Bij ons in Brazilië. 211: 'Onze' kerk

Epe 3 (Custom) (Custom)Kunnen de gelovigen van al die kerken in Epe wel zeggen: ‘Onze kerk’? Een vraag die ik mezelf steeds vaker stel, vooral in deze tijd van vluchtelingen, die er een totaal andere kerk op nahouden, als je voor dat verschijnsel het woord ‘kerk’ kunt gebruiken. Moet de 'kerk' niet de hele mensheid inhouden die één ideaal nastreeft: het gelukkig samenzijn en samenleven, ondanks de historische en culturele verschillen, van al wat leeft op deze planeet?

De wonderbaarlijke Jezusfiguur, Confucius, de wonderlijke Yogananda, 'heiligen' in alle godsdiensten en levensbeschouwingen, samen met andere bekende of onbekende profeten en goeroes waren en zijn nog de inspirerende levensbronnen voor veel  mensen. Anderen zoeken hun inspiratie in de wereld van de 'famous people' in de kunst en media of zelfs in de sportwereld. Weer anderen in de geheimen van de kosmos, eens magisch weergegeven door Carl Seagan en in onze tijd door Neil Tyson.

Maar hoe het ook zij, in mijn lange leven heb ik een tijd gehad dat ik van 'onze' kerk kon spreken. Dat was in de tijd van de zuilenpolitiek in ons land: iedere geloofsrichting had haar eigen kerkgebouw en politieke partij. Eigen groepering  voorthelpen was het grote lema.

'Onze' kerk was het oude romaanse katholieke kerkje aan de Hoofdstraat Epe. Daar werd ik gedoopt en in die gemeenschap werd ik opgenomen. Daar deed ik de Eerste en de Plechtige Communie. Daar vooral werd ik misdienaar en ontstond in mij een hang naar liturgische rituelen. Daar heerste of diende de unieke pastoor Som, als de bekende plaatsvervanger van Jezus Christus.

In die tijd ook ontving ik de levensleer in de vorm van catechismuslessen via de Bernardusschool in dat mooie kerkje dat vroeger op de plaats van het gebouw van de foto stond. Op een gegeven moment kwam er een bouwpastoor van het aartsbisdom om dat mooie en intieme kerkje af te breken en er een grotere voor in de plaats te zetten. En ook deze moest sneuvelen vanwege de ontkerking van de huidige gemeenschap en is verkocht aan een bekende Epenaar. Wat zal hij daarmee doen?

Epe 3 (Custom)

Alleen de veel door mij bezochte pastorie is nog overgebleven uit mijn jongenstijd.

Op deze plek kerkten wij. Iedere zon – en feestdag trokken wij onze beste kleren aan en liepen we door de Parkweg waar wij aan het einde links langs de hoge beukenheg het Groene Weggetje in gingen om zo tegenover de kerk uit te komen. Moeder en de kinderen gingen rechts naar het Mariaaltaar, waar wij een plaats hadden gepacht die wij dus tijdens de liturgische plechtigheden ‘onze’ plaats konden noemen. Als ik geen dienst had als misdienaar of dat al had gedaan in de vroegmis, dan ging ik met vader naar het koor achterin het godshuis. Als wij boven kwamen zat Ome Herman uit Vaassen al achter het orgel en speelde hij wat inleidingsmuziek, terwijl vader zich bij de andere mannen aansloot en de boekjes of muziekpapieren organiseerde. Ik ging altijd in de eerste van de twee bankjes zitten. Als ik goed en wel zat en naar beneden keek om te zien wie er al was of wie nog niet, kwam een vriend van vader, meneer Van de Berg, even naar mij toe en gaf mij een pepermuntje. De reden  voor dat ritueel heb ik nooit begrepen, maar het zal wel goedheid zijn geweest, want hij was al behoorlijk oud en dus wat meergevend van nature.

Vooral de Hoogmis met Drie Heren vond ik het mooist van alle riten en het koor zong, naast het Gregoriaans van de vaste gezangen van de dag, dan ook meerstemmige missen, vooral van de Italiaanse componist Perosi. Rond het altaar verliep alles volgens de oude regels vanuit Rome gedicteerd. Na de Hoogmis gingen wij over het dorp terug naar de Parkweg, gezellig keuvelend met wat bekenden. Soms gingen wij iets voorbij Heering en boekhandel Scholten, tussen Jonker en Mulder in, over het Postpad terug. Dat was dan iets korter. Het Postpad kreeg die volksnaam omdat het een pad was  dat van de Parkweg naar het postkantoor liep, een breed, typisch gebouw uit het begin van de 20ste eeuw tussen de boekhandel van Scholten en loodgieter Jonker in.

In de middag gingen wij ook nog even naar het Lof, een liturgische samenkomst om met gezangen en gebeden de Heere en Zijn moeder te loven. Ome Herman was weer op de fiets of later op zijn brommetje uit Vaassen overgekomen om aan het geheel een muzikaal karakter te geven.

