Bij ons in Brazilië. 45: Heimwee naar een gebakken visje van de markt

Verleden week waren de  vijf visjes in ons vijvertje onderwerp van mijn schrijverij. Toen ik die column aan het schrijven was, dook ook een ander soort vis in mijn geheugen op. En wel in Epe, in de tijd waarin de woensdagmarkt nog echt als een uniek wekelijks ritueel gevierd werd, met gebakken vis als middelpunt.

Het korte zinnetje ‘Even een visje van de markt halen’ was - en is misschien nog steeds - voor tientallen mannen uit Epe en omstreken voldoende motief om op woensdagen de fiets te pakken en die ergens achter wat huizen aan de Parkweg neer te zetten. Heel gemoedelijk zochten zij elkaar op voor een praatje en een uitwisseling van nieuwtjes, waarbij alle eventuele politieke problemen van de gemeente Epe zonder pardon en met een glimlach werden opgelost. Samen aten zij dan, uit het met servetten opgevulde vuistje, een ‘visje van de markt’.

Een gebakken visje van de markt is iets paradijselijks wat de smaak aangaat. De hele ambiance werkt mee om van die lekkernij een wekelijks genietuurtje te maken. Hoeveel Epenaren en gasten gebruiken die faciliteit ook niet, zo tegen twaalf uur ’s middags, om als middagmaal gebakken vis te consumeren.

Vele keren heb ik daar aan meegedaan, de laatste keer samen met mijn in Nederland wonende zoon.

 

lekkervisje 1

lekkervisje2

lekkervisje3

In de tijd van mijn jaarlijkse vakantie in Epe logeerde ik bij mijn moeder in de Lindehove. Heel vroeg in de morgen op de woensdagen rolden de vrachtwagens met behoorlijk lawaai de markt op. De marktlui pakten hun waren uit en organiseerden dan hun kramen, die de vorige avond geplaatst waren. Al vroeg kringelde de lucht van gebraden vis omhoog en sloop de tweede verdieping binnen, waar moeder haar flatje had. Tussen tien en elf uur ging ikzelf, of gingen wij, wat rondjes maken over de markt. Meestal nam ik dan al een zoute haring als voorproefje op het middageten, dat bijna helemaal uit vis zou bestaan, met wat rijst erbij om het eten op het bord wat meer volume te geven.

De derde generatie van de Koelewijns staat nu ’s woensdags op de markt. Ik heb ze allemaal gekend.

lekkervisje4


Tegen twaalf uur stuurde moeder mij naar beneden om de bestelde twee of drie stukken gebakken kabeljauw op te halen. Je staat dan voor die toonbank, rond kijkend of niemand vóór mijn beurt geholpen wordt. Je kijkt ook naar al die heerlijkheden voor je uitgestald. Vroeger de levende en kronkelende paling in platte kistjes. De net schoongemaakte haringfilets, die als je er vijf tegelijk koopt, een paar cent goedkoper zijn dan per stuk. Vóór jou  vreemde vissen netjes opgebaard. De hele sfeer wasemde de sfeer van een luxe boetiek uit, op de misschien blauwwitte oer-Nederlandse handdoek na die in een verlaten hoekje was opgehangen voor de haringeters.
Dan is het jouw beurt. Ik antwoord altijd op de vraag of ik weer in Epe ben bij moeder, met een glimlach en een praatje.

De Spakenburgers werden dan ook min of meer vrienden. Zij mochten ook altijd hun auto bij moeder en later broer Jan naast het huis op de Parkweg 2 plaatsen. Vooral de oudere generatie van de familie Koelewijn maakte daar graag gebruik van.

Naar al die scènes en smaken heb ik heimwee, veel heimwee. Smaken behoren tot je kinderjaren. Vooral de smaak van versgebakken vis of gerookte makreel, die je ’s avonds bij het brood at. En wat denk je van gerookte paling van Nederlands beste palingrokers uit Elburg, o.l.v. Hertog Jan!

lekkervisje5

Wij houden gelukkig allebei van vis. Ook mijn vrouw, die vegetariër is, eet vis, al was het alleen maar omdat wij dan soms ergens romantisch samen kunnen eten, vooral tijdens de weekenden. Verschillende speciale visrecepten staan in mijn routineboekje. Je hebt hier in Belo speciale visrestaurantjes, waar het goed vertoeven is. En dan die visschotels tijdens de jaarlijkse bezoeken aan onze tropische stranden, die de mooie naam meekrijgen van ‘zeevruchtenschotel’. Om van te watertanden!

Er zijn mensen die van vissen houden, als werkwoord dan. In alle rust langs een kanaal of op de oever van een inlands water vinden zij het heerlijk om een vis van de haak te slaan en in een emmer of in het water terug  te gooien. De vis zal wel even lijden, maar daar is hij een vis voor, denken zij dan.
Een ‘visje van de markt’ heeft nooit die bijsmaak.

Toch beginnen ook wij heel langzamerhand steeds meer aan het dierenleed te denken. Valt het samen met het ouder worden? Bij voorbeeld de hyper visvangst op de oceanen en zeeën begint onze verbeelding aan te spreken. De vraag naar vis groeit en dan wordt de mens om economische motieven een beest. Mag de mens doorgaan met het doden van dieren, of moeten wij aan iedere doding van dieren een halt toe roepen?

De middenweg zal wel de beste maat zijn. Dan kan ik bij mijn volgende bezoek aan Epe tenminste weer een visje op de woensdagmarkt gaan eten.

Laat je reactie achter

Reageer als gast

0
algemene voorwaarden.
  • Geen reacties gevonden
Powered door Komento