijn lippen, wat ons altijd frappeerde. ,,Als hij ze maar niet inslikt”, wat volgens een gerucht wel eens gebeurde. Het was ook een muzikale familie met wat leden in de Koninklijke Harmonie.

Als uitzondering in deze op Google Streetview gebaseerde serie een foto van een soort nestsfeer:

 

klasBernardusschool

 

Voor hen die mij niet terugkennen : de bovenste rij, derde van links: een timide kijkend jongetje.
Overige namen :
Onderste rij: Jan van de Schepop, Gerard Roescher, Wim Gorking, Antoon Raasink en Joop van Breen;
Tweede rij van onderen:Theo Niers, Herman Hanewinkel, Gerard Mulder, Clemens Spijkers en Theo Nitert;
Middelste rij : Corrie Nitert, Annie Wittenberg, Marietje van Breen, Truus Mentink, Annie Mulder, Hetty Niers, Attie Wierdsma en Hanne van den Burg;
Bovenste rij: Ben Raasink, Hein Bourgonje, de schrijver dezes, Leo Groensmit,
Gerard Mulder, Joke Wittenberg, Jan Gorkinkg en meester Groensmit.  


Heb ik aan die school ook vrienden overgehouden?  Mijn antwoord is: nee.
Ik was zeer bevriend met Hein Bourgonje, die ik bij ieder bezoek aan Epe even begroette. Hij is een paar jaar geleden overleden. Iets minder met Leo Groensmit, die blijkens een vluchtig facebookcontact met een van zijn familieleden nu in Nieuwegein woont en het goed schijnt te maken. In Epe heb ik nog aan Wim Gorkink een goede bekende, maar ook met hem door omstandigheden weinig contact. Wij zijn wel blij als wij elkaar weer eens even zien bij een bezoek aan Epe. Ik zie dus bijna niemand meer en mijn vroegere klasgenoten maken geen deel uit van mijn Whatsap.
‘En de meisjes, heb je daarmee nog enige kennis van hoe of wat?’
Ook dat niet. Annie Wittenberg was in die tijd mijn gootste concurrente wat de rapportcijfers betreft. En Attie Wierdsma heb ik een tijdje terug nog gezien op een feestje toen broer Jan en haar jongere zus wat aan het vrijen waren. Wij waren zeer blij met dat korte weerzien, maar het bracht geen verdere voortzetting van onze vroegere vriendschap.

Ik heb nog wel een jaarlijks e-mailcontact met Jan Dito, maar die een klas lager en staat dus niet op de foto.

Zo, eindelijke zijn wij dan bij school zelf aangeland. Ik citeer een gedeelte wat ik eens geschreven heb over deze school en waarvan ook wat is te lezen in het boek 'Ons dorp van toen - zo was 't en zo is 't'.

 

,,Epenaren kennen ongetwijfeld de Sint Bernardusschool, de katholieke basisschool aan de Willem Tellstraat, een twee verdiepingen hoog complex met een aangebouwd ‘Mierennest’ voor de kleuters en een grote speelplaats die via de Sint Bernarduspoort uitkomt op het parkeerterrein naast het iets verder liggend VVV-kantoor aan de Pastoor Somstraat. De school is in de loop van de tijd uitgegroeid tot een authentieke gemeenschap die Epe en omstreken verrijkt.
Maar het gebouwtje waar ik mijn schooljaren heb doorgebracht, zal niet vast staan in het geheugen van de meeste Epenaren. In die tijd, van 1941 tot 1947, was het een onbeduidend optrekje, wel goed voor twee behoorlijk grote klaslokalen, met een brede gang met kapstokken aan beide kanten die naar de nooit gebruikte voordeur leidde. Wij gingen naar binnen door een dubbele witte achterdeur die ons rechts naar de toiletten leidde en links naar de klaslokalen. Als je door de linker deur moest, dan zat je in de eerste, tweede of derde klas. Voor iedere klas twee rijen van massief houten schoolbanken, met ingebouwde inktpotjes en al, om daar dan door mej. Bervoets uit Vaassen in de vakken van de drie verschillende jaren onderwezen te worden. En als je het voorrecht had om bij de groep van de laatste jaren te behoren, dan werd je opgevangen door meneer Groensmit, de wat oude, ervaren hoofdmeester.
Hij wist niet alleen, soms met fysiek geweld, de orde te handhaven onder de soms nogal baldadige jongens em meisjes, maar hij slaagde er door een grote verscheidenheid aan onderwerpen ook in de jeugd te motiveren.
Van de jaren bij mej.Bervoets herinner ik mij weinig, dus het leerproces zal wel verlopen zijn zoals bij de meeste kinderen uit die tijd: wel gealfabetiseerd in de taalkunde via de oude methode van Ot & Sien en Aap, noot, enz. De
rekentafels, die permanent voorin de klas op grote borden waren aangebracht, werden ook goed van buiten geleerd, samen met een steeds groter wordende geografische en historische kennis van de eigen gemeenschap waarin wij
moesten leven. En wij zongen van ‘Er zat een aapje op een stokje’ of ‘’k Zag twee beren broodjes smeren’ en wij hoorden ‘Van de zevensprong’ op de speelplaats. Niets welt op in mijn herinneringen van hoe de oorlogssituatie aangevoeld werd op school. Wij zijn wel even naar een andere school verhuisd; de Mulo, geloof ik. De Duitsers hadden onze ruimte nodig. Ook zie ik ons naar school
gaan op klompen, tenminste, in de winter. Op geregelde perioden werden die gemaakt door klompenmaker Berends, een gedegen katholiek en goede vakman, die zijn bedrijfje en tabakswinkel had op de hoek van de Dwarsweg en Dominee Prinsweg. (Wij zaten toen in de tijd van de verzuiling, dus …) En dan die twee niet al te warme kachels passeren mij nu ook even, waarvoor onze klompen droogden in de lange en koude winters van die tijd.”