Toen ik in 1947, op 12-jarige leeftijd, naar het kleinseminarie ging waren mijn banden met de oude kerk alleen nog tijdens de vakantietijd. Ook in die tijd had ik een goede relatie met pastoor Som en kwam ik veel in de pastorie. Na wat jaren van voorbereiding was ik 'klaar' in 1958, werd ik priester gewijd en deed in het oude kerkje nog mijn eerste Mis. In een soort processie werd ik, vergezeld door familieleden, bruidsmeisjes en andere parochieleden, plechtig naar de kerk geleid, waar pastoor Som mij opwachtte, samen met tientallen gelovigen. Mooie tijd toch wel, omdat ik dat toen anders beleefde dan nu het geval zou zijn. Vooral toen pastoor Som, al wat ziekelijk, de verzen van Simon citeerde aan het einde van zijn felicitatiepreek: ,,Nu kan deze godsdienaar vredig sterven, want ik heb de zaligheid aanschouwd.” En die 'zaligheid' was ik als neomist. Mijn ouders op de eerste bank huilden wat weg.

Nu bekeken zou ik kunnen zeggen dat ik toen op een rijdende trein werd gezet. En die trein rijdt nog steeds en na veel veranderingen laat hij veel achter. Er zitten altijd vernieuwingen in de lucht. Er zijn andere interpretaties, meer naar het fundament van alles: de mens en alles wat leeft. Het grote mysterie!

Mooie, maar strenge tijden waren dat wel, met veel religieuze verplichtingen. Je had naast de tien geboden of ethische natuurwetten, ook nog de vijf kerkelijke geboden waarin de wekelijkse plicht om op zondag de mis bij te wonen de voornaamste was. En daar werd goed gehoor aan gegeven. De kerken zaten vol. De kleine, oude, romaanse kerk van Epe was in het toeristenseizoen wel zo volgepakt met plichtvolle gelovigen, dat er extra krachten uit conventen uit de omtrek moesten worden aangetrokken om de missen in aantal te kunnen opvoeren.

Na de oude romaanse kerk zijn veel van die dingen als verleden tijd beschouwd en werd in de nieuwe kerkruimte ook wat meer ruimte geschapen voor de moderne individuele mens en zijn vaak rationele opvattingen. De gevolgen zijn vooral nu voelbaar. En de tijd moet verder. Het respect voor elkaar moet toch eens gewaarborgd worden.

Nu staat het gebouw van de foto leeg en overgegeven aan de tand des tijds, net zoals vele kerken over het hele land, die niet meer te onderhouden zijn. Hopelijk komt er een cultureel/religieuze revolutie die aan dit gebouw toch ergens het vrije karakter kan teruggeven waarvoor het met veel offers gebouwd is.

Tot slot nog wat herinneringen aan pastoor Som. Ook in het boek 'Ons dorp van toen - zo was ‘t en zo is ‘t' staan prachtige verhalen over deze oude kerk en zijn geliefde pastoor.

 

Op 7 februari was het 52 jaar geleden dat ‘Onze Pastoor’ is overleden. Iedere oudere inwoner van de gemeente Epe heeft ongetwijfeld nog herinneringen aan deze boeiende en oprechte man. Mijn zoon Bernardo is met eerbied naar hem genoemd, om ook maar een klein beetje van deze grootheid op te pakken.

Hij was en is vooral groot in Epe en omstreken door gewoon aanwezig te zijn voor katholieken èn protestanten, spirituele zoekers en ongelovigen, eenvoudige en minder eenvoudige mensen. Oecumenisch dus, wetende dat er zoveel verschillende ramen in Gods Bouwwerk zitten, allemaal met hun eigen uitzichten op het Oneindig Verre.

Pastoor Som, wat hetzelfde is als ‘Herder’ Som, was, zoals zijn bidprentje het al aangaf, een goede ‘leidsman’ van de toen aan riten en gebruiken vastgebonden kerk en tijd van dikwijls pure verplichtingen. Zijn preken, lijdensmeditaties genoemd tijdens de vastentijd, waren beroemd in de streek en van heinde en verre kwamen mensen luisteren naar zijn inspirerende, maar altijd praktische woorden.

Eens verloor hij, in het vuur van zijn preek van een Hoogmis, zijn gebit, dat kletterend voor de eerste bank op de stenen grond viel. Onder het bedeesd en wat onderdrukt lachen van de gelovigen ging hij rustig het trapje af, pakte het gebit op, wreef het even langs zijn liturgische gewaden en stak het weer in zijn mond.

Vaak was hij wat onbenullig, ruw en rechtstreeks in zijn woorden. Hij sprak ook altijd, vanwege zijn groeiende doofheid, met een luide donderstem, wat vooral ons, kinderen, wel eens afschrok. Hoe vaak kwam hij niet in de winkels van Epe om iets te bestellen voor een of andere arme of noodlijdende familie in zijn parochie. Moeder was daar in onze eigen winkel getuige van.

En als hij 's zomers aan het zijraam van zijn grote voorkamer zat of stond, met vrij zicht op het hele kerkplein, een sigaar in zijn rechterhand en een borreltje in zijn linker, balancerend op het raamkozijn, spark hij grappige en vaak
persoonlijke commentaren met de mensen die voorbijkwamen. Dagen na zijn topbegrafenis keken de mensen nog even op naar het dichte raam waar die bijna folkloristische dorpsfiguur eens deel uitmaakte van hun vrolijke of
minder vrolijke levens.

 

Volgende week gaan wij naar de Bernardusschool.

 

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden

Terzijde

samen

Houd vol, we moeten met z'n allen door deze crisis. Houd rekening met elkaar en wees extra lief voor iedereen die dat nodig heeft.

 

Copyright www.epernet.nl

Niets mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.