Het waren toch mooie tijden. Je hoorde erbij. Je was onderdeel van een kleine, misschien wat bekrompen gemeenschap. School en kerk waren innerlijk verbonden. De katechismuslessen werden gehouden in de kerk en je ging daar lopend naar toe. Voor behendige jongens was er wel een mogelijke verbinding van achter de speelruimte om in de tuin van de pastorie te komen. Maar in praktische zin was dat toen geen optie.
De kerk had naast het kerk-en armenbestuur, ook een schoolbestuur, dus alles was onder strenge controle, tenminste wat de 'enige ware leer' betreft'.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Gerard van de Schepop

    Harry, ik heb een foto van een schilderij, maar ik weet niet of dat jouw schilderij is. Dus...
    Groeten

  • Harry Nitert

    Helaas zijn mijn Broers en vader er niet meer mijn vader zou 20 maart 119 geworden zijn. De werkplaats werd altijd gezongen en muziek gespeeld voor het kerkkoor of harmonie en operette. Dat was een leuke tijd. Gerard Heb ik jou al eens een foto van Pastoor Som zijn schilderij
    naar gestuurd.? gr. h.

  • Gerard van de Schepop

    Martin en Marinus, Sjaan en Tonny, hartelijk dank voor jullie aanvullende reacties.
    Tonny, Heins zoon, die foto staat ook in het boek 'Ons dorp van toen'.
    Groeten!

  • Tonny

    Heerlijk dit te lezen, en ineens mijn vader als jongen op de foto te zien met zijn schoolmaatjes.
    Vriendelijke groet,
    Tonny Bourgonje.

  • Sjaan

    Hoi Gerard , ik reageer via Gert van der Esschert in ons modem daar zit een fout maar alles gaat op de verkoudheid alles goed , groetjes en liefs sjaan .

  • Marinus Endendijk

    De kinderen van 't Land wonen in Canada. De zusjes in Calgary en de jongens in Lethbridge beiden in de staat Alberta. De damilie van't Land in Letbridge heeft nog steeds veel contact met de familie Dijkslag, kolenboer van de Tongerenseweg die in 1951 emigreerde. Meini zaten met mij op de Mulo aan de Beekstraat. Sinds februari 2016 is ook het katholieke kerkhof aan de Oude Wisselseweg voorzien van een deugdelijk hek. Eindelijk gerechtigheid omdat veel loslopende honden regelmatig op het kerkhof liiepen.
    Ik bem 80, dus kan veel verhalen helder voor de geest halen.En het moet gezegd ik geniet van je verhalen.

  • Martin Ellenbroek

    Gerard, jouw geheugen functioneert nog helemaal goed want de kleermaker heette inderdaad Van Mekeren. Ook ik herinner me zijn opvallende kleermakerszit, als ik terugkwam van mijn bezoek aan kapper De Bruin ("hoofdkapper" van mijn vader en mij).

Powered door Komento